PARASHAT VAJIKRA

En Hij riep Leviticus. 1:1 – 5:26

Rabbi Moshe ben Nachman

Het brengen van offers alleen aan de Ene

Commentaar van de Ramban op de Thora

Kabbala leert dat esoterische kennis ligt opgesloten in de offergaven. Onze Rabbi’s hebben gezegd, in de Sefré en aan het eind van Tractaat Menachot: “Shimon ben Azai zegt, ‘Kom en zie wat is geschreven in het gedeelte van offergaven: Het zegt niet met betrekking tot deze offergaven ‘E-l’, noch ‘Elo-hecha (jouw G’D)’ noch ‘Elo-hiem‘, noch ‘Sha-dai‘, noch ‘Tze-vaot‘, maar alleen de naam Havayah, om niet een tegenstander [ met andere woorden, een gelover van meervoudigheid] de gelegenheid te geven om denigrerend aan te vallen.”

Mogelijkerwijs zou men kunnen zeggen dat G’D behoefte heeft aan voedsel, daarom zegt de Schrift: ‘Als Ik honger had, zou Ik het u niet zeggen, want de wereld is Mijn en de volledigheid ervan.’ (Psalm 50:12), zo te zeggen, ‘Ik heb alleen offergaven aan jullie opgelegd omdat Mijn Wil zal worden genoemd en volbracht.'”

Aan het begin van Torat Kohaniem vinden we evenzo: “Rabbi Josei zegt: Overal waar een offergave is aangehaald in de Schrift, wordt de naam Havayah gebruikt, om geen aanleiding te geven voor het vinden van pluralistische zinspellingen tegen het principe van Eenheid. Dit zijn de woorden van de Rabbi’s zaliger gedachtenis.

Maar we vinden wel [ergens anders in de Schrift] verzen zoals: “het brood van ‘Elo-heichem‘[hun G’D], zij offeren; offer aan ‘Elo-hiem‘ de offers dankzegging” (Psalm 50:14), enzovoort. Echter, het slachten [van de offergaven] behoort toe aan de naam Havayah alleen, met de bedoeling dat [degene die slacht] geen enkele intentie heeft ten aanzien van iets anders in deze wereld, dan Havayah alleen. Dit is wat de Wijzen bedoelen wanneer zij zeggen: “De Schrift heeft al deze Diensten toegewijd aan de naam Havayah.”

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie