PARASHAT TETSAVÉ

 Je zult gebieden  Exodus. 27:20 – 30:10

 

 Kledingstukken van Verlossing

 

 De Hoge Priester kan geen enkele leemte tussen het verhevene en het aardse verdragen.

 

 “De Borstplaat mag niet los komen van de Éfod. “(Exodus. 28:28)

 

 De Éfod hing van de Hoge Priesters rug neerwaarts tot zijn hielen, terwijl de Borstplaat rustte tegenover zijn hart, aan de voorkant. Daar waar de “rug” het externe, het uitwendige en aardse representeert, zoals je ook bij desinteresse voor iemand de rug toekeert, iets achterlaat; beduidt “de voorkant” het innerlijke en verhevene (zoals de gedachten en gevoelens worden uitgedrukt op iemands gezicht). (Zie Tanya, Hf. 22:3.)

Het Feit dat de Borstplaat niet mag worden gescheiden van de Éfod betekent dat de Hoge Priester geen enkele leemte tussen het verhevene en het aardse kan verdragen, het interne en het externe. Wat waarheidsgetrouw is in zijn idealistische en bezielde hart moet zich zelfs kenbaar maken in zijn alledaagse routine en gewoonten.

 

In ’de Borstplaats voor bijzondere beslissingen’ moet je de Oeriem en Thoeriem aanbrengen. (Exodus. 28:30)

 

 In onze G’ddelijke ziel, de Oeriem, die licht en vuur aangegeven, is een briljant besef van Zijn Oorsprong en een vurig verlangen om er in op te gaan. De Thoeriem, die volkomenheid en grondigheid aangeven (Joma. 73a), is de hartgrondige oprechtheid en diepgaande devotie om de mitzwot te vervullen.

 

Deze toewijding compenseert de Oeriem ervaring en trekt het neerwaarts vanuit zijn extase om het te betrekken op het aardse en het tot het G’ddelijke te verheffen. Dus de Oeriem en Thoeriem geven de dynamiek van “gaan en terug te keren”, met andere woorden, radzo veshov.

 

Onder de vijf vitale elementen (zoals de ark) die de Eerste Tempel bezat, maar de Tweede Tempel niet, waren de Oerim en Thoemiem. In werkelijkheid waren zij aanwezig, maar niet actief (Joma. 21b)

 

De Tweede Tempel verschafte een voelbaar G’ddelijk bewustzijn aan diegene die haar betraden, juist zoals de Eerste Tempel deed, echter anders dan de Eerste  Tempel, was de Tweede Tempel niet in staat  om dat bewustzijn wijd uit te stralen, om het aardse en alledaagse te beïnvloeden.

 

Op dezelfde wijze, bleef de Borstplaat intact ook gedurende de Tweede Tempel periode, maar niet het vermogen om “bijzondere beslissingen” te verlenen aan de gehele mensheid door Oerim en Thoemiem.

 

 Dit mankement existeert ook in de hedendaagse spirituele Borstplaat: als metafoor voor de algehele conditie van verbanning. Het woord voor “Borstplaat” in het Hebreeuws “choshen” deelt de zelfde numerieke waarde als het woord voor “slang”, in het Hebreeuws, “nachash”, Sefer Sha’ar Hamitzwot en Ta’amé Hamitzwot, van Chaim Vital, citeert Rabbénoe Efraim [van de Tosafot]; De primordiale slang, die zonde en verwarring in de wereld bracht en Mashiach, die doel en helderheid zal uitstralen, zijn natuurlijk tegenovergestelde uitersten. Doch dat is de paradox van de Verbanning: De G’ddelijke perceptie, goedheid en perfectie van de Messiaanse era en realiteit zijn impliciet de verbanning,hoewel in tact is alleen de pretentieuze slangenhuid van de verbanning  duidelijk zichtbaar. De twee uitersten existeren binnen de zelfde realiteit.

 

 Dit is onze uitdaging in de verbanning: het in eer herstellen van de Oerim en Thoemiem van de kosmische Borstplaat, het impliciet “ontcijferen” van het concept van de Messiaanse perceptie, van goedheid en perfectie binnen de realiteit, zodat het de onthulde rol kan aannemen.

 

SHABBAT SHALOM               

 

 

 

 

 

Geef een reactie