PARASHAT WA’ETCHANAN

En ik smeekte            Deuterononomium.  3:23 – 7:11   

Rabbi Jitzchak Luria

Zohar p. 260a

Bij het opgaan van de zon [voor het gebed] moet iemand zichzelf zuiveren van alles.

Door naar het toilet te gaan om zich te ontdoen van alle lichamelijke afvalstoffen en door het wassen van de handen en het zeggen van het passend gebed, rectificeert men het externe element van de wereld van Asiya.

 Vervolgens moet hij zich wapenen voor de strijd.

Door het omdoen van de talliet en het aanleggen tefillien, als voorbereiding voor het gebed, rectificeert men de externe elementen van de werelden van Yetzira, Beriya en Atziloet.

Men moet zichzelf voorbereiden voor de Heilige Koning [om één wording teweeg te brengen met de Koningin bij “siem shalom” in het Staande Gebed]. Aangezien hij zich de hele nacht bezighield met de Koningin (Nefesh), begeleidt hij Haar nu als zij opgaat om één te worden met de Koning.

Hij gaat naar de Synagoge [in het vroege morgenlicht, reeds gekleed in zijn talliet en tefillien en zuivert zijn Nefesh.

Het eerste deel van de gebeden zeggend, handelend over  de offergaven, met de juiste intentie, is het equivalent van het brengen van al de offers (Menachot 110b) en staat iemand toe om verder te gaan, volledig gerectificeerd, hoger in de spirituele werelden en in het bijzonder binnen de wereld van Yetzira, aangezien hij zich nu heeft gerectificeerd in de wereld van Asiya. Na het bereiken van het gebed “Baroech She’Amar, stijgt iemand op naar de wereld van Yetzira.

Iemand looft [G’D] met de psalmen van Koning David [in het gedeelte  Lofliederen van de liturgie], gehuld in zijn tefillien, gebonden op zijn arm en hoofd en versiert met tzitzit aan de hoeken van zijn talliet.

Bemerk dat de volgorde in welke zij worden aangedaan omgekeerd is, men doet de eerst talliet aan en daarna de tefillien. Dit om te laten zien dat, hoewel hij hen reeds had aangedaan,  hij zich bewust moet blijven ten aanzien van hen, als hij stijgt in zijn meditatief gebed.

Hij zegt het Ashrei gebed (Psalm. 145) zoals we hebben uitgelegd.

Hij bidt zijn gebed voor zijn Meester [de gebeden voor “Hoor, Jisraël”, welke de wereld van Beriya rectificeren] en daarna moet hij staan [voor het Staande Gebed, welke is gerelateerd aan de interne sefirot van de wereld van Atziloet]. Men moet staan op dezelfde wijze als de engelen boven.

De profeet Ezechiël beschrijft in zijn visioen engelen als “recht opstaande benen” (Ezechiël. 1:7). Engelen staan nederig als een dienaar, wachtend om geroepen te worden door hun meester, terwijl de mens “lopend” heet, vandaar dat de Thorawetten  “halachot” genoemd worden, wat letterlijk “wandelen” betekend, om hem te leiden door de gemengd spirituele -fysieke natuur van zijn wereld. Aangezien iemands gebed de hoogste spirituele werelden in zijn meditatieve staat heeft bereikt, is het voor hem passend om zich te gedragen als een bewoner van die wereld niet pronkerig, maar nederig staand voor zijn Meester.

Het is nodig dat hij zich verbindt met de engelen.

Wanneer hij het Kedoesha  gebed bereikt, in de herhaling van het Staande Gebed, looft hij hen gelijktijdig met G’D.

Zij zijn naar verluidt “staande” zoals is aangegeven in Zacharia 3:7: “dan zal Ik jou toegang verlenen onder degenen die staan”. Men moet zijn hart en gedachte geheel tot zijn Meester keren en zijn vragen richten [te midden van de 13 zegeningen van het Staande Gebed].

Kom en zie. Op het moment, als iemand om middernacht opstaat uit bed om zich bezig te houden met het leren van Thora, verkondigt een [spirituele] bode over hem, “Aanschouw degene die G’D zegent, alle dienaren van G’D, die staan in het huis van G’D bij nacht” (Psalm. 134:1). Nu [na zonsopgang], als iemand in gebed staat voor zijn Meester, verkondigt deze bode over hem, “En ik zal je toestaan om te lopen onder degenen die staan” (Zacharia. 3:7)

De engelen worden beschreven als “staande” zoals we hebben uitgelegd.

Nadat iemand het [Staande Gebed] voor zijn Meester heeft beëindigd, moet hij voorbereidingen treffen om zichzelf weg te cijferen [bij de smeekgebeden na het Staande Gebed welke al zijn zonden ten aanzien van G’D rectificeert] naar de juiste plaats [malchoet].

Door “te vallen op zijn gezicht” (eigenlijk door zijn gezicht te laten rusten op zijn arm) en zich symbolisch weg te cijferen, maakt hij  zichzelf ontvankelijk om de spirituele overvloed te ontvangen, welke hij neerwaarts haalde toen hij afdaalde van de hemelse werelden terug naar de wereld van Asiya, vervolgens zegt hij het overgebleven gedeelte van de ochtenddienst.

De intentie is dat men op zijn gezicht valt tot het diepst gelegen niveau van de kelipot en zich teniet doet voor de Koningin, haar zelfs meer begerig makend in de ogen van de Koning die daarom Zijn Liefde op haar zal doen neerstromen. Zie Sha’ar HaKavanot, lezing op Nefilat Apayiem.

Hoe rijk is het advies van de Thora op alles! En wanneer iemand zijn gebed beëindigt, elk woord wat ontsnapt van zijn lippen in dat gebed stijgt hoog op en breekt door de atmosfeer en de buitenste hemelen, totdat het de beoogde plaats heeft bereikt  die het moest bereiken en gevormd wordt  tot een kroon die het Hoofd van de Koning kroont.

Het volgende advies, gegeven door de Heilige Zohar  heeft betrekking op de wijze hoe men het Staande Gebed  moet uitvoeren, welke in het algemeen “het gebed” wordt genoemd.

Kom en zie. Iemand die in gebed staat moet met zijn benen (voeten) bij elkaar staan (gelijk de engelen die zo staan), zoals verklaard. Hij moet zijn hoofd bedekken met [zijn talliet] op een manier alsof hij staat voor een koning. Hij moet zijn ogen sluiten zodat hij de shechina niet aanstaart.  

Het volgende is een verwijzing naar het boek van Rabbi Hamnuna Saba, welke vaak wordt aangehaald door Rebbe Shimon bar Jochai. Rabbi Hamnuna leefde gedurende de Tweede Tempel periode. Zijn boek is door de eeuwen heen verloren gegaan.

 In het boek van Rabbi Hamnuna Saba wordt gezegd dat iemand die zijn ogen opent tijdens het gebed, of zijn blik niet verlaagd [op zijn gebedsboek of] naar de grond, de Engel des Dood vroeg zal ontmoeten. En wanneer zijn ziel vertrekt zal hij niet het licht zien van de Shechina, noch zal hij sterven door een kus [door welke iemands ziel vertrekt in volmaakte harmonie van het fysieke naar de spirituele sfeer]. Iemand die de shechina minacht zal worden afgewezen door Haar op het moment dat hij Haar nodig heeft. Dit is geschreven in het vers “Want degenen die Mij hoogachten acht Ik hoog, maar de degenen die Mij geringschatten zullen worden veracht” (Samuel I 2:30). Dit verwijst naar degenen die de Shechina aanstaren wanneer zij in gebed staan.

Hoe is het mogelijk voor iemand om de shechina aan te staren?

Omdat het vers zegt, “Geen mens kan Mij zien en in leven blijven”(Exodus.33:20), wat impliceert dat hij alleen zal zien, als hij sterft.

Hoe dan ook, het is voor iemand goed om te weten, dat de shechina ongetwijfeld tegenover hem staat [zoals is geschreven,  “Stort je hart uit als water, wanneer je aanwezig bent tegenover het gezicht van G’D”(Klaagliederen 2:19). Dit is de betekenis van het vers “Toen keerde Hezekia zijn gezicht naar de muur” (Jesaja 3:2), omdat tegenover hem de Shechina  was. Dit is ook de reden waarom er geen enkele separatie mag zijn tussen iemand en de muur [tijdens het gebed].

Iemand die in gebed staat [Staande Gebed], moet het zodanig voorbereiden dat hij zijn Meester het eerste prijst.

Dit verwijst naar de eerste drie zegeningen van het Staande gebed. Het is ook een algemeen meditatieve techniek in de Zohar.  Voor de meeste Thora voordrachten, willen De Wijzen eerst G’D, de Thora en het Volk van Israël prijzen. Dit opent het verstand  en het hart voor de grootheid van G’D en creëert een spirituele ambiance voor een toevloed van inspiratie.

Later [te midden van de 13 zegeningen]  moet hij smeken voor wat hij verlangt [ met andere woorden berouw, Thora leren, gezondheid, verlossing etc.], want dit is de manier waarop Mozes bad. Eerst, “Mijn Heer, Eeuwige G’D [Havayah], U hebt Uw dienaar eerst het begin van inzicht gegeven van Uw grootheid en van Uw sterke hand. Inderdaad, zou er een macht in de hemel of op de aarde zijn die zulke werken en zulke machtige daden als de Uwe zou kunnen verrichten?” (Deuteronomiuim. 3:25), tot besluit, “Ik verzoek U dringend, alstublieft, laat me toch oversteken en dat mooie land zien dat aan de overkant van de Jordaan ligt….”(ibid. 3:25)

Rabbi Jehoeda vraagt waarom er een verandering is in de volgorde van de namen van G’d in dat vers.

“Heer, Eeuwige G’D is de omgekeerde volgorde van de spirituele werelden. “Heer” is hier “Ado – nai “, welke eerst wordt geciteerd, verwijzend naar koningschap of malchoet, Havayah“, het Tetragrammaton, is het hogere niveau, doch het verschijnt als laatstgenoemd.

Eerst wordt genoemd “Heer” (Ado – nai), gespeld alef, dalet, noen, joed, en als laatste  de naam Havayah met vocaalteken [in de traditionele lezing] in plaats van de uitspraak van de naam Elo – hiem.  De meditatie is daarom, om deze twee aspecten van G’ddelijkheid één te maken, malchoet één maken met Zeir Anpin.

De volgorde [van de namen] is om de eigenschap van dag [met andere woorden licht, goedheid, Zeir Anpin] te omvatten met de eigenschap van nacht [duisternis, oordeel, malchoet] en de eigenschap van nacht te betrekken met dag.

Het lezen van de naam Havayah als Elo – hiem laat de bedoelde overeenkomst met malchoet zien. De naam Elo – hiem is het creatieve aspect van het G’ddelijke en dat aspect verlangt grenzen en samentrekking van het oneindige licht. Dit deelt het een aspect van duisternis en oordeel (het benodigde vermogen om contractie te veroorzaken) van malchoet. Naar hen [Havayah als Elo – hiem] wordt ook verwezen als Moeder en Dochter of bina  en malchoet.

Deze [meditatie] [antwoord op de vraag van Rabbi Jehoeda ]verenigt de twee op een passende wijze met elkaar.

SHABBAT SHALOM       

     

   

Geef een reactie