PARASHAT WAJECHI

En hij leefde   Genesis. 47:28 – 50:26

 Levend Gebalsemd?

 

Dertig dagen voor de dood, wordt iemands Tzalem/beeld van hem verwijderd en zijn schaduw verschijnt niet langer.

 

Zohar Wajechi 217.

 

Toen Israëls tijd om te sterven naderbij kwam, ontbood hij zijn zoon Josef en zei hem; “Als ik enige genegenheid bij je mag aantreffen, leg dan je hand onder mijn heup en bewijs mij een ware liefdesdienst: begraaf me toch niet in Egypte.” (Genesis. 47:29)

 

Rabbi Jossi zegt: Wanneer de tijd nadert voor iemand, wordt het dertig dagen verkondigd in de wereld. Zelfs de vogels in de hemel verkondigen het en als hij/zij rechtschapen is, wordt het verkondigt voor dertig dagen onder de rechtvaardigen in de Tuin van Eden.

 

We hebben geleerd dat al deze dertig dagen, de ziel elke nacht opstijgt om te kijken naar zijn plaats in die wereld, maar de persoon weet het niet, is noch bekommerd, noch heeft hij/ zij de controle over de ziel tijdens deze dertig dagen zoals voorheen, zoals staat geschreven in Prediker. 8:8 “Niemand heeft macht over de ziel om de ziel te behouden. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood.

 

Rabbi Jehoeda zegt: Aan het begin van de dertig dagen is iemands schaduw verduisterd en de verschijning wordt niet op de grond waargenomen.

 

BeRahamin LeHayyim:

 

De Ohr HaChaim citeert de Heilige Zohar in verband met het “hemelse krant” verhaal anticiperend op de aardse dood van een individu. Er zijn spirituele tekenen die fysieke oorzaken vooruit zeggen. Nu dat Jacobs profetische inzichten terugkeerden, wist hij dat zijn tijd Beneden snel over was.

 

Maar wacht eens even! Rabbi Jitzchak zegt dat Jacob nooit stierf! (Taanit 5b), Rabbi Nachman repliceert, “Hoe is het mogelijk dat Jacob niet stierf? De Thora zegt de mensen hem loofden, hem balsemden en hem begroeven.” Rabbi Jitzchak antwoord door het vers te citeren die Jacob vergelijkt met zijn kinderen: juist zoals zijn kinderen leven, zo ook moet hij levend zijn.

 

Maar hoe zal Rabbi Jitzchak respons zijn op het feit dat de Thora Jacobs begrafenis beschrijft?!

 

 

 

De Kli Yakar (Genesis. 47:29) verklaart dat Rabbi Jitzchak’s uitspraak is gebaseerd op het principe dat “Tzadikiem zelfs al zijn ze dood levend worden genoemd, en de slechten worden dood genoemd zelfs als ze nog leven”. (Zie ook Genesis. 18a-b), Hoewel Jacob was overleden, werd hij door de Talmoed beschouwd nog steeds te leven omdat hij een Tzadik was. 

 

De Talmoed refereert nadrukkelijk naar Jacob, niet naar Avraham of Izaak, omdat hij een Tzadik was en al zijn kinderen waren evenzeer Tzadikiem (in tegenstelling tot Abraham en Izaak, die elk een zoon had die geen Tzadik  was). Dit is de intentie van Rashi in Genesis. 18:19, waar hij zegt dat iemand die sterft en een kind achterlaat die een Tzadik  was wordt beschouwd als levend. Aangezien kinderen worden beschouwd als een continuering van hun vader zolang zij leven, wordt hun vader evenzeer als in leven beschouwd. Als echter iemands kind verdorven is, wordt zijn vader niet beschouwd als nog in leven omdat “verdorvenen dood worden genoemd zelfs als ze nog leven.”

 

Inderdaad ontleent Rabbi Jitzchak zijn leerstelling van het vers die Jacob vergelijkt met zijn kinderen. Jacob wordt levend beschouwd omdat hij verder leeft door zijn kinderen; wij de Kinderen van Israël zijn allen Tzadikiem, zoals Jesaja zegt: “Je volk telt enkel nog rechtvaardigen, zij zullen het land voorgoed bezitten, de spruit Mijner plantingen, een werk Mijner handen, waarin Ik luister.” (Jesaja. 60:21)

 

Jacobs fysieke lichaam stierf, volgens het vers in de Thora en werd gepreserveerd/gemummificeerd door de Egyptenaren en begraven in het Land Israël: “Josef gaf de hem ondergeschikte geneesheren bevel zijn vader te balsemen. En de geneesheren balsemden Israël.” (Genesis. 50:1-15) Desalniettemin, hij, net zoals Koning David leven zeker voort altijd in ons, zijn nakomelingen, het Volk Israël.  Chai Chai VeKayam!!!

 

Shabbat Shalom     

 

Geef een reactie