PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden (Exodus 27:20 – 30:10)

SHABBAT ZACHOR

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar P. 179b

Rebbe Shimon opent zijn verhandeling [met betrekking tot de eerste woorden van de parasha, welke in het Hebreeuws zijn: “VeAta”, “En je (zult gebieden…)”] door te zeggen: “Het is geschreven, En U [Hebreeuws, VeAta], O G’D [Havayah] verwijder Uzelf niet van mij; O mijn sterkte, kom snel mij te hulp” (Psalm. 22:20). Het woord “VeAta” [welke de heilige verbondenheid van de spirituele dimensie Noekva representeert] en de naam Havayah [Zeir Anpin] zijn allen één entiteit “Verwijder Uzelf niet van mij”.

Dit is een gedachte dat de namen Havayah en Ado-nai verenigt zullen blijven in mijn bewustzijnsperceptie en zichzelf niet aan mij onttrekt, door te verdwijnen naar een hogere sfeer van spiritualiteit.

De naam Havayah representeert het oneindige barmhartige aspect van het G’ddelijke, terwijl de naam Ado-nai het strenge oordeel vertegenwoordigt. De gedachte-weergave van het woord die de naam Havayah bevat wordt weergegeven in vele Sefardische gebedsboeken waar Ado-nai verkleind is afgedrukt in de laatste letter hei.

Wanneer deze twee aspecten van het G’ddelijke worden gesepareerd, is het grote spirituele licht, welke de mens in staat stelt het G’ddelijke in alle opzichten van zijn leven te zien, verduisterd. Dan is het licht [G’ddelijke barmhartigheid] op geen enkele wijze gevestigd in deze wereld.

Deze [separatie tussen het licht van het G’ddelijk, Zeir Anpin en Malchoet / fysieke realiteit] veroorzaakte de destructie van de Tempel in de dagen van Jeremia. Ondanks dat de Tempel naderhand werd herbouwd, kwam het licht van de aanwezigheid van het G’ddelijke niet volledig terug (Joma 21b).

Het feit dat de Shechina niet terug kwam wordt indirect gesuggereerd door de specifieke naam van de profeet die de destructie voorspelde van de Eerste Tempel: Jeremia.

Zijn naam kan in tweeën worden gedeeld: “Jarim”, wat wegtrekken betekent en de letters joet-hei-vav, welke de letters zijn van de naam Havayah. Vandaar dat zijn naam betekent, “De verdwijning van het G’ddelijke.”

Dit omdat het hemelse licht was weggetrokken en niet meer terugkeerde naar zijn plaats, zelfs nadat de Tempel was herbouwd.

Maar de imago van Jesaja bracht redding [voor de Israëlitische natie], terugkeer van het hemelse licht naar zijn gepaste plaats en de herbouw van de Tempel; en alle vorige goedheid en al het licht keerde terug zoals voorheen.

“Jesaja” in het Hebreeuws “Jesjajahoe”. “Jisha”, betekent redding, en de letters joet-hei-vav aan het einde van zijn naam zijn de letters in de G’ddelijke naam Havayah. Zijn naam representeert de terugkomst van het G’ddelijke bewustzijn naar zijn gepaste plaats.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie