PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden     Exodus. 27:20 – 30:10

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

DE GEHEIMEN NAMEN VAN DE OERIEM EN TOERIEM

ZOHAR II, p. 234b

Onder de kledingstukken van De Hoge Priester, was de borstplaat en de Oeriem en Toeriem misschien het meest raadselachtig. De borstplaat was een patroon van brokaat, gemaakt van gouddraad, blauwe en karmozijnrode wol en getwijnd linnen. Het was gezet met vier rijen edelstenen in een gouden kader, samen twaalf. De namen van de twaalf stammen waren op de stenen gegraveerd, één op elke steen, alsmede de namen van de Patriarchen, Abraham, Izaak, en Jacob. Volgens de Zohar waren de Oeriem en Toeriem, de Tweeënveertig en Tweeënzeventig Letterige Namen van G’D, aangebracht in de plooien van de borstplaat, dat veroorzaakte dat de letters, gegraveerd op de stenen, achtereenvolgens oplichtten om een antwoord te verduidelijken op een vraag die gesteld werd door de Hoge Priester.

In “het borstbeeld voor bijzondere beslissingen” moet je de Oeriem en Toeriem aanbrengen; die moet op Aharons hart liggen, als hij voor de Eeuwige komt. (Exodus. 28:30)

Rabbi Jehoeda zei: “De betekenis van het woord “oeriem” is uitgelegd als een afleiding van “meiriem” [wat “verlichtend/ verduidelijken betekent, aangezien het de gegraveerde letters op de stenen van de borstplaat verlicht]. Dit is het mystieke geheim van “het oog dat glinstert”.

De Aramese term voor “het oog dat glinstert” is “aspaklarya meira“. De term “aspaklarya” is vertaald als glas, weerkaatsing, spiegel, speculum, telescoop etc. De fundamentele betekenis is, dat het een medium is, waardoor G’ddelijke Inspiratie zich concentreert en manifesteert. (misschien is dit de origine van de “kristallen bol”, in niet joodse fabeltjes.) Het commentaar Mikdash Melech relateert dit aan de concentratie van sefirot, Zeir Anpin geheten, gevormd door de zes sefirot die geïllumineerd worden door de Tweeënveertig Letterige Naam.

Dit “het oog dat glinstert” werd gevormd door de letters van de heilige    Tweeënveertig Letterige Naam, wonend in de plooien van de borstplaat door welk de werelden waren gecreëerd.

De Toeriem is het esoterisch mysterie van de letters in “het oog dat niet glinstert” [“aspaklarya sh’eina meira“, m.a.w. de sefira van Malchoet] drinkt, bij wijze van spreken, de Tweeënzeventig Letterige Naam welke is ingegraveerd.

Malchoet  wordt “het oog wat niet glinstert” genoemd, aangezien het niet een eigen illuminatie heeft. In plaats daarvan ontvangt het zijn illuminatie van Zeir Anpin. De twee zijn vergelijkbaar met de zon, de bron van het licht, en de maan, welke geen licht van zichzelf heeft. Desondanks wordt Malchoet geïllumineerd door de verheven Tweeënzeventig Letterige  Naam,welke zijn bron heeft in chochma, volgens het principe van “de vader [chochma] vestigt de dochter [malchoet]”. (Zwi HaZohar)

Zij zijn het esoterisch geheim van de Heilige Naam. Samen worden zij “Oeriem en Toeriem” genoemd.

Kom en zie: “Toen deze letters van deze namen werden gehuisvest daar [ in de plooien van de borstplaat] illumineerde hun vermogen de andere letters die waren ingegraveerd [op de stenen van de borstplaat], m.a.w. de letters van de namen van de twaalf stammen ( zie Joma 73b), sommigen verlicht en anderen donker latend.  

En zodoende was de Hoge Priester is staat om antwoorden te vinden op zijn vragen en naargelang te handelen.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie