PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden      Exodus 27:20 – 30:10


Rabbi Jitzchak Luria


Geschriften van de Ari, Ta’amei HaMitzvot


Licht van de Heilige Hoofdband

In de Thoralezing van deze week, gebiedt G’D Mozes om de acht kledingstukken te maken van de Hoge Priester en de vier van de gewone priester. Één van de acht kledingstukken van de Hoge Priester is de hoofdband [of “tzitz]: “Maak een Hoofdband van zuiver goud en graveer daarin [de woorden] “Gewijd aan de Eeuwige”. [Havayah]. Maak deze dan vast aan een hemelsblauw snoer zodat die zich bij de tulband zal bevinden; dichtbij de voorkant van de tulband moet dat zijn. Deze moet op Aharons voorhoofd zijn; dan zal Aharon de overtredingen ten aanzien van de gewijde zaken en wel ten aanzien van alle geheiligde gaven die de Kinderen van Israël zullen wijden, op zich nemen; deze moet dus op zijn voorhoofd zijn opdat zij welgevallen bij de Eeuwige zullen vinden. (Exodus. 28, 36-38)

Wanneer de mentaliteit van Abba Zeir Anpin binnengaat, ontstaat er een overtollige (niet geabsorbeerde) straling van dit licht dat schijnt buiten het voorhoofd van Zeir Anpin.

Zeir Anpin is de Partzoef van de emoties; Abba is de Partzoef van Chochma, met andere woorden, van transcendent inzicht. Ofschoon iets van de mentaliteit van Abba wordt door gegeven aan [ of laat schijnen in] Zeir Anpin, zodat de emoties de ingevingen volgen en leiden tot nieuw begrip, kan Zeir Anpin niet alle intensiteit van de mentaliteit van Abba dat binnendringt bevatten en vasthouden. Het aspect van de Abba mentaliteit dat niet kan worden vastgehouden, vloeit over, om zo te zeggen, en verspreidt zich in het brein.

Dus de mentaliteit (of het “licht) van Abba aanwezig in Zeir Anpin valt uiteen in twee aspecten: het immanente Licht, dat wordt geabsorbeerd in en direct de mentaliteit van Zeir Anpin beïnvloed en transcendent Licht, dat niet is en dat niet doet.

Dit Licht fungeert als omhullend Licht dat de mentaliteit van Zeir Anpin omgeeft, dit omhullend Licht wordt fysiek gemanifesteerd in de hoofdband van de Hoge Priester.

Het transcendente Licht van Abba is niet verloren, geenszins, het omgeeft de mentaliteit  van Zeir Anpin, treedt op als inspiratie en beïnvloedt Zeir Anpin indirect.

De hoofdband wordt de “tzitz” genoemd, een zelfstandig naamwoord in de masculiene vorm, omdat het de mentaliteit van Abba benadrukt, die ook masculien is.

Het woord “tzitz” roept onmiddellijk de associatie op met het woord “Tzitzit” [“kwastje of draad”], de wollen draden die vastgemaakt dienen te worden aan de vier hoeken van een kledingstuk. Aan het zelfstandig naamwoord “tzitz” ontbreekt enig vrouwelijk suffix, het is een masculiene vorm. “Tzitzit” is het zelfde woord, maar met als laatste letter een tav, wat de vrouwelijke vorm aangeeft.

Abba is de bron van inzicht die de Partzoef van Imma (Bina) “bevrucht” om een nieuwe manier van kijken naar de realiteit te ontwikkelen en wordt als mannelijk beschouwd met betrekking tot Imma.

Daarom was de hoofdband van de Hoge Priester geplaatst op het voorhoofd boven de [hoofd] tefillien, want de tefillien benadrukt de mentaliteit van Imma, terwijl de hoofdband de mentaliteit van Abba benadrukt.       

De Thora zegt dat de tefillien (gebedsriemen), “een [middel tot] herinnering tussen jullie ogen zijn”. Hieruit maken wij op dat de hoofd tefillien zijn bedoeld om ons geestvermogen te beïnvloeden, om de Uittocht uit Egypte en al haar significaties, te allen tijde in ons bewustzijn te houden. Zoals we eerder hebben aangehaald, is de betekenis van de Uittocht uit Egypte de bevrijding (of geboorte) van de heilige emoties van de baarmoeder van het verstand, die ons toestaat om ons G’ddelijk geestvermogen uit te drukken in onze emotie, eerder dan het hebben van niet heilige emoties die het gevolg zijn van beperkt bewustzijn. De Uittocht is dus een werking van Imma, de moeder van de emoties. De tefillien, waarvan het doel is om dit proces gaande te houden, zijn dus een expressie van Imma. De tefillien banden, vallend naar beneden, zijn de middelen waardoor het vermogen van Imma neerdaalt in hart en lichaam, waar de emoties worden gevoeld.

Daarom is de tzitz (de Heilige hoofdband) hoger geplaatst dan de tefillien, om aan te geven dat deze het geestvermogen van Abba personifieert, terwijl de tefillien het geestvermogen van Imma personifiëren.

(Alles wat boven is gezegd met betrekking tot tefillien geldt in het bijzonder tot Rashi- tefillien. Rabbeinoe Tam-tefillien daartegen bedoelen het geestvermogen van Abba te personifiëren, precies zoals de hoofdband.)

Om die reden werden de woorden “Heilig tot G’D” er op gegraveerd, aangezien het woord “heilig”, zoals bekend, altijd refereert aan het intellect, en in het bijzonder aan het geestvermogen van Abba (Chochma), dat “heilig”genoemd wordt.

“Heilig” (in het Hebreeuws, “kadosh”) betekent “gesteld boven”, gesepareerd”, “uitnemen”, “verder dan”. In vergelijking tot de emoties wordt het intellect als “heilig”beschouwd”, aangezien het intellect objectief is en een persoon voorbij zichzelf brengt, terwijl de emoties inherent subjectief en op het zelf gericht zijn. Binnen de sfeer van het intellect zelf wordt Chochma als “heilig” beschouwd ten opzichte van Bina, want Chochma in het alles overtreffende begrip dat de persoon boven het zelf uit doet stijgen, terwijl Bina de ontwikkeling is van het eigen individele intellect persé.

Ter verklaring: Binnen Abba is de naam Havayah zichtbaar, letter voor letter gespeld met de letter Joed.

Dit is de naam AB (=72) gespeld joed-vav-dalet  hei-joed  vav-joed-vav hei-joed. Het feit dat de naam Havayah in dit geval letter voor letter is gespeld met de letter joed geeft aan dat het is geassocieerd met Chochma, want in de naam Havayah zelf, belichaamt de joed Chochma; de eerste hei, Bina; de vav, de emoties, en de laatste hei, Malchoet.

Deze [letter voor letter spelling] bevat vier joed’s, elk bezit een [uitgebreide] numerieke waarde van 100. Dus de gecombineerde [uitgebreide] numerieke waarde van de vier joed’s van de naam AB is 400.

De normale numerieke waarde van de joed is 10. Iedere joed geeft een reeks van tien sefirot aan, die door onderverdeling elk  100 sub sefirot bevatten.

Als we het cijfer 4 toevoegen, vertegenwoordigend de vier joed’s bereiken we de numerieke waarde van het woord voor “heilig” [in het Hebreeuws, “kodesh”] zoals we hebben uitgelegd.

400+4=404

Kodesh”wordt gespeld: koef-dalet-shin=100+4+300=404

Het licht van de vier innerlijke geestvermogens van Abba [dat niet kan worden beheerst door Zeir Anpin] dringen buitenwaarts [op het niveau van] het voorhoofd van Zeir Anpin, met name, van de twee zijden van het voorhoofd, aangrenzend aan de oren. De alles overtreffende radiatie van Chochma van Abba en de staat van Chesed binnen Daát van Abba emitteert vanuit de rechterzijde. De alles overtreffende radiatie van Bina en de staat van Gevoera binnen Daát van Abba [emitteert]  vanuit de linkerzijde.

De hoofd tefillien bevat vier compartimenten, waarin vier strookjes perkament zijn gevoegd waarop de vier passages van de Thora zijn geschreven waarin de tefillien worden vermeld. (Exodus. 13:1-10, 13:11-16, Deuteronomium. 6:4:9, 11:13-21) Dit geeft aan dat er vier aspecten zijn van het bewustzijn van de Uittocht die we in stand moeten houden. Deze vier geestvermogens worden geïdentificeerd in Kabbala als de vier aspecten van het intellect: Chochma, Bina, de oorsprong van Chesed binnen Daát, en de oorsprong van Gevoera binnen Daát. Aan de oorsprong van Chesed en GevoeraI binnen Daát wordt gerefereerd respectievelijk als “de staat van Chesed binnen Daát” en “de staat van Gevoera binnen Daát”.

Juist zoals het intellect in het algemeen is verdeeld in deze drie/vier sefirot, is het geestvermogen Abba ook onderverdeeld in deze vier aspecten. Twee hiervan, Chochma van Abba en Chesed van Daát van Abba, zijn masculien en emitteren daarom aan de rechterzijde; en de twee anderen, Bina van Abba en Gevoera van Daát van Abba, zijn feminien en emitteren daarom aan de linkerzijde.

Vervolgens verspreiden zij zich rond het voorhoofd [van Zeir Anpin], vormend de hoofdband van de Hoge Priester.

Mij dunkt dat ik [Rabbi Chaim Vital] ook hoorde van mijn meester [de Arizal], van gezegende herinnering, dat de naam Havayah was ingegraveerd op de hoofdband als volgt; de joed en de vav waren gegraveerd aan de rechterzijde, één boven de ander, en de twee hei-s aan de linkerzijde, één boven de ander. Maar ik herinner me dit niet meer exact.

Dit zou goed overeen kunnen komen met wat eerder was verklaard, namelijk dat het masculiene “Licht” emitteert via het gebied rond het rechteroor en het feminiene “Licht” via het gebied rond het linkeroor.

Dus stond de Hoge Priester model voor de Hemelse Mens en droeg daarom de kledingstukken van de Hemelse Mens.

De “Hemelse Mens” is Zeir Anpin, de schikking van de sefirot in de menselijke vorm.

[Aangaande iedereen die de voorkant van de hoofdband zou voorbijgaan, als hij een rechtvaardig persoon is, zou het op zijn [eigen] voorhoofd zichtbaar zijn, want zijn Bina zal op zijn voorhoofd worden gereveleerd. Letters zijn op het niveau van Bina, zoals we eerder hebben verklaard en dat is waarom letters worden gereveleerd op het voorhoofd, dat iemands [individuele] Bina is de reden.

De heiligheid van de hoofdband brengt de heiligheid  van iemands  intellect “naar boven”, en veroorzaakt dat het zichtbaar zal worden op het voorhoofd van die persoon.

Hoewel de beleving van Chochma in essentie verder gaat dan verwoording (met andere woorden, “letters”), is het de taak van Bina om deze transcendente beleving waar te nemen en over te zetten in een taal (”letters”).

Als de persoon slecht zou zijn, zou zijn gelaat terechtkomen in de Andere Zijde en zou hij in verlegenheid gebracht worden door de heiligheid [van de hoofdband] en zou hij berouw hebben.

De “Andere Zijde” (Sitra Achra) refereert aan de sfeer van kwaad. De kwaadaardigheid van de persoon zou, bij confrontatie met de heiligheid van de hoofdband, zichtbaar worden op zijn voorhoofd en hierdoor in verlegenheid gebracht, zou hij worden aangespoord om berouw te hebben.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie