PARASHAT TEROEMA

Heffing


Exodus. 25:1 – 27:19


Zohar Teroema 153


Rabbi Shimon bar Jochai

Rabbi Jesa opent en zegt over het vers, “Je moet een tafel maken van acaciahout……” (Exodus. 25:23) :Deze tafel stond in het Tabernakel en een Hemelse zegen verbleef er op. Vanaf deze tafel werd de hele wereld van voedsel voorzien en deze tafel was geen moment leeg. Er moest voordturend voedsel op de tafel zijn omdat de zegening niet aanwezig is in een lege plaats. Om die reden moest er altijd brood op die tafel zijn, zodat de Hemelse zegen altijd aanwezig was. En van deze tafel kwam al het voedsel en zegen voor de andere tafels van de wereld, want zij werden vanwege deze tafel allenmaal gezegend.

De tafel van ieder persoon afzonderlijk moet voor hem zijn op het moment dat hij G’D zegent, omdat de zegen van Boven erop zal rusten en niet leeg zijn. Want de zegeningen van Boven verblijven niet in een lege plaats, zoals staat geschreven: “Zeg me, wat heeft u in huis” (Koningen II, 4:2),

Over een tafel waar geen woorden van Thora worden gesproken is geschreven: “Want dergelijke tafels zijn vol van braaksel en vuile taal, zodat er geen schone plek is” (Jesaja. 28:8) Het is verboden om een zegen uit te spreken over zo’n tafel. Wat is hiervan de reden? Want een tafel is een tafel. Een tafel dient te worden neergezet voor Boven, voor G’D en altijd gereed te staan, zodat de woorden van Thora erover kunnen worden gesproken en zij moeten bestaan uit letters van de woorden van de Thora.

Het brengt hen bij G’D Boven, die hen allen bijeen brengt in Zichzelf en de tafel wordt hierdoor tot perfectie gebracht en Hij, G’D, is gelukkig en verheugt. Over deze tafel is geschreven: “Dit is de tafel die gereed staat vóór G’D” (Ezekiel. 41:22) en niet “ voor G’D”.

Er is een andere tafel die niet deel uitmaakt van Thora en niet de heiligheid deelt van de Thora en die tafel wordt “braaksel en vuile taal” genoemd. “Het heeft geen plaats”, aangezien het op geen enkele wijze deel uitmaakt van de zijde van heiligheid. Daarom, een tafel waaraan geen woorden van Thora worden gezegd, is een tafel van braaksel en vuile taal, en zoals een tafel van een andere godheid. De tafel heeft geen deel in het mysterie van de hemelse Heerser.

Gelukkig is degene die deze twee dingen aanwezig heeft bij zijn tafel: 1) woorden van Thora 2) en een behoeftig iemand aan deze tafel. Wanneer zij deze tafel verheffen voor de persoon, wachten daar twee heilige engelen , één aan de rechter en één aan linker kant. De ene zegt: Dit is de tafel van de Heilige Koning die een zeker persoon voor Hem heeft gerangschikt en het zal worden gedekt met hemelse zegeningen en hemelse olie en hemelse grootsheid, die G’D erover uitspreid. En de andere zegt: Dit is de tafel van de Heilige Koning die een zeker persoon voor Hem heeft gerangschikt, een tafel die degene boven en degene van beneden zegent. Deze tafel zal worden gedekt vóór Atik Yomin in deze wereld en de Komende Wereld.

ENGELEN EN ARKEN

DE GESCHRIFTEN VAN DE ARI

In dit Thoragedeelte draagt G’D Mozes op om een ark te maken in waar de Tafelen van het Verbond gehuisvest moeten worden. Op het afsluitende bovengedeelte van deze ark bevinden zich twee cherubijnen.

Aangaande de ark bedekking en de cherubijnen, zijn er die van mening zijn dat de cherubijnen manifestaties zijn van Zeir Anpin en Noekva, en er zijn anderen met de mening dat zij manifestaties zijn van Netzach en Hod [van Imma] en er zijn nog weer anderen met de mening dat zij manifestaties zijn van Abba en Imma.

Volgens de Wijzen, representeren de twee cherubijnen de paring van G’D en  het Joodse Volk. Toen G’D gelukkig was met ons, waren de gezichten van de cherubijnen naar elkaar gericht; Vanaf het moment dat dit niet meer het geval  was, draaiden ze miraculeus van elkaar weg.

Het kabbalistische prototype van de “romantische”dynamische eenwording en vervreemding, is de relatie tussen de Partzoefiem van Zeir Anpin en Noekva, wier eenheid wordt verbroken en herstel hiervan hangt af van het gedrag van het Joodse Volk, wiens zielen worden afgeleid van Noekva. De meer “volwassen” Partzoefiem van Abba en Imma ondergaan dergelijke wisselvalligheden in hun relatie niet en hun één zijn is constant.

Voor zover als alle meningen in de Thora waar zijn, weet dat de cherubijnen in feite manifestaties zijn van Abba en Imma, die zijn zoals Zeir Anpin en Noekva, zij het dat zij nooit en te nimmer scheiden.

Zij manifesteren ook Netzach en Hod [van Imma], die Zeir Anpin binnengaan. Om deze reden hadden zij volwassen gezichten van middelbare leeftijd, om aan te geven dat zij Zeir Anpin binnengaan. Want als Abba en Imma in hun plaats waren, boven, zou het gepaster voor hen zijn geweest om oudere volwassen gezichten te hebben gehad, dan volwassen gezichten van middelbare leeftijd. In plaats daarvan moeten we ervan uitgaan dat zij manifestaties zijn van Netzach en Hod die Zeir Anpin binnengaan.

De Wijzen stellen dat de cherubijnen op de arkbedekking de gezichten hadden van kinderen (Talmoed Bavli, Chagiga, 13b;Soekka 5ab) De Zohar stelt dat drie keer per dag, gedurende de dagelijkse gebeden, de cherubijnen op miraculeuze hun vleugels spreidden en op dat moment, als de Joden groeiend volwassen bewustzijn ervoeren, hun gezichten van dat van kinderen veranderden in dat van volwassenen.

In Kabbalistische termen, is het volwassen bewustzijn de aanwezigheid van de mentaliteit van Abba en Imma in Zeir Anpin. Het facet van Imma dat Zeir Anpin kan binnentreden is Netzach en Hod, zoals we eerder hebben uitgelegd.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie