PARASHAT WA’ERÁ

Ik ben verschenen     Exodus. 6:2 – 9:35

RABBI BAR JOCHAI

SPRAAK IN BALLINGSCHAP

ZOHAR I, p.24b

De Eeuwige sprak tot Mozes zegende, "Ga tot Farao de koning van Egypte spreken, dat hij de Kinderen van Israël van zijn land laat weggaan. Maar Mozes sprak ten aanhoren van de Eeuwige "Ach als de Kinderen van Israël al niet naar mij luisteren hoe zal Farao dan naar mij luisteren? Bovendien heb ik verzegelde lippen. "(Exodus. 6:10-12)

Wat bedoelde hij met, "Ik heb verzegelde lippen?" Eerder [in de vorige Thoralezing] was geschreven, "Ik ben geen man van het woord….want ik ben moeilijk van mond, het spreken valt me immers zwaar". (Exodus. 4:10) Maar de Eeuwige zei tegen hem, "Wie heeft de mens een mond gegeven? ….Ik zal je in het spreken bijstaan en Ik zal je leren wat je moet zeggen…." (ibid. 4:11-12)

Waarom stond Mozes er op dat Farao niet zou luisteren en zijn lippen waren verzegeld?

Nu is het voor iemand voorstelbaar dat dit niet gebeurt, en dat zijn lippen nog steeds waren verzegeld? Waar was dan de belofte die de Heilige, geprezen zij Hij maakte aan hem?

Hoe dan ook, dit is het mysterie:  Mozes was spraak verleend [toen G’D hem zei, "Ik zal je mond bijstaan"], doch spraak als uitgedrukt in woorden [verwijzend naar malchoet] was nog in ballingschap. Hij was niet in staat om zichzelf uit te drukken in woorden. En om die reden zei hij, "Hoe zal Farao naar mij kunnen luisteren? Zolang als woorden in ballingschap zijn, ik heb geen enkele mogelijkheid om mezelf uit te drukken. Ik ben op een bepaald stemniveau, maar ik mis de woorden, welke in ballingschap zijn." Daarom maakte de Heilige, geprezen zij Hij, hem een partner van Aaron.

Het vers 4:16 verklaart, "Hij zal voor jou tot het volk spreken". Aaron was een profeet, en was in staat om de G’ddelijke aanwezigheid, de Shechina, te manifesteren. Door verenigde krachten waren Mozes en Aaron in staat om G’ddelijke spraak te manifesteren ten aanzien van de Kinderen van Israël. ( Ramaz)

 Kom en zie: gedurende de tijdsverbanning van spraak, was de uitdrukking er van afgesneden, spraak was verzegeld zonder een expressie. Maar toen Mozes [ter tonele] verscheen, kwam de expressie ervan aan. Maar Mozes was een stem    zonder spraak, want spraak was in ballingschap.

Zolang als spraak in ballingschap was, ging Mozes stem zonder spraak [tot aan het partnerschap met Aaron. Maar voor zover Mozes zelf], continueerde deze situatie totdat zij kwamen aan de Berg Sinaï, toen de Thora werd gegeven. Op dat tijdstip werd stemexpressie verenigd met spraak, spraak werd in de juiste woorden uitgedrukt. En zo is er geschreven, "En G’D sprak al deze woorden zegende….." (Exodus. 20:1)

De verklaring is als volgt: het initiale moment van openbaring van G’D’s spreken tot de Kinderen van Israël was aan de Berg Sinaï,  toen zij de Tien Geboden hoorden. De naam van G’D die in het introducerende vers van de Tien Geboden werd gebruikt ("En G’D sprak al deze woorden…" ) was de naam Elo-hiem, gespeld alef, lamed, hei, yoed, mem.

Gedurende de verbanning, waren de yoed en de hei gesepareerd van de naam Elo-hiem, waardoor de letters alef, lamed, mem, alleen achterbleven, welke het woord "elem" vormen, wat "spraakloos" betekent. Maar toen de yoed en de hei werden gecombineerd met de alef, lamed, mem, vormend de naam Elo-hiem, werd de G’ddelijk Spraak gehoord. Op dat moment werd Mozes in staat gesteld om stemuitdrukking te geven in spraak.

Toen completeerde Mozes, daar stem en spraak één waren.

Kom en zie: gedurende de tijd dat Mozes in Egypte was, wilde hij spraak onttrekken van verbanning, maar spraak zei geen woord. Toen hij verbanning verliet en stem werd verbonden met spraak, leidde het spraakvermogen Israël.  Maar feitelijk sprak hij niet  [m.a.w G’D sprak niet in werkelijkheid door Mozes] tot aan het tijdstip dat zij bij de Berg Sinaï kwamen, en hij begon woorden van de Thora te spreken, zoals het behoort te zijn.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie