PARASHAT TEROEMÁ

Heffing (Exodus 25:1 – 27:19)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar P.140b

Zoals Rabbi Aba uitlegt: De wijze waarop het Tabernakel, waar de heilige Shechina woonde, was gebouwd, simultaan aan haar verblijfplaats in de spirituele wereld van Atziloet. Het Tabernakel was als het ware een station en zodanig gebouwd om uitzendingen te kunnen ontvangen. Dit station verzamelde de sterkte van de Shechina van elke kant en van boven (de spirituele wereld) en hier beneden (de fysieke wereld). Voor de bouw van het Tabernakel door Mozes, werd de spirituele kracht van G’D niet openlijk doorgegeven naar een specifieke plaats op deze wereld. Wat als gevolg had, dat de wereld een verblijfplaats was voor de “kelipot”, spirituele krachten, ogenschijnlijk verwijderd van de heilige aanwezigheid. Door het bouwen van een plaats voor een eredienst en het loven van de Heilige Aanwezigheid op deze wereld, brak Mozes de macht van de kelipot, waardoor de G’ddelijke overvloed vrijelijk in deze wereld kon stromen. (van de RaMaK)

Aldus, de wijze waarop het Tabernakel was gebouwd, was vergelijkbaar met een fysiek lichaam. Op dezelfde manier als een persoonsbewustzijn [letterlijk “verstand”] van binnenin beïnvloed vanuit zijn omhulsel, zo ook is Heilige Spirituele Aanwezigheid gevormd met een lichaam.

Dit is het mysterie van de heilige Shechina die het Boven en het Beneden omvat, het mysterie van de Heilige Spirituele Aanwezigheid die verbonden is met de spirituele wereld en zich openbaard in de fysieke wereld. De Shechina is altijd een neerwaartse samentrekking vanuit het spirituele naar een manifestatie in het fysieke; dit is het mysterie van het Tabernakel als een “lichaam”, gebouwd om het “brein” te ontvangen binnen zijn omhulsel. Dit alles was tot stand gekomen in overeenstemming met visie van Mozes.

De heilige spirituele aanwezigheid van de Shechina werd als het ware gekleed in het lichaam van het Tabernakel. Zodat een ander geestelijk aspect aan het geheel kon worden gegeven, het licht van de naam Havayah, het “mannelijke aspect” van G’D. Alles was samen verenigd en omvatte elkaar en was gehuld met elkaar, zodat de Shechina zich verenigde met deze wereld, welke de uiterste omhulling (schil) is van de spirituele wereld. Deze aankleding representeert de neerwaartse samentrekking van het Oneindige in het eindige door een reeks van lagen zoals de huiden (rams-vellen en tachash-vellen) over het Tabernakel. (van de RaMaK)

Het omhulsel van Deze Wereld is de meest fysieke manifestatie van allen de drie omhulsels, schillen, lagen, zijn samentrekkingen van het spirituele licht, welke entiteiten creëert, gesepareerd van hun oorsprong. Deze schillen, of kelipot, zijn als schillen van een walnoot die nog groeit aan zijn boom. De uiterste, de groene schil, is niet de hardste schil [zacht en nattig], daarentegen is de schil eronder hard [als hout]; dit is als de negatieve inclinatie die heerst in een lichaam. Onder deze schil zit een andere, een fijnere, een puurdere, een membraam welke het brein bedekt [de oorsprong van de geest en bewustzijn in de mens].

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie