PARASHAT TEROEMÁ

Heffing    Exodus 25:1 – 27:19

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar II, 128a-b

 

De Eeuwige sprak tot Mozes: “Spreek tot de Kinderen van Israël dat zij voor Mij een gewijde gave afzonderen. Van een ieder wiens hart hem daartoe aanspoort moet je deze voor Mij afgezonderde gewijde gave in ontvangst nemen.

En dit zijn de af te zonderen gewijde gaven die je van hen in ontvangst moet nemen: goud, zilver en koper. (Exodus. 25:2-3)

 

Iemand die er naar streeft om een mitzwa te vervullen moet niet proberen om het te vervullen zonder betaling, zoals het vers verklaart, [Drie maal per jaar moeten al je mannen voor de Eeuwige, je G’D, op de plaats die Hij zal uitkiezen verschijnen; op het feest van de Matzot, op het Wekenfeest, en op het Loofhuttenfeest, hij zal niet met lege handen verschijnen. Ieder naar wat hij bij machte is te geven, al naar gelang de zegen die de Eeuwige, je G’D, je gegeven heeft. (Deuteronomium. 16:16-17)

 

Als iemand op de verplichte pelgrimage ging naar de Tempel in Jeruzalem, drie maal per jaar, werd van hem verlangd om een offergave mee te brengen. Dit toont duidelijk aan dat iemand moet betalen wanneer hij een mitzwa doet.

 

Maar als je beweert dat staat geschreven, “Ga! Koop en eet; ga en koop wijn en melk zonder geld en zonder prijs” (Jesaja. 55:1), geeft dat aan dat dit gratis is, het laatstgenoemde refereert alleen aan Thorastudie. Al wie het wenst kan Thorastudie verwerven zonder er voor te betalen.

 

Wanneer echter iemand er naar streeft G’D te dienen door daad [ mitzwot], Is het niet toegestaan dit te doen zonder betalen, omdat iemand niet een atmosfeer van heiligheid op zich kan laden, zonder de volle prijs te betalen, hetzij veel of weinig. Omdat er altijd een atmosfeer van onzuiverheid rust op dat wat voor niets is. Maar een atmosfeer van heiligheid is anders, het wordt alleen verworven wanneer men de volle prijs betaalt, met grote intentie en purificatie van iemands lichaam en met de wil van hart en ziel. Zou iedereen maar uiteindelijk het privilege kunnen verwerven om in zichzelf een verblijfplaats voor de Heilige, Geprezen zij Hij te maken. (Zoals het vers, Maak voor Mij een Heiligdom en Ik zal in hen verblijven Exodus. 25:8, in ieders hart, Reishiet Chochma, Shaar HaAnava Hft.3; Sefer Hareidiem, Hft.66) Hierop betrekking hebbend wordt gezegd, “[….Laat hen een offer nemen voor Mij, van een ieder die “een man” wordt genoemd” (Hebreeuws ish), met andere woorden iemand die zijn kwade inclinatie heeft overwonnen.

 

Dit kan worden begrepen als, “Zij zullen Mij nemen als offer”, betekenend dat als een persoon een mitzwa doet, hij de Heilige, Geprezen zij Hij “aantrekt”. (Vajikra Rabba 30) 

 

Wat is de betekenis van “Van een ieder wiens hart hem daartoe aanspoort“? Dit betekent dat de Heilige, Geprezen zij Hij naar hem verlangt, zoals staat geschreven,  “Voor Uw Naam, zegt mijn hart…..(Psalm. 27:8), en “Rots”van mijn hart”, “Rots” [Hebreeuws, “Tzoer”geeft eigenlijk een onveranderde, stabiele vorm aan] refereert aan de Heilige, Geprezen zij Hij.

 

Hoe weten we nu dat de Heilige, Geprezen zij Hij naar hem verlangt en wenst om Zijn Heiligdom in zijn hart te plaatsen? Wanneer we zien dat hij behagen schept in het vervullen van een mitzwa en de dienst aan de Heilige, Geprezen zij Hij nastreeft met heel zijn hart, dan weten we zeker dat de G’ddelijke Aanwezigheid [Shechina] op hem rust. Dan moeten we zo’n persoon “verwerven” voor de volle prijs, door in zijn gezelschap te zijn en van hem te leren. [zie Ketoebot 111b]  

 

Op een vergelijkbare manier, moet een rechtvaardig persoon er naar streven een verdorven persoon te verwerven voor de volle prijs [met ander woorden, maximale inzet aanwenden] om de schadelijke invloed van hem te verwijderen en zijn aspect van onzuiverheid te matigen en zijn te ziel rectificeren.

 

SHABBAT SHALOM  

 

         

 

Geef een reactie