PARASHAT SHEMÓT

 

 

B:H

 

 Namen            Exodus. 1:1 – 6:1

 

Exodus: Geboorte van de Ziel

 

Egypte wordt vergeleken met een baarmoeder waaruit de collectieve Joodse Ziel voortkomt op de weg naar volwassenheid.

 

 Deze parasha begint met de woorden: “En dit zijn de namen van de zonen van Israël komend naar Egypte, met Jacob waren ze gekomen, ieder met zijn huisgezin.” (Exodus. 1:1)

 

 Voor zover er zeventig facetten zijn aan de Thora en één daarvan ‘aanduiding’ is [in het Hebreeuws “remez” genoemd], zullen we dit vers op deze manier uitleggen. De afdaling van de Israëlieten in Egypte duidt op het embryo nog in de baarmoeder van de moeder, in een bepaalde netelige omstandigheid, een tussen fase.

 

Het Hebreeuwse woord voor “Egypte”, “Mitzrajiem” betekent letterlijk, “netelige omstandigheden” of “beperking”, “omheining”. Het is daarom een allegorie voor de beperking van de ziel als het zijn inheemse milieu in de Hemel verlaat en afdaalt in de beperkingen van het fysieke en genoodzaakt en verplicht is om de realiteit te ervaren binnen de parameters van tijd en ruimte.     

 

 De frase “in een netelige tussen fase” is geparafraseerd naar Klaagliederen. 1:3.

 

Met deze associatie kunnen we de frase “En dit zijn de namen van de zonen van Israël” interpreteren als verwijzing naar de vermogens van de ziel, want juist zoals het lichaam 248 beendelen spier/pezen en 365 zenuwen bezit, zo ook bevat de ziel deze aantallen als de vermogens van de ziel “die kwam naar Egypte”.

 

Als we “Israël” als referentie aan de ziel zelf nemen, zijn de “zonen van Israël” de extensies van de ziel namelijk deintellectuele en emotieve vermogens. De ziel, of althans dat deel dat wordt bekleed in het lichaam, wordt ontvangen als zijnde perfect “op maat gemaakt” voor het lichaam.

 

 “……met Jacob” refereert aan het feit dat ze het kind binnengaan wanneer het kind nog in de baarmoeder is, “met Jacob”, die de Yetzer Tov is {de goede inclinatie].

 

Er wordt elders verklaard (Sanhedrin. 91b) dat het kind alleen met de Kwade Inclinatie wordt geboren en dat de Goede Inclinatie aanvankelijk alleen bij het begin van besnijdenis (of geboorte, in geval van een meisje) binnengaat en volledig bij de bar-(of bat) mitzwa. Maar zoals Rabbi Eliezer Nannes (zaliger gedachtenis) stelt, de G’ddelijke ziel, samen met de Goede Inclinatie is inderdaad aanwezig bij geboorte, maar wordt pas geleidelijk aan gemanifesteerd als het kind wordt opgevoed in de wegen van Thora, culminerend bij de bar/bat mitzwa.

 

Het vers continueert “…komend, in plaats van “die kwam” [in de verleden tijd], omdat G’D “de geest van de mens in hem vormt” (Zacharia.12:2), zoals wordt verklaard in de Zohar II:94b, wat betekent dat hoe meer een persoon spiritueel volwassen wordt, des te meer zijn ziel binnenkomt en zich in hem manifesteert.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie