PARASHAT SHOFTIEM

Rechters Deuteronomium. 16:18 – 21:

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar, parashat Shoftiem p. 275a

 

Parashat Shoftiem handelt over het instellen van rechtbanken en de status van getuigen. Het Hebreeuwse woord voor “getuigenis, bewijs”, “eidoet”, zijn de zelfde letters waarmee het woord “da’at wordt gespeld, wat “intelligentie” of “weten” betekent, in relatie met “getuigen”. Het verschil tussen de Thoracode ten aanzien van bewijs en alle andere “moderne” rechtssystemen is, dat een persoon geen getuigenis kan afleggen tegen zichzelf. Een zaak is alleen bewezen door een verklaring van twee getuigen, buiten de verdachte. Bovendien moeten deze getuigen elkaar hebben gezien. Hoeveel misère zou deze eenvoudige regel bespaard hebben, als het de basis zou zijn geweest van andere rechtssystemen!!

 

In de Zoharvertaling van deze week, legt Raya Mehemna, de ziel van de “Trouwe Herder”, Mozes, de implicaties van dit alles uit, in spirituele bewoordingen.

 

Voor geen enkel vergrijp en voor geen enkele zonde, welke zonde men ook begaan heeft, kan ÉÉN enkele getuige tegen iemand optreden; op de verklaring van twee getuigen of op de verklaring van drie getuigen zal de zaak komen vast te staan..” (Deuteronomium. 19:15)

 

Deze mitzwa, om een getuigenis af te leggen voor een rechtbank, is gebaseerd op het principe dat een persoon geen (materiele of andere) schade zal toebrengen aan zijn broeder, in het falen van het geven van bewijs voor zijn eigen voordeel. Bovendien is er geen geldelijk bewijs bij minder dan twee getuigen. Zoals staat geschreven: “Door de mond van twee getuigen zal een zaak worden bevestigd.”

 

Een getuigenis van één enkele getuige zal een zaak niet bevestigen. Om die reden vragen de Leraren van de Mishna zich af: {aangaande bewijs tegen een persoon in de spirituele wereld} “Wie zal het bewijs leveren tegen een persoon {voor heimelijk gedane zonden in privé}?” {En zij hebben geleerd, dat eveneens: “De muren van zijn huis, getuigen zullen zijn}, en niet zijn familieleden.”

 

In eenvoudige bewoordingen leert dit, dat de ware test voor iemands gedrag is, hoe hij zich thuis gedraagt. Dit is al eerder uitgelegd op een dieper niveau door middel van zijn eigen fysieke wezen, dat bestaat uit 248 ledematen. Twee getuigen zijn hiervoor nodig, omdat als een persoon denkt om te zondigen, maar dit niet doet, de muren van zijn huis dit zullen weten, maar zijn ledematen zullen niet in staat zijn om te getuigen, daar hij in feite niets heeft gedaan. Maar aan de ander kant, als hij onopzettelijk handelt, zullen zijn ledematen getuigen, maar niet de muren. Dus, hier zien we dat de muren werkelijk oren hebben!

 

Wat zijn “de muren van zijn huis”? Deze zijn de muren van zijn hart. Ten aanzien van dit staat er geschreven “Toen keerde Hezkia zijn gezicht naar de muur en bad tot G’D.” (Jesaja. 38:2)

 

De rechtvaardige Koning van Juda, vernemend dat het Assyrische leger Jeruzalem had omsingeld, reageerde enkel en alleen door gebed en hen werd op een miraculeuze wijze de overwinning verleend, toen een plaag tijdens de nacht het enorme vijandelijk leger wegvaagde.

 

En de Rabbijnen hebben geleerd dat Hezkia heeft gebeden van de muren van zijn hart.

 

Het hart heeft twee hartkamers. Één ontvangt het bloed van alle 248 en één zendt geoxideerd bloed naar hen. Er is een muur tussen deze twee delen en het was naar deze muur dat hij zich wendde om zijn ledematen te testen en om te zien of zij hadden gezondigd.

 

Zijn familieleden” zijn de 248 ledematen van iemand.

 

Het lichaam van iemand wordt zijn “huis” genoemd, omdat het zijn heilige ziel huisvest en de individuele ledematen zijn “de leden van zijn huishouding”. De beslissende factor welk deel van het lichaam een ledemaat is wordt bepaald door het feit dat het een bot bevat.

 

En het is uitgelegd door de Leraren van de Mishna dat een slecht persoon zijn zonden op zijn botten heeft ingegraveert.

 

Het Hebreeuwse woord voor botten is “atzamot”. Wat zeer hecht is gerelateerd aan het woord “atzmoet” en essentie betekent. Wanneer een zonde komt vanuit het diepste van iemands persoonlijkheid, dan is het alsof het is ingegraveerd in zijn essentie. Het is deze essentie, het bot van de zaak, welke het bewijs tegen hem zal leveren. De witte botten komen van de sefra van chochma, en zonde verduistert het licht van wijsheid. Deze uitwerking op de botten komt klaarblijkelijk naar voren als een gerechtelijk bewijs ten aanzien van een persoon die terecht staat voor een spiritueel gerechtshof!

 

En zo is het ook met een rechtvaardig persoon, zijn verdiensten zijn ingegraveerd op zijn botten.

 

Aangezien zijn handelingen waren verbonden met hogere wijsheid, zal het op het wit van zijn botten worden ingegraveerd als helder licht.

 

Om die reden zegt Koning David: “Al mijn beenderen zullen zeggen, wie is aan U gelijk O G’D!” (Psalm. 35:10) Om de zelfde reden is eveneens geschreven: “En wie geeft bewijs tegen een persoon? De muren van zijn huis.”(Ta’aniet 11a)

 

De muren van zijn huis zijn zijn botten, aangezien zij de voornaamste steun (ruggengraat, heup, enz.) zijn van zijn lichaam.

 

De botten zijn opgezet door het de hersenen [chochma] dat is water, en het is daarom Koning David de toespeling maakte: “Die in het water de balken ( in het Hebreeuws, “hamikore” ) van Zijn kamers plaatst.” “Hamikore” heeft als stamwoord “kir” wat “muur” betekent.

 

Dus het brein representeert de sefira van chochma en is vervaardigd van water en vormt de muur en het gewelf van het lichaam, m.a.w de botten.

 

En waarom zijn de [verdiensten van de rechtvaardigen] ingegraveerd op de botten, in plaats van op spieren of huid? Omdat beenderen wit zijn, en het schrijven met zwarte inkt het best herkend wordt op een witte achtergrond. Dit is zoals de Thora, [welke zijn oorsprong heeft in chochma en daarom] wit [perkament] als innerlijk ondergrond heeft en uiterlijk onderscheidt door zwart [inkt]. Zwart en wit zijn zoals duisternis en licht. Duisternis geeft ook de handelingen weer van de kwaden, en ten aanzien van hen wordt gezegd: “Zelfs dan, zou ook duisternis U niet te duister zijn en zou de nacht gaan lichten als de dag, ware het duister als het licht. (Psalm. 139:12)

 

En bovendien: Het lichaam zal in de toekomstige tijd opstaan [opstanding der doden].

 

Deze zijn de droge beenderen in het visioen van Ezechiël. Het visioen leert ons dat de essentiële opstanding der doden begint met de beenderen, over welke vlees, spieren, zenuw en huid zal groeien. Het verleden van een persoon is daarom te zien op de botten, aangezien dat invloed zal hebben op zijn verrijzenis.

 

Als hij waardig is, zal het lichaam verrijzen van zijn beenderen, en indien niet waardig, zal het niet verrijzen [van het graf] en niet herleven.

 

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie