PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

De geslachten van Jitschak (Genesis 25:19 – 28:9

We hebben reeds eerder uitgelegd dat de esoterische dimensie van ma’aser, tienden, kenbaar wordt gemaakt door de drie dimensies van de letter joet welke ontplooit in drie giften aan het Joodse Volk, met andere woorden, Thora, Erets JisraëlOlam Haba. Het concept Thora kan worden samen gevat door de letter joet, met andere woorden, De Tien Geboden, welke symbool staan voor alle 613 geboden van de Thora. Het totaal aantal letters in de Tien Geboden is 613 (de letter joet heeft een numerieke waarde van 10). De Tien Geboden zijn heilig.

De tweede gift is Erets Jisraël; de Mishna Keliem 1,6 beschrijft tien successievelijke fasen van heiligheid, van heilige gebieden, Erets Jisraël, als zodanig is de bodem van de lijst van deze heilige gebieden.
De volgende, de hogere graad van heiligheid, is gegrondvest in ommuurde steden (daterend uit de tijd toen Jozua het Land veroverde) binnen Erets Jisraël, gevolgd door plaatsen binnen de ommuring van Jeruzalem, gevolgd door de Tempelberg enzovoorts, tot aan het Heilige der Heilige, in het Heiligdom, De Heilige Tempel.

De derde gift aan het Joodse Volk is de gift van Olam Haba, de Komende Wereld, welke we naar weten was gecreëerd met de letter joet in tegenstelling tot de huidige wereld, welke was gecreëerd met de letter .
De Erets Jisraël in onze wereld moet gezien worden als “tegenovergesteld” aan hetzelfde gebied in een “hogere” wereld aangehaald, door Jesaja, 60,21: “Uw volk (Israël) is rechtvaardig; het zal een eeuwig land erven.”
Dit “eeuwig” land is een esoterische dimensie van de tien directieven waarmee G’D het universum creëerde. We weten dat een enkel directief de nucleus was van alle andere directieven, juist zoals de eerste van de Tien Geboden de nucleus is voor alle anderen geboden. Het kan daarom worden omschreven als het Kodesh Kodoshiem, het Heilige der Heilige. Al deze giften zijn direct gerelateerd aan de patriarchen.
De gift van Erets Jisraël begon werkelijkheid te worden toen Izaak werd verboden om het land te verlaten, zelfs tijdens een periode van hongersnood en G’D legde uit dat dit was omdat dit land was gegeven aan hem en zijn nakomelingen. (Genesis. 26, 2-3)

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie