PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

De Geslachten van Jitschak — Genesis 25:19 28:9

 

Deze keer was het niet ideologie, religieuze wedijver, of hoogdravende rassentheorieën. De reden voor hun agressief wangedrag was eenvoudig: naijver.

” Hij ( Jitschak ) werd steeds rijker en was tenslotte schatrijk. Hij bezat kudden schapen en runderen en zoveel knechten dat de Filistijnen afgunstig op hem werden. Daarom verstopten de Filistijnen al de putten die de knechten van zijn vader Avraham indertijd gegraven hadden en gooiden ze dicht met zand ( Gen. 26, 13-15 ).

Openlijk hebben ze Jitschak waarschijnlijk vriendelijk bejegend. Ze zullen de vermogende buitenstaander geprezen hebben, die immers de economie van het land de hoogte injoeg. Ze hebben hoogstwaarschijnlijk verklaard dat ze niet in staat waren om deze “onverantwoordelijke elementen” onder controle te krijgen die aan hun naijver uiting gaven door de putten vol te stoppen met zand.

Daarbij was het voor hen klaarblijkelijk minder van belang dat ze de watervoorraad van het land– van levensbelang voor iedereen– schade toe brachten, dan dat ze erin zouden slagen alle sporen van Jitschaks historische aanspraak op het land uit te wissen.

Dus ze vulden de bronnen dus met zand. Daardoor zouden er niet alleen geen water meer zijn, maar ook zou er niemand meer weten waar er ooit water geweest was.

De Bijbel vertelt ons niet hoe Jitschak reageerde op deze daden van vandalisme.

Zover we weten hield hij zich rustig. Wellicht poogde hij zo met opzet de incidenten in de doofpot te stoppen. Het is zeker niet onmogelijk dat zijn experten hem aanraden–ter wille van de goede relaties– van de incidenten geen zaak te maken.

Als dit inderdaad de berekende politiek van Jitschak was, dan had het in ieder geval geen effect. Op de actie van het gepeupel volgde de officiële uitspraak.

Deze officiële uitspraak kwam van niemand minder dan van een oude kennis, Avimelech, die nog maar pas toen hij Jitschaks bedrevenheid en kapitaal ( en misschien zijn stem ) nodig had, verkondigd had dat “een ieder die deze man of zijn vrouw te na komt onherroepelijk ter dood wordt gebracht” ( Gen. 26, 11 ).

Nu sloeg hij een andere toon aan. Het moet echter gezegd worden ten voordele van Avimelech, dat hij zijn sinister plan niet in diplomatieke dubbele bodemtaal verpakte: “En Avimelech zei tot Jitschak: Ga bij ons weg, want u bent ons veel te machtig geworden” ( vers 16 ).

Toen Jitschak het decreet vernam, protesteerde hij niet en evenmin spande hij zich in om zijn historische rechten te bewijzen. Hij was zeker niet gelukkig met het decreet. Hij scheen echter maar al te goed te weten dat sommigen van de alternatieven heel wat slechter hadden kunnen zijn. In de daarop volgende jaren zouden zijn afstammelingen te leren hebben dat het erger is om gevangen gehouden te worden in een land, dan uitgedreven te worden uit het land dat ze met zweed en bloed hadden helpen opbouwen. Dit gebeurde slechts enkele generaties later in een gelijksoortige situatie in Egypte ( zie Ex. 1, 9-10 ).

Dit was de eerste, maar helaas niet de laatste keer dat Jitschak en zijn afstammelingen de kreet ” Juden raus!” zouden horen. Raul Hiberg in zijn monumentaal werk The Destruction of the European Jews somt beknopt de drie vormen van anti-Joodse politiek op die geschiedenis te zien gaf: bekering, uitdrijving en vernietiging. ” De Christelijke missionarissen zeiden: Jullie hebben geen recht om onder ons als Joden te leven ( oplossing: bekering ).

De wereldlijke heersers die volgden hadden verkondigd: Jullie hebben geen recht om onder ons te leven ( oplossing: uitdrijving ). En de Duitse nazi’s tenslotte decreteerden: Jullie hebben geen recht om te leven ( oplossing: vernietiging ).”

Men zou in de geschiedenis van de aardsvaders een waarschuwing kunnen vinden omtrent deze drie historische stadia. Avraham was het slachtoffer van religieuze dwang en intolerantie. Jitschak werd uitgedreven om socio- economische redenen. En Jacob werd geconfronteerd met bedreigingen van vernietiging zowel van Esau als van Pharao.

En later, toen het Joodse volk gelegerd was in de woestijn na de uittocht van Egypte, verzocht Balak Koning van Moab, de profeet Bilam om het Joodse volk te vervloeken, omdat hij en zijn volk zich bedreigt voelde door de Israëlieten.

HIJ VROEG NIET OM EEN ZEGEN VOOR ZIJN EIGEN VOLK, MAAR OM EEN VERNIETIGING VAN EEN ANDER.

“Toen trok Jitschak daar weg en sloeg zijn tent op in de wadi van Gera” (vers 17). Daar, in de woestijn, hoopte hij aan de naijver van de Filistijnen te kunnen ontsnappen. In plaats van zijn energie te verspillen aan een conflict met vijandige buren of aan verdedigingsstrategieen, verkoos hij onafhankelijke productieve activiteiten

Zo gauw als hij zich op het nieuwe terrein had gevestigd, begon hij al gravend naar water te zoeken. Zolang Jitschak zich afsloofde in hard labour, werd hij door niemand gestoord. Maar zodra hij mwater vond, kwamen de herders van Gerar op de proppen en riepen: “Dat water is van ons” ( vers 20 ).

Jitschak nam thans de grimmige werkelijkheid onder ogen dat zich vestigen in het land, zoals door de Almachtige bevolen werd ( Gen. 26, 3) een niet eenvoudige taak zou zijn. Hij vatte de situatie samen door de nieuwe bron Eseq ( twist ) te noemen. Hij werd er zich van bewust dat er tussen hem en de herders van Gerar altijd twist zou bestaan. Tot hij een tweede put groef, was hij er zich echter niet van bewust dat deze twist over water zich zou gaan ontwikkelen tot haat zonder meer.

Toen de mannen van Jitschak een andere put groeven en de mannen van Gerar opnieuw kwamen om hierover te twisten, noemde hij deze tweede bron Sitna ( haat ). Wat anders dan haat motiveerde hun daden, nadat zij dank zij Jitschaks inspanningen een overvloed aan water hadden verkregen?

Hoe reageerden Jitschak op nieuwe golf van aanvallen? Hij bleef verder gaan op zijn weg waarbij het hem te doen om aan de wildernis te leven en zegeningen te brengen. Een zorgvuldige lezing van de Bijbel laat ons zien dat de vroegere putten gegraven werden door de dienaren van Jitschak, maar dat de volgende de put door Jitschak zelf gegraven wordt. De dienaren moeten het opgegeven hebben, toen ze zagen dat hun inspanningen voortdurend werden gedwarsboomd. Ze moeten met Jitschak gesproken hebben, waarbij ze er zich voor uitspraken om ofwel de streek te verlaten, ofwel gewapend actie te ondernemen tegen de mannen van Gerar. Jitschak stond thans helemaal alleen.

Hij was er echter van overtuigd dat hij op langer termijn er in zou slagen zijn vijanden tot vrienden te maken. Zijn persoonlijk voorbeeld zou hen ten lange leste ervan overtuigen dat ze hem niet konden breken, hoezeer ze het er ook op aanlegden. Zoals we weten, had deze politiek effect. Deze keer, zo vertelt de Bijbel ons, was er geen twist over de bron en daarom kreeg de nieuwe put de naam Rechovot, want hij zei: ” nu heeft de Almachtige ons ruimte gegeven zodat we kunnen groeien in het land” ( vers 22 ).

Het Bijbelse verhaal van de relaties tussen Jitschak en de Filistijnen houdt hier niet op. Het gaat verder tot het een volledige cirkel vormt wanneer Avimelech en zijn stafchef aan Jitschak een vredesverbond voorstellen, “nu we duidelijk zien dat de Almachtige met u is” ( vers 28 )

Ze waren het er nu mee eens dat Jitschak in de streek dingen tot stand had gebracht die ten goede kwamen aan het hele gebied.

Het verhaal houdt echter niet op met dit vredevolle happy-end, maar vertelt ons verder hoe Jitschak waterbronnen blijft zoeken. Jitschak wist dat een vredesverbond en zelfs vele vredesverbonden niet voldoende waren om het gebod van de Almachtige te volbrengen om ” TE WONEN IN HET LAND”. Hij wist dat dit gebod enkel vervuld werd door het volgehouden, harde werk van het graven naar meer en meer bronnen van levend water.

Geef een reactie