PARASHAT SHOFTIEM

Rechters Deuteronomium. 16:18 – 21:9

“GERECHTIGHEID, GERECHTIGHEID MOET JE NASTREVEN” (Deuteronomium. 16:20)

Het actief uitoefenen van gerechtigheid zal een direct resultaat zijn van het eerlijk uitspreken van een oordeel.
De reden dat het woord “gerechtigheid” wordt herhaald is omdat er recht is in onze wereld en een ander recht in de Celestische Regionen. Het eerste is algemeen bekend als “dina malchoeta dina” (letterlijk, “de oordelen van het koninkrijk zijn de oordelen”), m.a.w dat de gerechtelijke uitspraken in deze wereld, welke bindend zijn, de G’ddelijke naam Ado-nai vertegenwoordigen, m.a.w de letters in het woord “dina”anders geplaatst. De gerechtigheid in de Celestische Regionen is gevestigd in de sefira van bina waarvan din (oordeel, uitspraak) gevoera uitvloeit.
Rechtvaardigheid in onze wereld is de mystieke dimensie van de aarde. De rechtvaardigheid van de Celestische Regionen is de mystieke dimensie van de Komende Wereld.
Beide, erets jisraël en olam habá zijn giften die G’H gaf aan Israël ten koste van pijn. Al deze pijn vindt haar origine in de sefira van gevoera.
Telkens wanneer het Sanhedrin (de hoogste gerechtelijke instantie) haar gerechtelijke uitspraken en oordelen baseerde op din Thora [strikt legaal interpretatie van de Thora Wet], resulteerde dit in pijn, omdat ook Thora één van de drie giften is, die wij hebben ontvangen van G’D en welke wij alleen verkregen hebben door bepaalde pijn.

Wanneer we nu de woorden “lema an tichjé wejarashta èt-ha aréts” “opdat je in leven blijft en het land in bezit kunt houden” in 16,20 nader bekijken, zien we dat de belofte om het aardse Erets Jisraël in bezit te kunnen houden, is verbonden met het streven van gerechtigheid in deze wereld. Daarentegen is het verwerven van ons deel in de Komende Wereld, m.a.w “…opdat je in leven blijft”….verbonden met het streven van gerechtigheid in de Celestische Sferen.
Door toepassing van din Thora, zijn wij in staat om deze drie giften te verwerven die G’D heeft verleend aan het Joodse Volk. Het Sanhedrin is door de Thora geïnstrueerd om beslissingen, welke ook “mishpat tzedek” worden genoemd (letterlijk, “rechtvaardige oordelen”) uit te vaardigen.
We zijn bewust dat “mishpat” voortkomt uit de sefira van tiferet en dat de combinatie van mishpat en tzedek gelijk is aan het samenvloeien van de sefirot van tiferet en malchoet.

Wat dit alles betekent in puur juridische taal is, dat het Sanhedrin gerechtigheid moet beheersen, matigen, intomen met barmhartigheid, din met rachamiem.
Dit wordt tot stand gebracht als de rechters proberen een bepaald compromis te bewerkstelligen tussen de procederende. Als zij hier in slagen volbrengen zij mishpat [gerelateerd aan de sefira van tiferet] en hebben het niet nodig om te neigen naar strikte interpretatie van de Thora Wet.
Wanneer zij dit doen neigen zij naar het vermogen van chesed, in de traditie van G’D Zelf, want G’D Zelf neigt naar de eigenschap van cheset, barmhartigheid.
Dit betekent dat twee vermogens, eigenschappen of uitvloeiingen, respectievelijk zijn betrokken in het komen van de verkiesbare beslissing in meningsverschillen.
Wanneer de Thora uitvaardigt dat een getuigenis altijd moet berusten op minimaal twee getuigen, symboliseert dat, dat twee verschillende concepten aan het werk zijn in de besluitvorming van een procedure.
Sommige Kabbalisten zeggen dat de reden dat G’D “E-L da’ot”, “G’D van begrip” (Samuel I 2:3) wordt genoemd is, dat het woord “da’ot” een zinspelling is op “getuigenis”, in het Hebreeuws “adoet” de letters in beide woorden zijn het zelfde. Het is een hint dat er twee overwegingen actief zijn in de legale juridische besluitvorming.
Deze materie wordt zeer gedetailleerd behandeld en uitgelegd in Pardes Rimonim van Rabbi Moshe Cordovero.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie