PARASHAT WA’ ERÁ

Ik ben verschenen     Exodus. 6:2 – 9:35

 Twee Namen voor Twee Broeders

 

Aaron en Mozes representeren elk een uniek aspect van heiligheid

 

Or HaThora, p. 145, p. 226 ff; Likoetei Sichot, vol. 16, pp. 67-68 & vol. 31, pp. 44-45; Meorei Or, s.v. kotel; Sha’ar HaYichud veHaEmunah 82a.

 

Aaron en Mozes……….Mozes en Aaron.” (Exodus. 6:26, Rashi)

 

Kabbala leert dat Mozes en Aaron de twee G’ddelijke Namen, respectievelijk Havayah en Elokiem personifiëren. De Naam Havayah geeft G’D’s Transcendentie aan, terwijl de Naam Elokiem Zijn immanentie  binnen de Schepping aangeeft. De duiding naar deze twee Namen in deze volgorde refereert aan het ervaren van de eenwording van deze twee Namen, met andere woorden: aan het bewustzijn van G’D’s Transcendentie dat Zijn immanent karakter informeert.

 

Er zijn twee wijzen waarop wij dit bewustzijn kunnen ervaren: als een gift van G’D of als een resultaat van onze eigen inspanningen. De eerstgenoemde ervaring is meer transcendent, maar de laatstgenoemde doordringt ons bewustzijn grondiger en permanent. Beiden zijn noodzakelijk en zouden deel uitmaken van het ”Geven van de Thora”.

 

De frase “Aaron en Mozes” [verwijzend naar de volgorde van geboorte] duidt op de wijze hoe G’D dit bewustzijn aan ons verleent: afdalend “op een natuurlijke wijze”. De frase  “Mozes en Aaron” [verwijst naar hun spirituele aard) duidend op de bestendigheid van G’ddelijk bewustzijn als we het verkrijgen als  resultaat van onze eigen inspanningen.

 

“Mozes maakte een teken op de muur waar de zon een schaduw had geworpen” (Rashi op 9:18: Aanschouw, Ik zal morgen om deze tijd een zo’n  zware hagel doen neerkomen als er nog nooit in Egypte geweest is vanaf zijn ontstaan tot nu toe.)

 

Het unieke  van deze  plaag van hagel was de mengeling van G’ddelijke barmhartigheid en oordeel.  Allegorisch uitgelegd  verwijst de zon  naar de Naam Havayah en de muur naar de Naam Elokiem.  Deze plaag werd  teweeggebracht door de eenwording van G’D’s eigenschap van barmhartigheid en streng oordeel, die worden gekenmerkt door deze twee Namen. Op een vergelijkbare manier, is er in deze plaag -ofschoon dit in het bijzonder een strenge plaag was- een samengaan te zien van,  zoals aangegeven in de voorafgaande grove waarschuwing, van strengheid en van barmhartigheid, omdat  de waarschuwing barmhartige instructies bevatte om het te voorkomen.  In dit verband kan ook worden gezien: de hagel  bevatte water en vuur, dat correleert met de G’ddelijke eigenschappen van barmhartigheid en streng oordeel.

 

En tot slot, de Naam Havayah gaat tijd te boven, terwijl de Naam Elokiem G’D’s aanwezigheid vastlegt in de natuur, inclusief tijd.  Voor zover deze plaag, net als alle plagen, de Naam Havayah manifesteerde,  geeft  het aan dat het de eenwording van de twee Namen Havayah en Elokiem belichaamd vanwege het feit dat het vooruit werd getimed.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

Geef een reactie