PARASHAT TSAV

Gebied (Leviticus 6:1- 8:36)

SHABBAT HAGADOL

RABBI JITZCHAK LURIA
DE GESCHRIFTEN VAN DE ARI

De Eeuwige sprak tot Mozes, zeggende: “Draag Aaron en zijn zonen het volgende op, ‘Dit is de instructie voor het in vlammen – opgaand offer.
Dit is wat op de brandstapel, op het altaar, in vlammen opgaat, de hele nacht door tot aan de ochtend, terwijl het altaarvuur gedurende die tijd brandend moet worden gehouden. De priester doet een linnen gewaad aan en trekt een linnen broek over zijn blote lichaam aan, neemt de as waarin het vuur het in vlammen opgaande offer op het altaar verteerd zal hebben en legt die naast het altaar neer. Dan doet hij zijn kleren uit, doet andere kleren aan en brengt de as weg, buiten de legerplaats, naar een reine plaats.”
(leviticus. 6:1-4)

In deze passage, welke deze Thoralezing opent, beschrijft de Thora de instructies bekend als “verheffing van de as”. (Rambam, Mishna Thora, Tamidiem oeMoesafiem 2:10-15) Dit was één van de eerste dingen die gedaan werden in de dagelijkse Tempeldienst, nadat het vuur op het altaar de hele nacht alle offers had verbrand. In dit ritueel, de verzamelde priester een bepaalde hoeveelheid as van bovenop het altaar, en plaatste het vervolgens op de grond naast het altaar; deze as zou ter plekke door de grond worden geabsorbeerd. Dit werd elke morgen gedaan.
Ter additie, telkens wanneer de as op het altaar zich zodanig ophoopte dat er geen plaats meer was voor het hout, verzamelde de priester deze as en bracht het buiten de legerplaats (of, toen de Tempel was gebouwd in Jeruzalem, buiten de ommuring van de stad) en deponeerde het daar. Wanneer hij dat deed, was hij verplicht zijn reguliere linnenkleding te dragen. De Arizal bespreekt de significantie hier van .

De priester personifieert de eigenschap van zilver, de zuiverheid van chesed.

De Tempeldienst was verdeeld tussen twee klassen van de stam Levi: de priesters , welke de leden van de stam Levi waren die direct afstamden van Aaron, en de Levieten, de andere leden van de stam. De priesters deden de offerdienst, terwijl de Levieten functies vervulden die gerelateerd waren aan het onderhoud van de Tempel. De Levieten vormden eveneens koor en orkest, die bepaalde offers van de offerdienst vergezelden.

Spiritueel bestaat een offergave uit twee bewegingen, een opwaartse en een neerwaartse.
Het dier stijgt, op het altaar, in vlammen op, aangevend het effect van elevatie  van de animale natuur van de mens in heiligheid. Dit brengt neerwaartse uitstroming van G’ddelijke barmhartigheid teweeg. De priesters symboliseren de neerwaartse reactie van de offergave, aangezien het resultaat van de rituelen die zij verrichten is (het slachten en verbranden van het dier), dat een G’ddelijk vuur neerdaalt van de hemel, op het altaar, om de offergave te consumeren. De Levieten, in tegenstelling,  representeren de opwaartse opstijging van het menselijke hart, zoals wordt uitgedrukt in het consumeren van de offergave in de vlammen, in hun muziek en zang.

Deze twee bewegingen reflecteren de aard van de eerste en tweede voornaamste sefirot  van emotie: chesed en gevoera.  De neerwaartse stroom van G’D’s barmhartigheid in deze wereld is een expressie van Zijn chesed, terwijl de extatische opwaartse stijging van de ziel, de vurige kracht (gevoera) van menselijke liefde en verlangen voor G’D uitdrukt, in de zang die de offergave vergezelt.
In een meer kleurrijke bewoording, de zoete neerwaartse vloeiing van chesed wordt gereflecteerd in het pure transparante van water of  de zuiverheid van de kleuren wit en zilver, terwijl de vurige vlammen van Gevoera worden gereflecteerd in de schittering van rood en goud. Overeenkomstig worden de twee metalen, zilver en goud, respectievelijk geassocieerd met de sefirot van chesed en gevoera.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie