PARASHAT TEROEMÁ

Heffing (Exodus 25:1 – 27:19)

Enkele woorden van de auteur van Sha’aré Or (Rabbi Joséf Gekatilia) over het onderwerp van het Heiligdom. De volgende quotatie is van het eerste hoofdstuk Shechina: Na de oprichting van het Tabernakel was de Shechina -een manifestatie van G’D’s Aanwezigheid– visueel zichtbaar over het kamp van de Israëlieten. We leiden dit af van het vers: “Zij zullen voor Mij een heiligdom maken, opdat Ik te midden van hen wonen kan” (Exodus 25,8).
We moeten ons uitermate bewust zijn dat G’D’s voornaamste residentie, onze wereld was, toen Hij het universum en de mens creëerde.
De “hogere” regionen werden toegewezen aan de creaturen aldaar, de “lagere” regionen daartegen aan de creaturen van het aardse universum, omdat G’D daar op aarde, Zijn voornaamste residentie had.
Op deze manier schepte Hij de voorwaarden van unificatie van hemel en aarde en voor een ongehinderde communicatie en overbrenging naar onze wereld van zegeningen, uit de onuitputtelijke bronnen van de hogere regionen.
Dit alles heeft betrekking op het vers: “De hemelen en de aarde waren samen voltooid met alles wat er bij hoorde”(Genesis.2,1).
Dit betekent dat elk deel van het “lagere” universum ook een deel van het “hogere” was en dus aan elkaars existentie bijdroegen. Wisselwerkende bronkanalen die elkaar op een perfecte manier voorzien zonder enige belemmering. Dit is waar de profeet naar verwees in Jesaja 66,1: “De hemel is Mijn troon en de aarde is Mijn voetenbank.”
G’D is halverwege de aarde en de hemel waarneembaar, of, tussen de terrestrische en de celestische wezens.
Dit evenwicht werd verstoord door de zonde van Adam en resulteerde in een verbreking tussen hemel en aarde; de bronvoorziening naar deze wereld werd verstoord en G’D’s Aanwezigheid trok zich terug, wat dus uiteraard een separatie teweegbracht tussen de terrestrische en de celestische regionen.
Avraham, Jitschak en Ja’akov brachten, stap voor stap, de G’ddelijke aanwezigheid opnieuw dichterbij in deze wereld.
De Patriarchen worden aangemerkt voor het vestigen van drie tronen voor G’D in deze wereld. Zij maakten hun eigen lichaam tot dragers, m.a.w. tronen voor G’D om te resideren, maar dit resulteerde niet in een permanente woonplaats van de G’ddelijke aanwezigheid in onze wereld. De tijdelijke aard van G’D’s Aanwezigheid in onze wereld gedurende de levens van de patriarchen is b.v. aangegeven in de Thoraverklaring van Genesis. 17,22: “waja’al elokiem meéál avraham,” “G’D steeg op, weg van Avraham”.
In verband met deze gebeurtenissen hebben onze geleerden gezegd dat de patriarchen handelden als G’D’s markawa, voertuig. Daarom zien we de shechina als “hangend” in de lucht, in de zin van, geen permanente rustplaats, in tegenstelling tot de tijd toen de eerste mens en de wereld werd geschapen.
Toen kwamen Mozes en het Joodse Volk en bouwden het Tabernakel met al zijn toebehoren en herstelden de gebroken lijn tussen Hemel en Aarde, en brachten opnieuw een verbinding tot stand met de bronnen waaruit alle zegeningen voortvloeiden, welke was onderbroken door Adam’s zonde.
Zij slaagden er in om het majiem chajiem “levende water” terug te halen uit de Celestische Regionen.
Het Joodse Volk slaagde er alleen in dat G’D resideerde binnen het gegeven van de “Tent” het Tabernakel, maar niet op deze wereld.
Dit is de esoterische dimensie van de woorden: “Zij zullen voor Mij een heiligdom maken, opdat Ik te midden van hen wonen kan” (Exodus 25,8.)
Door deze gebeurtenis kan G’D’s Aanwezigheid gezien worden als een gast die reist van plaats naar plaats. Het verschil van keuze tussen de woorden “opdat Ik te midden van hen wonen kan” en “Ik zal op deze wereld verblijven” verwijst naar het feit dat G’D’s Aanwezigheid meereisde met het Joodse Volk waar zij ook gingen. Dit is weergegeven in het vers: wajehie binsoa ha’aron…… ” Wanneer de ark op het punt stond op te trekken……” (Numeri. 10,35).
Al onze geleerden zijn het er unaniem over eens dat het Tabernakel een microkosmos was van de macrokosmos, dat het de mogelijke denkbare omvang weergeeft van de structuren en concepten, met hun heersende verloop, in de Celestische Regionen, hoewel deze “structuren” en concepten natuurlijk abstract zijn.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie