PARASHAT WA’ETCHANÁN

En ik smeekte       Deuteronomium. 3:23 – 7:1

De Geschriften van de Ari

Aan het begin van dit Thoragedeelte, zegt Mozes tegen het Joodse Volk dat G’D kwaad op hem werd voor het dringend vragen om hem toe te staan het Land van Israël binnen te gaan. “En G’D bleef boos op mij vanwege jullie en luisterde niet naar mij en G’D zei tegen mij: “Genoeg jij, je moet hierover niet meer met Mij spreken!” (Deuteronomium. 3:26). Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor “werd kwaad”, “yitaber” is ongebruikelijk en is etymologisch afgeleid van het woord voor “zwangerschap”, ïboer”. Dit is de basis voor de Arizals diepere interpretatie van dit vers.

Zoals je weet, ontwikkelt Zeir Anpin zich door drie fasen van bewustzijn: foetaal [iboer], zuigeling [yenika] en volwassen [gadloet]. Op de zelfde manier ontwikkelt elke ziel zich door deze fasen van bewustzijn.

Fysiek ontwikkelt een persoon zich door drie fasen van voedselinnamen: Wanneer hij existeert als een embryo in de baarmoeder van zijn moeder, wordt hij gevoed direct door haar; wanneer hij een zuigeling is, ontvangt hij nog steeds voeding van zijn moeder maar doet dat door zijn eigen actieve betrokkenheid; nadat hij is gespeend, eet hij op zich zelf. Op de zelfde manier maakt het geestvermogen van de  ziel de zelfde drie ontwikkelingsprocessen door. Dit proces vindt aanvankelijk plaats in samenhang met de fysieke ontwikkeling, dat wil zeggen, in de embryonale staat, de zielfuncties op het niveau van foetaal bewustzijn; en na het spenen bereikt de ziel volwassen bewustzijn. Parallel hieraan kan een persoon door ondervinding deze drie fasen op een ander niveau, gedurende de weg van zijn leven doorlopen.

Zowel het fysieke fenomeen van deze drie fasen als het mentaal/spirituele fenomeen welke ervaren wordt door de ziel worden afgeleid van het parallelproces dat plaatsvindt in de ontwikkeling van de partzoef van Zeir Anpin. Bedenk dat Zeir Anpin de partzoef is van de midot, de emoties. Dus de mentale ontwikkeling van een persoon wordt afgemeten aan de aard van verwantschap tussen zijn intellect en emoties.

Met andere woorden, wanneer een idee in eerste instantie in het verstand wordt ontvangen (als een inzicht van Chochma) en dan ontwikkelt (in Bina), zal de emotionele reactie die voortvloeit uit dit idee nog niet evident zijn; het is alleen daar in potentie. We mogen daarom aannemen dat het idee “zwanger” is en zal leiden tot emotie. De foetale positie van het kind in de baarmoeder is zodanig dat de lagere ledematen onder de rest van het lichaam worden gebogen, aangevend dat zijn potentieel volledige gestalte, zichzelf nog niet kan manifesteren. “Embryonaal bewustzijn” is dus puur intellectueel, emotie existeert alleen in potentie.

Wanneer eenmaal het idee volledig is ontwikkeld, kan het leven schenken aan zijn inherent emotionele reactie. Wanneer het kind nog jong is, is zijn begrip van leven onvolgroeid, zijn de emoties voortgebracht door zijn intellect, direct verbonden met hun bron. Zolang als hij zich bewust is dat iets begeerlijk is, wil hij het, en niets kan de intensiteit van zijn verlangen matigen. Zolang als hij zich bewust is dat iets anders schadelijk is, is hij er bang voor en niets kan zijn vrees of afschuw van dat gebeuren verlichten. “Spenend bewustzijn” is dus een meer volwassen fase dan “embryonaal bewustzijn” waarin het intellect zichzelf uitdrukt door de emoties, maar dit gebeurt nog steeds op een relatief onvolgroeide wijze.

Als hij volwassen is ontplooit het intellect van het kind en hij kan het aantrekkelijke of onaantrekkelijke van iets zien in een veel bredere context, met andere woorden, consequenties zien op langere termijn, onmiddellijke uitwerkingen op zijn omgeving enzovoort. Dus in deze fase weerspiegelt zijn emotionele respons een veel diepere en breder begrip van ophanden zijn de zaken. Dit is “volwassen” bewustzijn.

Mozes de Verlosser

De Arizal bespreekt nu de betekenis van de woorden “Genoeg jij”( in het Hebreeuws, “rav lach“), wat ook “je hebt een leraar” betekent.

Dit betekent dat Mozes oorspronkelijk de leraar van alle ander profeten was.

Mozes, de eerste profeet die de woorden van G’D overbracht aan het Volk, was het prototype voor alle volgende profeten en leiders van het Joodse volk. Zij zouden allen van hem leren en streven naar zijn niveau. Maar toen hij pleitte om het Beloofde Land binnen te gaan met de rest van het Joodse Volk om te kunnen continueren als herder voor hen, beantwoorde G’D in zekere zin zijn gebed door hem te verzekeren dat zijn ziel zal terugkeren en zal worden gevestigd in de ziel van iedere leider van elke volgende generatie. In dit geval echter was hij in het begin niet de leraar maar de student:

Maar naderhand, [ met andere woorden, als Mozes ziel zal terugkeren] in elke generatie, zal hij [in de vorm van de volgende leider van die generatie] een leraar nodig hebben om hem te onderwijzen. [In het bijzonder], de profeet Elia zal komen en hem onderwijzen en de generatie zal beginnen te schijnen in hem.

Mozes ziel, geïmpregneerd in elke nieuwe generatie opkomende leider, moet beginnen vanaf het begin en moet Thoraleren van anderen. Één van de missies van de Profeet Elia, die levend opsteeg naar de hemel en een soort van engel werd, is, om de diepere betekenissen van de Thora te onderwijzen aan deze geleerden van elke generatie die het waard waren. Wanneer eenmaal een persoon begint de innerlijke dimensies van de Thora te leren, begint hij zich te identificeren met de unieke psychosociale context van zijn generatie en ontwikkelt daardoor zijn aangeboren kwaliteiten als leider.

Eerst zal hij “stom zijn, niet wetend hoe hij zijn mond moet openen”. (Psalm. 38:14)

Hij heeft niet de kunst van articulatie en inspirerend spreken geleerd.

In feite zien we dat zelfs dan [met andere woorden, in Mozes eigen leven, Mozes had in het begin problemen om in het openbaar te spreken] iets van deze belofte werd vervuld. Onze wijzen verklaren (Sotah 13b) in relatie tot het vers, Ik kan niet langer gaan en komen”, dat het refereert aan Thora studie (Rashi op Deuteronomium, 31:2)), bedoelend dat de fonteinen van wijsheid voor hem gesloten waren en dat hij Thoraonderwijs nodig had van Jehoshoea.

Op de dag van zijn dood zei Mozes tot het Volk, “Ik ben 120jaar oud vandaag; Ik kan niet langer gaan en komen. G’D zei tot mij, “Je zal niet deze rivier de Jordaan oversteken”, [maar in plaats van mij], zal G’D voor jullie [het Joodse Volk] uitgaan. Hij is het die deze volkeren vóór jou op de vlucht zal vernietigen, zodat jij ze verdrijven kunt. Jehoshoea zal jullie leiden, zoals de Eeuwige geboden heeft.” (Deuteronomium, 31: 2-3)

Dit is een aanvullende betekenis van de woorden “Je hebt een leraar”, met andere woorden, dat je al een leraar hebt, namelijk Jehoshoea..

Dus deze woorden, gesproken op de eerste dag van de maand Shevat in het laatste jaar van Mozes leven, ziet 37 dagen vooruit naar de 7e van de maand Adar, de laatste dag van zijn leven, wanneer de G’ddelijke inspiratie, nodig om Thora te leren aan het Joodse Volk zal worden overgedragen aan Jehoshoea. Dit is natuurlijk naast de belofte dat Mozes ziel zal terugkeren naar het Joodse Volk in elke generatie om zodoende eerst aan een andere leraar te worden onderwezen.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie