PARASHAT WAJAKHEEL

En hij liet samenkomen (Exodus 35:1 – 38:20)

Rabbenoe Bachya’s commentaar op het bij herhaling gebruiken van het woord mishkan (woning, heiligdom) in vers 38,21 van onze parasha, geeft aan, dat het Tabernakel in deze wereld, het tegenovergestelde was van het Heiligdom in de Celestische Regionen.
We weten dit van Exodus. 15,17: machon leshivtecha pa’alta hashem… “U heeft voor U zelf een woning gemaakt om in te verblijven, naar het heiligdom.” Het woord machon, moet worden gelezen als machwon “corresponderend” aan het Hemelse Heiligdom. Dit plaatst de belangrijkheid van het Tabernakel in deze wereld op één lijn met de schepping van het universum.

In verband met het universum, spreekt Jesaja. 40,22 over G’D, “Hij, die de hemel als een ijl omhullend gaas uitspant en het als een tent uitspreidt om hem te bewonen,” terwijl in connectie met het Tabernakel in deze wereld de Thora zegt: “Je moet kleden maken van geitenhaar voor een tent over het Tabernakel.

In verband met de schepping van het universum spreekt de Psalmist (psalm 14,2) over “notè shamajiem kajeri’a” “U bent het, die het licht als een mantel omslaat en de hemel spreidt als een tentkleed.

Gedurende het scheppingsproces lezen we (Genesis 1,9) “Laat het water dat onder de hemel is, zich verzamelen op één plaats” terwijl in verband met de constructie Tabernakel, de Thora instrueert, een koperen bassin te maken om het water te bevatten dat de priesters gebruiken in het Tabernakel.

Verder spreekt de Thora in het scheppingproces over de creatie van lichten, terwijl gedurende de constructie van het Tabernakel, wordt gesproken over het maken van een kandelaar.

De gevleugelde creaturen die worden genoemd in het scheppingsproces, zijn gelijk aan de cherubijnen die hun vleugels spreiden over de Heilige Ark, in het Heilige der heiligen, in het Tabernakel.

Terwijl de schepping van Adam het hoogtepunt representeert in de scheppingdaad, werd het hoogtepunt in het Tabernakel bereikt toen G’D Mozes opdroeg om Aaron aan te stellen als Hogepriester (Exodus.28,1).

De voltooiing van het scheppingswerk werd verkondigd door de woorden “wajechaloe hashamajiem we’arets wechol- tsewa’am”, “Voltooid waren de hemel en de aarde en al wat er bij hoorde” (Genesis. 2,1), waartegen de completering van het werk aan het Tabernakel wordt beschreven door de Thora als “watéchel kol-awodat mishkan ha’ohel mo’eed” “Voltooid was nu al het werk voor de 'Woning', de tent-der-samen-komsten.” (Exodus. 39,32)

Terwijl de Thora rapporteert dat G’D de zevende dag zegent, (Genesis. 2,3), zegent en heiligt Mozes het Tabernakel en al zijn gebruiksvoorwerpen (Exodus. 39,43).

De Thora rapporteert dat G’D rustte op de zevende dag (Genesis. 2,3), terwijl in connectie met het Tabernakel de Thora verklaart: “Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag moet het iets heiligs voor jullie zijn” (Genesis. 35,2).

Na dit alles zegt de Thora: “Zondert van hetgeen van jullie is, een gewijde gave af voor de Eeuwige”.
Tot zo ver het commentaar van Rabbenoe Bachya.

Het is essentieel om te begrijpen waarom Rabbenoe Bachya zo selectief was met zijn vergelijkingen van de schepping met de bouw van het Tabernakel.
Hij kon namelijk nog een groot aantal andere en aanvullende parallellen aanhalen.
In ieder geval demonstreert Rabbi Bachya dat het Tabernakel iets parallels bevat. En boven dit alles uit zegt hij, dat G’D de parallelle bestanddelen in het Tabernakel prefereert boven de originelen in de Celestische Regionen. We weten dit omdat G’D bereid was, Zijn Hemelse Residentie op te geven ten gunste van, een door mensen opgericht heiligdom in deze wereld.
G’D zegt in vers 25,8: “Ze zullen Mij een heiligdom maken, opdat Ik te midden van hen wonen kan” (letterlijk, in hen) [in plaats van in de Hemel].

De gemeenschappelijke kenmerken van de concepten Shabbat en Mishkan zijn, dat zij beiden symbolen zijn van Olam Haba, De Komende Wereld.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie