PARASHAT WA’ERÁ

Ik ben verschenen (Exodus 6:2 – 9:35)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar P. 25a

Deze vertaling is van “Raya MeHemna”, één van de subteksten van de Zohar, waar Rebbe Shimon de diepere betekenis van de mitzwot uitlegt, zoals die aan hem zijn geopenbaard. De hartgrondige meditatieve intentie van een persoon wanneer een mitzwa wordt uitgevoerd, is van grote mystieke waarde. De doelstelling om deze openbaringen te onderwijzen is, om de heilige Shechina in ballingschap te ondersteunen en te illustreren. Dit brengt de ultieme verlossing dichterbij en de uiteindelijke openbaring, dat G’D één is. De analyses gaan volgens de 13 vastgestelde interpretatieregels waarop de Thora wordt uitgelegd, en wel van de regel: “Een algemene term gevolgd door een bijzondere term”.

“Ik zal jullie als volk voor Mij nemen en Ik zal een G’D voor jullie zijn, dan zullen jullie weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit Egypte heeft gevoerd van de Egyptische dwang arbeid.” (Exodus. 6:7) Dit gebod [om G’D te kennen] is het eerste gebod van alle geboden.

De kennis van G’D in dit vers verwijst naar twee categorieën. De eerste naar het algemene begrip, dat er één hemelse macht is die de wereld stuurt. De tweede is het bewustzijn dat dit sturen en beïnvloeden, in deze wereld, tot in de meest gedetailleerde vorm plaats vindt.

Het beginpunt van elke mitzwa is, om G’D te kennen in Zijn algemeenheid. Wat betekent algemeenheid? Het weten dat er een overheersende macht is, die heerser is van deze wereld. Hij creëerde alle werelden [Arziloet, Beriya, Yetzira en Asiya], de hemelen en de aarde en al hun bijbehorende krachten. Deze algemeenheid [kennis van Hem] bestaat uit zes delen:

  • Het weten van het zijn [ het begrijpen van deze realiteit];
  • Een heersende macht [die alle krachten van dit universum beheerst];
  • Hogere [een achterliggende hogere reden over alle redenen];
  • Meester over alle werelden [en in hen actief zijn, m.a.w hen niet overlaten aan secondaire controlerende krachten];
  • Schepper van alle werelden [vanuit het niets tot in het zijn – ex nihilo];
  • En al hun krachten [het niet geloven dat de werking van de Schepping een zelf onderhoudend geheel is];

Dit alles is het begin om een waar algemeen vertrouwen in G’D te bereiken.

Aan de conclusie van alles [kennis en vertrouwen] in het uitzonderlijke is, Hem te kennen [in details].

Dit is de intieme essentie van het G’ddelijk die elke specifieke sefirot in zich draagt en door de devolutie van Zijn macht in de werelden en de geheimen van de Schepping.

Het algemene en het specifieke zijn het begin [atziloet] en het einde [Asiya], het geheim van mannelijk en vrouwelijk [positief en negatief] als een geheel. Zo vinden we dat een persoon in deze wereld handelt met het algemene en het specifieke [bij het bereiken van vertrouwen in G’D]. In deze wereld bestaat een persoon zelf ook uit het algemene en het specifieke. [In zijn algemeenheid existeert hij als een fysisch lichaam, gemaakt van specifieke ledematen]. Dit is de reden dat de allereerste essentie van kennis en denken moet zijn, dat er een heerser en rechter is in deze wereld en dat Hij de meester is over alle werelden. Hij maakte de mens van grond van deze aarde en ademde in zijn neusgaten de ziel van het leven.

Het Hebreeuwse woord voor “mens” is “adam”, het woord voor “grond “ is “adama “; het woord voor “adem” is “neshima”; het woord voor “ziel” is “neshama”. De handeling van ademen geeft leven aan het lichaam, welke de houder is van de ziel, ultiem afgeleid van de oorspronkelijke adem van G’D in de eerste mens. In het Hebreeuws zijn de eigenlijke woorden voor “mens” en “ziel” duidelijk gerelateerd aan deze concepten. Dit is een van de redenen waarom het Hebreeuws de Heilige Taal wordt genoemd, aangezien de specifieke letters en woorden de verhullende G’ddelijke betekenissen weergeven.

Toen het Volk van Israël Egypte verliet kenden zij G’D niet.

De meest extreme vorm van verbanningschap is, het niet weten van de existentie van G’D, in het algemeen en in het bijzonder. Egypte was de essentie van alle verbanningschappen en het gebrek aan kennis over G’D was het duisterste aspect van die verbanning. We worden constant aan de uittocht van Egypte herinnerd, omdat het in essentie het worstelen in ons eigen leven is, om duisternis te verlaten en om G’D te kennen.

Toen Mozes kwam [om hen te verlossen], leerde hij hun als eerste het gebod zoals is geschreven: “En je zult weten dat Ik, de Eeuwige jullie G’D, het is die jullie uit de ellende van Egypte brengt [noteer de aanwezige spanning!].

Het woord Egypte, in het Hebreeuws “Mitzrayiem”, is gerelateerd aan het woord “maytzariem”, wat “beklemming, restrictie” betekent. Het eerste gebod bij het verlaten van beklemmend bewustzijn is, het herkennen van het G’ddelijke.

Als het niet dit gebod had gegeven, zou Israël nooit en te nimmer waarde hebben gehecht aan alle wonderen en machtige daden die voor hen in Egypte werden volbracht. Zij begrepen, in het algemeen, dat deze mirakels en wonderen voor hen [in het bijzonder] gedaan werden.

Van hier kunnen wij concluderen dat het voor een persoon noodzakelijk is om te begrijpen en te geloven in Hem, die de geschiedenis maakt om zo de wonderen te verdienen die verbonden zijn met de verlossing van verbanning.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie