PARASHAT SHOFTIEM

Rechters                Deuteronomium.  16:18 – 21:9

Rabbi Chaim (ben Moshe) Ibn Atar

Stad van de Ziel

Ohr HaChaim

Wanneer je een stad nadert om er strijd tegen te voeren, stel ze dan eerst vredesvoorwaarden voor. (Deuteronomium. 20:10)

Mogelijkerwijs duidt deze paragraaf op iets dat  Rabbi Shimon bar Jochai zei in de Zohar II:62, dat G’D een aanvullende zielt zend aan een man om hem op het rechte pad te houden en om hem te beschermen tegen het doen van zonden jegens Hem. We kunnen G’D waarnemen in het zich wenden tot deze aanvullende ziel, zeggend: “Wanneer je een stad nadert…” Met andere woorden, het lichaam van de mens die je zult bewonen, welke bekend is als “stad”.

We weten van de Zohar Chadash,  Ruth, p. 97, uit het vers “er was een kleine stad met weinig inwoners” (Prediker. 9:14), de stad waarover Koning Salomon  spreekt, is een menselijk lichaam. Deze aanvullende ziel zou het  “mirakel”  zijn dat nodig is om de Joodse soldaat te beschermen wanneer hij ten strijde moet trekken, want het helpt hem in het verhinderen van zonden, welke kunnen resulteren in een gewelddadige dood tijdens de oorlog. 

[De Thora verklaart: “Wanneer je een stad nadert om er strijd tegen te voeren…”], in het Hebreeuws “aliya“, letterlijk “op haar”, wat hier “op haar verantwoording”.betekent. Het idee is dat deze ziel is bedoeld om het lichaam te beschermen tegen de slechte aard; het is in overeenstemming met het vers in Prediker 9:14 welk continueert “een machtige koning trok tegen het stadje op en omsingelde het…Een onbelangrijk uitziende wijze man redde dat stadje van de omsingeling van de grote koning, door van zijn wijsheid gebruik te maken. “(vergelijk Nedarien 32)

Betreffende de zin “…stel ze dan eerst “‘vredesvoorwaarden voor’”, betekent, dat je niet onmiddellijk de zonde te lijf moet gaan [je slechte aard] en probeert om het in een  frontale aanval te veroveren; maar eerder voorstelt de hemel te geven wat zij verdient, met als resultaat dat je slechte aard groot voordeel zal ondervinden. Ten gevolge zal de slechte inclinatie toestaan dat de mens ook een taak heeft met betrekking tot de hemel. Per slot van rekening, seculaire activiteiten zoals eten en drinken in dit leven, stellen de mens in staat om zijn spirituele taken beter uit te voeren. Als resultaat van deze schikking met de slechte inclinatie, verzekert men zichzelf, in het algemeen, van het niet verliezen van een plaats in de Komende Wereld.  

In het vers, “Als ze je [in het Hebreeuws, ‘vayehi’] vredesvoorwaarden aanvaarden, etc…..dan is heel de bevolking aan jullie onderschikt en moet voor jullie werken (Deuteronomium. 20: 11), het woord “vayehi“, zoals gewoonlijk, verwijst naar iets vreugdevol; ook hier, als iemand de slechte inclinatie benadert in een wijze zoals we zojuist hebben beschreven zodat hij de deur op een kier stelt voor positieve spirituele waarden, zal G’D op Zijn beurt deze deur wijd openstellen, met andere woorden, de 248 botten en 365 spieren waar het menselijk lichaam uit bestaat, worden allen ondergeschikt aan de ziel [in plaats van aan de slechte inclinatie]. Het lichaam zal dan de positieve geboden uitvoeren en zich onthouden van overtreding van de negatieve geboden.

De frase “….en voor jullie werken” zinspeelt op  iemands slechte inclinatie als een slaaf die vrees heeft voor zijn meester en niet  afwijkt naar links noch naar rechts.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie