PARASHAT TEROEMÁ

Heffing                Exodus. 25:1 – 27:19

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

LICHT VAN DE LICHTGEVENDE LANTAARN

ZOHAR I, 66a

Kom en zie! Wanneer zielen opstijgen naar de plaats die is verbonden met het leven (de Tuin Eden of het Paradijs) vinden zij groot genoegen in de straling van de Lichtgevende Lantaarn [Aspeklaria Ha-meira], door welke licht stroomt van een hogere bron. Als de ziel zichzelf niet omhult in de straling met een of andere bedekking, kan het het licht niet naderen en aanschouwen. De esoterische achtergrond hiervan dit kan worden vergeleken met de omhulling waarmee de ziel zich omkleed in Deze Wereld, zodat dat zij deze kan verdragen. Op een vergelijkbare manier wordt de ziel een bedekking van hemelse straling gegeven zodat het die wereld kan verdragen en de lichtgevende lantaarn in het Land van Leven kan aanschouwen.

Nu kom en zie: Mozes kon, hoe dan ook, niet naderen en aanschouwen, totdat hij in een ander omhulling was gekleed, zoals het vers verklaart, “Mozes ging in de wolk en klom naar de top van de berg,” welke de Targoem (Aramese vertaling) weergeeft als “omhuld in de wolk”. Hij was er in omhuld alsof hij een kledingstuk droeg en daarom in staat om de dichte wolk te naderen in welke de G’ddelijke Aanwezigheid was geopenbaard.

Naar dit kledingstuk verwijzen onze collega’s als “chaloeka d’rabbanan” [de rabbijnse mantel] in welke zij zich omhullen in Deze Wereld. Gelukkig is het lot van de rechtvaardigen, voor wie de Heilige, Geprezen zij Hij, goedheid en vreugde (van de ziel) in die wereld heeft verborgen. Betreffende dit is geschreven, “Geen oog heeft het ooit gezien behalve U, O Eeuwige; maar U zal het [mogelijk] maken voor diegene die in U vertrouwen.” (Jesaja. 64:3)

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie