PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

De geslachten van Jitschak (Genesis 25:19 – 28:9)

Reb Izaak van Krakow wilde een nieuwe synagoge bouwen voor zijn gemeente, maar hem ontbrak de financiële middelen. Op een nacht droomde hij dat er een schat begraven zou zijn onder een brug in Praag. De volgende dag regelde hij zijn bezigheden en vertrok naar de Tsjechische hoofdstad.

Toen hij de stad bereikte was hij overgelukkig. De brug namelijk daagde exact op zoals in zijn droom. Maar toen hij begon te graven,

voelde hij, hoe een sterke hand hem bij de arm greep. “Wat ben je aan het doen? Je kunt hier niet zomaar gaan graven,” zei een agent.

Reb Izaak vertelde de agent zijn verhaal, het verlangen om een synagoge te bouwen, zijn droom over de begraven schat en zijn reis vanuit Polen. Dwaze man, zei de agent. “Een paar nachten geleden droomde ik van een schat die begraven zou liggen onder een fornuis van een Jood, genaamd Izaak, wonend in Krakow.

“Denk je nu werkelijk dat ik helemaal naar Krakow zou reizen om te kijken of daar een schat zou zijn?”

Reb Izaak glimlachte en keerde terug naar Krakow. Hij groef onder zijn fornuis, vond de schat en bouwde zijn synagoge. Waar hij zolang naar uitkeek was direct begraven onder zijn eigen huis.

“Alle putten die de knechten van zijn vader gegraven hadden in de dagen van zijn vader Awraham hadden de Filistijnen dicht gestopt, door ze met aarde te vullen…………..En Jitschak groef de waterputten weer op die men in de dagen van zijn vader Awraham gegraven had en die de Filistijnen na de dood van Awraham dicht gestopt hadden en hij gaf ze dezelfde namen die zijn vader eraan gegeven had. “Genesis 26: 15 – 18

Awraham, Jitschak, Ja’akov zijn meer dan alleen maar de voorouders van het Joodse volk, zij zijn de grondleggers van de Joodse ziel. Zodoende bestuderen we hun leven en analyseren we al hun daden en woorden, want deze zijn de fundaties van onze identiteit en de bouwstenen van ons karakter en onze psyche.

De Thoralezing van deze week focust zich op de Patriarch Jitschak. Onder alle de patriarchen was Jitschak uniek. Hij was de enige die nooit het Heilige Land, Eretz Jisraël heeft verlaten. Zelfs wanneer hij dat overwoog, tijdens een periode van grote hongersnood, gaf G’D hem een specifiek missive,””…. Verblijf in dit land en Ik zal met je zijn……”( Gene. 26:3 ).

Waarom werd Jitschak bevolen om in Eretz Jisraël te leven? Onze geleerden leggen uit dat hij, na te zijn gebracht als offergave op de Berg Moria, een wijdingsoffer werd en daarom niet over de grenzen van het heilige genomen kon worden. Binnen deze uitleg ligt ook een persoonlijke boodschap. Jitschak stond zijn vader gewillig toe om hem te binden (Akéda: binding) als offer; hij gaf zich compleet, zelfs zijn leven , voor het belang van G’D. Uiteindelijk was het niet G’D’s verlangen. Hij wilde dat Jitschak leefde en wel in deze wereld, om te huwen en om kinderen groot te brengen en om welvarend te worden. Maar na éénmaal te zijn gewijd als offer en zijn bereidschap om alles op te geven voor G’D, was zijn verwantschap ten aanzien van bepaalde aangelegenheden anders. Hij had te leven in Eretz Jisraël; m.a.w. zelfs zijn externe omgeving, de verbondenheid met zijn werk en zijn familie, moest gekarakteriseerd zijn door heiligheid. Maar ondanks anderen met de roep en zorg voor heiligheid, wilde hij niet leven als een kluizenaar. Integendeel, de Thora beschrijft kleurig zijn familieleven en hoe hij op een fabuleuze manier rijk werd, maar dit waren alleen uiterlijkheden. Het hart van zijn existentie was de volledige overgave en toewijding aan G’D die hij deed op de Berg Moria. Maar in plaats van “sterven” vóór G’D, leefde hij vóór G’D, d.w.z zijn band met Hem, uitreiken naar elk facet en element van het dagelijkse leven. Hij leefde in de materiële wereld, maar zijn handelingen waren spiritueel, alles wat hij deed was bezield met de G’ddelijke bedoeling.

Dit concept is weergegeven als onze Geleerden de uitvoerende werken van Jitschak beschrijft: het graven van bronnen. Wanneer iemand een bron graaft, penetreert hij het aardse oppervlak en opent een fontein van levend water dat diep verborgen was.

In elk wezen is zo een fontein. Jitschak was in staat water te vinden, waar niemand anders toe in staat toe was. Omdat hij zich richtte op G’ddelijkheid, kon hij in elk geschapen wezen de G’ddelijke essentie ontdekken.

In het dagelijks gebed worden we herinnerd aan Jitschak’s offering.

Want het gebed is het juiste moment, net zoals Jitschak op de Berg Moria, om ons te binden aan G’ddelijkheid. De kracht van deze binding beïnvloedt de wijze van gedrag in ons dagelijks leven. Zelfs als we onze dagelijks activiteiten uitvoeren, na gebed, zullen we spiritueel gezien, ” Eretz Jisraël niet verlaten”. We zullen “leven voor G’D “, het bewustzijn van G’D inbrengen in al onze aangelegenheden. En we zullen bronnen graven en de fontein in het leven van elk persoon ontdekken.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie