PARASHAT WA’ETCHANÁN

En ik smeekte (Deuteronomium 3:23 – 7:11)

De mitswot, die genoemd worden in deze parasha, duiden allen naar het hoofdthema van dit Thoragedeelte, de drie wonderbaarlijke giften die G’D aan het Joodse Volk heeft geschonken. Deze zijn: De Thora, het Heilige Land, en het Hiernamaals.

De mitswa om de Thora te bestuderen en te onderwijzen refereert naar de gift van Thora.

De mitswa om de zeven Kanaänitische Naties te elimineren, is direct verbonden met de heiliging van het Heilige Land welk een deel van G’D Zelf is.
G’D koos Israël als Zijn Natie omdat “chelek HaShem amo” Israël is een onderdeel van G’D’s “deel”.

We moeten ons een aantal kenmerken realiseren die typerend zijn voor deze zeven naties. Elke natie afzonderlijk had zijn eigen vertegenwoordiger in de Celestische Regionen. Deze vertegenwoordigers, gewoonlijk bekend als sar, zijn ook bekend als elokiem achériem “andere godheden.” Dank zij haar status als “een onderdeel van G’D’s ‘deel‘” is Israël direct aan Hem gehecht, wat de Kabbalisten noemen, atsiloet ha’binjan, de wereld van de “troon”. Het is van dit domein dat de 7 emanaties van binjan, constructief neerwaarts ontwikkelen, totdat zij in een fysieke wereld resulteren, malchoet.
Elk van de emanaties is opgebouwd uit subcategorieën van alle tien emanaties, representerend alle concepten welke de tien emanaties symboliseren. Zodat we een totaal van zeventig hebben voor de zeven emanaties bestaande uit binjan.
Ja’akov kwam naar Egypte met 70 personen welke de kern vormden van de Joodse Natie. Deze zeventig worden in de Thora aangehaald als één enkele newesh, één ziel, omdat zij de mystieke dimensie zijn van dit nummer zeventig.
De zeven kanaänitische naties onderling, symboliseren elk eveneens tien niet-joodse naties, een totaal van zeventig makend, m.a.w het algemeen bekende concept van de “zeventig naties van de wereld.” [ de verenigde andere naties van deze wereld ]
Echter, deze zeventig naties representeren niet de heiligheid welke zijn oorsprong heeft in de wereld van atsiloet, eerder representeren zij de klipot, het spirituele domein tussen heiligheid, onzuiverheid en kwaad.
Geen wonder dat onderling trouwen met naties wiens spirituele oorsprong elohiem achériem representeert, is verboden.
De Ari Zal verklaart de reden dat de Thora (Deut. 20,16 ) eist van het Joodse Volk om van deze zeven Kanaänitische naties geen enkele ziel in leven te laten: Lo techajèkal-neshama.
Echter als de Thora ons instrueert hoe te handelen tegenover de andere naties zoals Se’ier, m.a.w Edom, Ammon, en Moab, draagt het ( Deut. 2,9 ) aan het Joodse Volk onder Mozes alleen op, absoluut geen oorlog aan te gaan met deze naties.
De Kanaänitische naties vertegenwoordigen de zeven klipot, m.a.w de negatieve aspecten van de zeven emanaties welke bestaan uit, wat we noemen, binjan, de constructieve krachten die de mogelijkheid schept voor een perfect fysiek universum.
Zelfs, zoals wij reeds eerder hebben uitgelegd in verband met de naam “Sama-el”, heeft Satan ( iemand die iets verhinderd ) zijn oorsprong in iets heiligs, m.a.w E-L, G’D. Het spiritueel verval van deze nakomelingen van het oorspronkelijke Kanaän, de vervloekten, was van dien aard, dat er geen enkel spoor van heiligheid meer in hen resteerde. Dat betekent automatisch dat er geen neshama, spiritueel verheven ziel van hen zou overleven.
De drie andere naties wiens land G’D had beloofd als deel van Erets Israël, het Land Israël, bewaarden inhoudelijk een vonk van heiligheid. Tot zo ver de Ari Zal.
Het Land Israël kan gezien worden als het “vrouwelijke” deel van de vereniging tussen het volk Israël en haar Land. Het in bezit nemen van het Land Israël, is een eufemisme voor de vereniging tussen Israël en haar Land als man en vrouw.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie