PARASHAT SHEMOT

Namen (Exodus 1:1 – 6:1)

Zohar, bladzijde 7b: Rabbi Shimon bar Jochai

Parashat Shemot spreekt over verbanning en verlossing van het Joodse Volk, beginnende bij hun eerste verbanning in Egypte.
In dit gedeelte van de Zohar, vergelijkt Rebbe Shimon de Egyptische verbanning, waar de Joden huizen en voedsel werd gegeven, maar niettemin tot slaven werden gemaakt, met de latere verbanningen en de uiteindelijke verlossing door het leiderschap van Mashiach.

Kom en zie. Er is geschreven: “Ja, zo zegt mijn Heer, de Eeuwige God, naar Egypte is Mijn volk destijds getrokken om er tijdelijk te gaan wonen, maar Asshoer heeft het zonder reden onderdrukt.” (Jesaja 52:4)

De Assyriërs beroofden hen van hun eigen land en verspreidden de verbannen stammen naar de verste hoeken van hun keizerrijk. Egypte voorzag de Joden van al het goede [het land Goshen, huizen, voedsel] maar werd niettemin gestraft met allerlei plagen en uiteindelijke militaire destructie.

En des te groter zal de straf zijn voor Syrië en Edom [Europa] en die andere volkeren die hun pijnigden en vermoorden en hun van al hun bezittingen beroofden.
Deze bestraffing zal plaatsvinden in de tijd wanneer, de Heilige, Geprezen zij Hij, besluit de glorie van Zijn naam aan hen te openbaren. Aldus is geschreven [over de oorlog van Gog en Magog]: “Aldus zal Ik Mijzelf vergroten en Mijzelf wijding geven en Ik zal Mijzelf bekend maken in de ogen van vele naties en zij zullen weten dat Ik G’D ben.” (Ezechiël 38:23) Daar in Egypte [toen G’D Zijn glorie manifesteerde] was er maar één koning [Farao]. In de toekomstige verlossing zal Zijn glorie zich manifesteren aan alle heersers van deze wereld.

Rebbe Shimon hief zijn hand op en huilde.

Het heffen van de handen, welke de tien vingers omvatten, representerend de tien sefirot, zijn de fysieke manifestatie die een verbinding vormen met de hogere sefirot, welke de houders zijn van de G’ddelijke manifestatie.
De tranenvloed van Rebbe Shimon was een oprechte poging om het harde oordeel, dat hij voorzag, te verzachten.

Hij zegt: Rampspoed aan diegene die aanwezig zijn in die tijd [het komen van Mashiach] en voorspoed is het deel van diegene die aanwezig zijn en die waardig zijn voor hun tijd.

Rampspoed aan diegene die aanwezig zijn in die tijd, omdat op dat tijdstip, wanneer de Heilige, Geprezen zij Hij, komt om het hert te verlossen [de Shechina van verbanning], Hij zal kijken op diegene die bij haar staan en degenen die haar waardig zijn. Hij zal kijken naar de handelingen van ieder afzonderlijk, en Hij zal niemand waardig en rechtschapen vinden, zoals is geschreven: “…….gekomen was het jaar voor die Ik wilde verlossen. Ik keek rond….maar geen helper, stond verbaasd….. maar niemand bood steun.” (Jesaja. 63,4-5)
Gelukkig zijn diegenen die op dat tijdstip klaar staan, omdat diegenen die in oprechtheid leven op dat tijdstip waardig zullen worden bevonden om het vreugdelicht van de Koning te ontvangen (omdat dan G’D zich over Zijn werken zal verheugen). Het is naar die tijd dat het vers refereert: “Ik zal hen zuiveren zoals zilver wordt gezuiverd, en zal hen toetsen zoals goud wordt getoetst”. (Zacharia 13,9)

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie