PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden (Exodus 27:20 – 30:10)

In Parashat Teroemá, de vorige parasha, werd uitvoerig uiteengezet dat het Tabernakel een hernieuwing was van de scheppingswerken, m.a.w een microkosmos, en dat het diende als een rehabilitatie voor de schade aan G’D’s universum dat werd teweeggebracht door de zonde van Adam.
Ook werd uitgelegd dat er een parallel Tabernakel was in de Celestische Regionen.
Aharon, als Hoge Priester, symboliseert de menselijke rehabilitatie en herstelde de verwijdering met G’D, die door de zonde van Adam werd veroorzaakt.
Ten aanzien van Aharon schrijft de Thora 28,1: “we’ata hakereef eelecha et-aharon Achiecha………” “zoals voor jou (Mozes) breng je broer Aharon dichterbij …….”.
Hier geeft de Thora een esoterische dimensie weer van het vers in Leviticus 16,17: “we-chol adam lo-jijè be’ohèl mo’eed…..” “Geen mens mag zich in de tent-der-samenkomsten bevinden……”. Dit is een verwijzing naar de oorspronkelijke Adam (mens). Het universum werd geschapen onder de bescherming van chessed, barmhartigheid, zoals we weten van Psalm 89,3: “Het universum is gebouwd met behulp van barmhartigheid.”
In connectie met Aharon zien we dat de Thora (Deuteronomium.33,8) spreekt over “oel’levie amar toemècha we’oerechècha le’iesh chasiedecha” – En omtrent Levie zei Hij: Uw Thoemiem en Oeriem zijn voor degene die U toegewijd is –, dat betekent, dat Aharon de eigenschap van chessed – barmhartigheid representeert. We hebben al eens eerder uitgelegd dat de drie groepen van Israëlieten, de Kohaniem, de Levi’iem, Jisraëliem, corresponderen respectievelijk met de drie Sefirot, Chessed, Gevoera, Tiferet, de G’ddelijke eigenschappen, uitvloeiingen of manifestaties door welke G’D de wereld heeft geschapen en waarin het is weergegeven. ***
Door de mens Aharon werd deze rehabilitatie bereikt. Hij moest worden gesepareerd zodat zijn lichaam kon worden gewijd. De verontreinigde aanwezigheid in de mens, geïnfecteerd door het serpent, werd geconverteerd tot iets positiefs, door middel van de borstplaat die Aharon droeg op zijn hart.
De Onuitsprekelijke Naam van G’D was gegraveerd op de stenen van de borstplaat. De namen van de twaalf stammen met de namen van de Patriarchen Avraham, Jitschak, en Ja’akov werden ingegraveerd tussen de twaalf edelstenen. De laatste representeerden de Merkawa, terwijl de twaalf stammen, de twaalf mogelijke wijze van rangschikking van de letters van de Onuitsprekelijke Naam representeren.
Tijdens de wijding van Aharon en zijn zonen, werd het volk gewijd door middel van voedselrestricties zoals is uiteengezet in Leviticus 11. Dit was parallel aan wat G’D zei tegen Adam in Gan Eden: “dat het de mens toegestaan was te eten van alle bomen in de tuin met uitzondering van de boom van de kennis van goed en kwaad.” Net zoals de priesters zelf werden gewijd door separatie, werd ook hun kleding en eten en drinken gesepareerd.

Om hen in staat te stellen te eten en te drinken, van sommige dingen die werden geheiligd en geofferd op het altaar, moest de locatie waar de dienst plaats vond ook worden geheiligd en gesepareerd.
Dit onderdeel van heiliging van de locatie was van toepassing voor het totale gebied van het Tabernakel, ma.w het omgevende binnenhof, het Heiligdom, het Heilige der Heiligen, en evenzo de verschillende niveaus van heiliging wat betreft de verschillende soorten offers. Gewijde offers op het “buiten” koperen altaar bezaten een andere graad van heiligheid dan de wierook welke werd geofferd op het gouden altaar “binnen” in het Heiligdom.
Het laatstgenoemde was het liefste offer aan G’D, het bracht G’D’s goodwill nader tot Zijn creaturen in deze wereld.
Het Aramese woord voor kishar – verbinding, – is hetzelfde als het Hebreeuwse woord kiteer-wierook. De rook stijgt op en creëert een verbinding.
Aangezien de essentie van het wierook offer bestaat uit het afscheiden van geuren, iets dat dichtbij roeach– geest is, m.a.w een spiritueel concept.
Waarom was het zo bijzonder dichtbij G’D? Omdat Hij puur spiritueel is. Bewustwording kan alleen door de ziel, niet door het lichaam. Het was enig en alleen bedoeld omdat het een hechte verbondenheid tot stand bracht met de shechina. Dit is de reden dat het binnen in het Heiligdom werd geofferd.
De meeste dieroffers konden niet binnen in het Heiligdom worden geofferd; zelfs wierook kon alleen geofferd worden wanneer het een gemeenschappelijk wierookoffer was. Private wierookoffers vonden daar niet plaats.
Aharon mocht één maal per jaar, op Grote Verzoendag het Heilige der Heiligen binnengaan, zoals de Thora voorschrijf in Leviticus 16,2 “hij mag niet op iedere willekeurige tijd in het Heiligdom komen, achter het voorhangsel, vóór het deksel dat op de ark ligt, opdat hij niet zal sterven.
Het commentaar van onze geleerden hier op is, dat het alleen aan Aharon niet was toegestaan het Heilige de Heiligen binnen te gaan wanneer hij wilde, Mozes daarentegen kon het Heilige de Heiligen betreden op elke gewenste tijd.
Aharon was de rehabilitatie van Adam. De gehele existentie is nauw verbonden met zijn tiekoen – rehabilitatie. Het wierookoffer is een glasheldere indicatie dat de rehabilitatie inderdaad was voltooid. Het doen ontsteken én het licht van de lampen van de zevenarmige kandelaar door Aharon, symboliseert dat de rehabilitatie zal voortduren, m.a.w dat het universum zal blijven voortduren en dat de zeven dagen van de schepping zijn gerechtvaardigd.

SHABBAT SHALOM

*** HET IS HOOGST AAN TE BEVELEN OM DE CONCEPTEN EN DOCTRINES VAN KABBALA TE BESTUDEREN OP ONZE WEBSITE IN HET ARCHIEF ONDER KABBALA EN CHASSIDISME.

Geef een reactie