PARASHAT TSAV

Gebied (Leviticus 6:1 – 8:36)

SHABBAT HAGADOL

Vandaag de dag, terwijl wij ons in verbanning bevinden, introduceerden de geleerden de dagelijkse geordende dienst van gebeden als een vervanging voor de publieke offerdienst in de Tempel.
Gebeden hebben eveneens het vermogen om deze eenheid tussen ons en de Onuitsprekelijke Naam tot stand te brengen.
Door het zeggen van de relevant geschreven gedeelten van de dagelijkse publieke offerdienst in ons gebedenboek, het in acht nemen van de geboden en verboden, het zeggen van alle bracha´s, zegeningen, en het ons verre houden van de karakteristieke onvolkomenheden, net zoals de dieren die geofferd werden vrij moesten zijn van fysieke onvolkomenheden, kunnen wij ons zelf kwalificeren als zijnde een korban, een offer aan G´D.
Daardoor hebben wij aan de voorwaarden van de drie niveaus, gedachten, spraak en uitvoering, voldaan.
De bewegingen van onze lippen tijdens het zeggen van de parshat hakorbanot, tekstgedeelte van de offers, wordt beschouwt als de “daad”.
Laat ons nu sommige details bespreken over de gedeelten die handelen over de priesters die de offerdienst deden, de dieren die werden geofferd, en de tijdstippen waarop deze offers moesten worden gebracht.
In parasha Emor gaat de Thora in op specifieke wijding van de priesters. Zij mogen zich niet ritueel ontwijden door kontact of associatie met een dood lichaam omdat zij het zijn die de offers brengen, welke de mens rehabiliteert van het inbrengen van verontreiniging in deze wereld.
Het is hen niet toegestaan om gescheiden vrouwen of prostituees te huwen, of vrouwen, die voortkomen uit huwelijken die verboden zijn voor priesters. Het bovengenoemde symboliseert uitwijzing, m.a.w De menselijke verwerping uit de kring van heiligheid naar een domein van klipot, een domein waar verontreiniging domineert. Beide, de priester die de offers brengt en het dier dat geofferd wordt, moeten vrij zijn van onvolkomenheden, omdat zij heiligheid representeren. Het fenomenaal in onze wereld is verdeeld in vier basisgroepen genaamd: domeen, inerte massa, tsomee’ach, vegetatie, chai, levende creaturen, en tot slot de medabeer, articulerende levende creaturen, m.a.w de mens. Deze vier fenomenale categorieën in deze wereld symboliseren de vier basiselementen. Inerte massa, de laagste levensvorm, symboliseert het element afar, stof, aarde. Vegetatie symboliseert het element majiem, water, want wanneer regen valt op aarde irrigeert en stimuleert het de groei van alle gewassen. Dieren en vogels symboliseren het element roe’ach, lucht, geen enkel levend creatuur kan zonder lucht existeren. De mens, die zich onderscheidt door zijn ziel, symboliseert het vierde element eesh, vuur, of te wel spiritueel licht; zie Spreuken 20,27 “nér HaShem neshmat adam,” “de ziel van de mens is het licht van de Eeuwige.”

De korbanot, de geheiligde offers, vormen te samen de vier typen van creaturen in deze wereld. Het zout representeert het domeen, inerte massa.
De Thora legt op dat het een deel moet zijn van elk offer (Wajikrá 2,13).
Het minchot, vrijwillige offers en ook de nésechiem, plengoffers, met hun overwegende inhoud van meel en wijn, representeren tsomee’ach, de groeiende vegetarische materie. De levende creaturen worden respectievelijk gerepresenteerd door offers van vee, schapen, geiten, duiven en tortelduifen.
De vierde categorie van creaturen, de articulerende mens, wordt gerepresenteerd in elk offer dat door een persoon wordt gebracht met de gedachte om dichter tot G’D te komen en zijn levenskracht, nefesh, aan Hem over te dragen.
Het dagelijkse olé, het in vlammen opgaande offer, werd eenmaal in de morgen en eenmaal in de avond geofferd. De moesafiem, toegevoegde offers, werden geofferd na de dagelijkse ochtend olé op de dagen waarop een moesafoffer gebracht moest worden, o.a. op Shabbatdagen, Nieuwe Maan en de verschillende Feestdagen.
De offers door personen voor purificatie, omdat zij zich ritueel hadden verontreinigd, moesten onmiddellijk na alle andere purificatierituelen gebracht worden. Zondeoffers moest worden opgedragen na het, onopzettelijk, begaan van de zonde.
Er is zelfs een offer, genaamd ashem taloei, een zondeoffer van onzekere nature, welk geofferd moest worden wanneer iemand twijfelde over een begane overtreding.
Deze instructies zijn om het bewustzijn in ons zelf op te roepen, zodat wij in staat zijn het hoogst mogelijk niveau te bereiken in onze affiniteit met G’D.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie