PARASHAT SHEMINI

 Achtste    Leviticus. 9:1 – 11:47

 

Rabbi Jitzchak Luria

 

Koshere Dieren en Kabbala

 

Geschriften van de Ari, Sefer HaLikoetim.

 

Koshere dieren zijn dieren  die gedomesticeerd zijn (rundvee, schapen en geiten), zeven soorten wilde beesten, vier typen sprinkhanen en verschillende soorten gevogelte en vis.

 

De mens is in het algemeen afgeleid van Zeir Anpin, terwijl de beesten en het vee zijn afgeleid van Noekva [van Zeir AnpinI], en vis, sprinkhanen en gevogelte van Yesod van Zeir Anpin. Om die reden is de numerieke waarde van het woord voor “vis” [in het Hebreeuws, “dag“] 7, want Yesod is de zevende sefira. Bovendien “geeft Yesod aan de arme” [in het Hebreeuws, “gomel daliem”], voor de initialen van deze uitdrukking worden de zelfde letters gebruikt als voor het woord “vis”.

 

Yesod  is feitelijk de zesde sefira van de middot, maar aangezien ze een paar vormt met Malchoet, de zevende sefira, mag het evenzeer in deze context als zevende sefira beschouwd worden. Malchoet wordt geacht “de arme”te zijn, omdat het niet een innerlijk gehalte van zichzelf bezit. Aangezien de inhoud van de voorafgaande sefirot door Yesod wordt gekanaliseerd naar Malchoet, mag van Yesod gesproken worden als of ze “geeft aan de arme”.

 

Met name is [vis] afgeleid van de staat van Chesed gegeven aan Yesod voor zijn eigen doel; dit is de reden waarom zij in water leven.  

 

Bepaalde aspecten van Chesed  worden alleen door Yesod gekanaliseerd, terwijl andere een deel worden van Yesod (aangezien Yesod hoofdzakelijk een sefira van overbrenging is, het reflecteert het gevend aspect van Chesed). In de beeldspraak van Kabbala, is water een metafoor voor Chesed (en daarom een manifestatie van Chesed), daar water altijd neerwaarts stroomt en de bron van het leven is.

 

Sprinkhanen zijn ontleent aan de staten van Gevoera [binnen Yesod] als zij opwaarts terugkeren. Dit is de esoterische betekenis van het vers: “Strek je hand over…..de sprinkhanen en zij zullen opstijgen……(Exodus. 10:12), want zij manifesteren het principe van om hoog gaan.

 

Om gepast over te brengen, moet Yesod zowel Gevoera als Chesed tonen, aangezien zonder ophouden en onbegrensd geven nooit effectief is. Dit element van terugtrekking of beheersing binnen Yesod is belichaamd is sprinkhanen. 

 

De numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “gevogelte” [“oaf] is gelijk aan dat van het woord “Joseph” [“Josef”]. Joseph personifieert de sefira  van Yesod. Daarom vliegen vogels, want zij manifesteren ook het principe van opstijgen, zoals de staten van Gevoera keren zij terug en vliegen opwaarts.

 

De zeven herders van Israël (Abraham, Isaak, Jacob, Mozes, Aaron, Joseph en David, in die volgorde) corresponderen met en personifiëren de zeven emotionele sefirot van Chesed tot Malchoet. Joseph personifieert hoofdzakelijk Yesod omdat hij ten eerste, het hele koningrijk (Malchoet)  van Egypte ondersteunde en van voedsel voorzag gedurende de jaren van hongersnood, ten tweede zijn seksuele integriteit behield ( seksualiteit wordt geassocieerd met Yesod, de sefira van paring) zelfs bij onderdompeling in de verdorven cultuur van Egypte.   

 

Aangezien vis en sprinkhanen ontleend zijn aan de sefira van Yesod waaraan wordt gerefereerd als zijnde “levend”, vereisen zij geen rituele slachting [zoals wordt gedaan bij rund en vee], maar slechts “verzameld”.

 

De mens, gecreëerd “in het beeld van G’D”, geeft in zijn lichaam en ziel de structuur weer die de sefirot aannemen wanneer zij een partzoef vormen. De analogie tussen de ledematen van het lichaam en de sefirot zijn als volgt:

 

keter schedel
chochma rechter lob van de hersenen
bina Linker lob van de hersenen
daat Achterhoofd (occipitaal)  lob van de hersenen
chesed rechter arm
gevura linker arm
tiferet torso
netzach Rechter been, rechternier, rechter testikel/eierstok
hod Linker been, linkernier, linker testikel/eierstok
yesod voortplantingsorganen
malchoet mond

 

  Yesod correspondeert dus met het voortplantingsorgaan en Yesod van Zeir Anpin met het mannelijke voortplantingsorgaan. Nogmaals, dit is omdat de sefira van Yesod de overbrenging is tussen de ene partzoef en de volgende. Om de inhoud van de voorafgaande sefira over te brengen, moet Yesod  zich volkomen concentreren op zijn doel.

We zien dit in het dagelijkse leven: iemand kan niet effectief communiceren met een ander persoon als hij is afgeleid en zijn gedachten ergens anders zijn. Fysiek kan het mannelijke voortplantingsorgaan niet het zaad overbrengen dat het in zich draagt, noch kan het vrouwelijke voortplantingsorgaan het zaad van de man ontvangen, tenzij zij volkomen op elkaar zijn geconcentreerd. Deze concentratie of gerichtheid wordt in Kabbala omschreven als “zijnde in leven”, juist zoals in Joods Recht het recht opstaande voortplantingsorgaan “leven” wordt genoemd (en in zijn slappe vorm, “dood”).

Evenzo, effectieve communicatie wordt gekarakteriseerd door levendigheid en opwinding, in tegenstelling tot een “uitdrukkingloos gezicht ” dat de luisteraar niet stimuleert. Yesod , wanneer het tenminste efficiënt handelt, wordt dan de “levendige”sefira genoemd.

 

Dus de dieren (vis en sprinkhanen) die afgeleid zijn van deze sefira worden geacht intrinsieke levenskracht te bezitten en behoeven daarom op geen enkele manier een ritueel proces te ondergaan om hen geschikt te maken voor Joodse consumptie. (Merk op dat de Arizal tot nu toe nog niet heeft verklaard waarom gevogelte, alhoewel afgeleid van de zelfde sefira, geen rituele slachting behoeft.

 

Dit is niet het geval met rundvee: zij zijn afgeleid van Noekva van Zeir Anpin en behoeven daarom rituele slachting.

 

Rundvee wordt beschouwd als een lager niveau van leven dan gevogelte en sprinkhanen. Opdat hun levenskracht naar behoren zal worden opgenomen, moet het een bijkomend rectificatie proces van rituele slachting ondergaan. Door dit proces is de inherente levenskracht van het dierlijk vlees veranderd en in staat om te worden geabsorbeerd in spiritualiteit zodat het geconsumeerd kan worden door een Jood.

 

De Arizal richt zich nu tot de discussie met betrekking tot het onderwerp van de vogels.

 

 Nu is het zo dat de engelen voortkomen van de Yesod van Zeir Anpin van Atziloet. Deze Engelen zijn [spirituele] vogels die van dit niveau zijn afgeleid. Zoals is gezegd van [de engel] Gabriel, “en de vogel zal vliegen in de hemel” (Genesis. 1:20). In tegenstelling hiermee, zijn fysieke vogels zijn van Yesod van Zeir Anpin van [de drie lagere werelden] Beriya, Yetzira en Asiya.

 

Daar waar de fysieke vis en sprinkhaan voortkomen uit Yesod van Zeir Anpin van Atziloet, komt gevogelte slechts voort van de projectie van dat niveau op de lagere werelden. Het verschil tussen Atziloet en de drie daarop volgende werelden is dat het doordringende bewustzijn in de wereld van Atziloet  totaal ondergedompeld is in de G’ddelijke Aanwezigheid. “Bewoners” van deze wereld kunnen zichzelf niet als onafhankelijke wezens voorstellen, maar eerder als aspecten van G’ddelijkheid. In de lagere werelden is het doordringende bewustzijn dat van zelfbehoud; de “bewoners” van deze werelden zijn zich van zichzelf bewust als onafhankelijke entiteiten, hoewel onderhevig aan G’ddelijke leiding. Dit wordt aangegeven door het feit dat vissen in het water moeten leven, dat wil zeggen, hun existentie is praktisch compleet afhankelijk  onderdompeling in de oceaan, net zoals de “bewoners”van de wereld van Atziloet totaal ondergedompeld leven in G’ddelijk bewustzijn.

 

Dit is de esoterische betekenis van [ de uitspraak van onze wijzen dat gevogelte] uit de modder is gecreëerd [met andere woorden, een mengsel van water en aarde] (Choelien 27b). Zeir Anpin van Beriya, die mannelijk is, existeert in de vrouwelijke wereld, want alle lagere werelden zijn massa’s van Noekva van Zeir Anpin [van Atziloet].

 

Elke wereld is gecreëerd uit Noekva (feminiene partner) van Zeir Anpin van de voorafgaande wereld, net zoals een fysiek kind wordt gecreëerd uit zijn ouders. En juist zoals de ouders (en in het bijzonder de moeder) het nieuw geboren kind moeten grootbrengen, is Noekva van Zeir Anpin  van elke wereld afzonderlijk belast met de taak om het licht of bewustzijn, van zijn wereld in de wereld daaronder te verspreiden. Omdat alle drie lagere werelden (Beriya, Yetzira en Asiya) gemeenschappelijk als werelden het onafhankelijk bewustzijn delen, kunnen zij gezamenlijk worden gegroepeerd en worden beschouwd als te voorschijn gekomen als een groep uit de “baarmoeder”van Noekva van Zeir Anpin van Atziloet. Aangezien de drie lagere werelden dan de rol overnemen van de ontvanger vis-à-vis Atziloet, in zoverre voorbestemd dat zij zoveel mogelijk het  bewustzijn behorend bij de wereld van Atziloet absorberen, worden zij als feminien beschouwd en het masculiene relatief aan elkaar.

 

Terwijl water in mystieke zin refereert aan de sefira van Chesed , refereert aarde aan de sefira van Malchoet, de laagste van de tien sefirot en de allegorische “bodem” van de wereld waartoe het behoort.

 

Het volgt zo [dat de lagere werelden] de ontrokken staten van Chesed zijn nadat zij “ontwikkeld/verwerkt” zijn door Noekva van Zeir Anpin van Atziloet. Dit is de esoterische betekenis van het vers “En de vogels zullen zich vermeerderen op aarde” (Genesis.1:22), implicerend dat zij zijn gecreëerd uit de aarde. [Maar aangezien ook wordt aangegeven: “Laat het water wemelen van…….vogels (Ibid. 1:20), betekent het dat de vogels ook zijn gecreëerd uit het water op de aarde, met andere woorden, de staten van Chesed in Yesod van Zeir Anpin. Daarom hebben zij schubben op hun voeten als vis, aan de andere kant, vliegen zij als sprinkhanen.

 

Gevogelte is dus gecreëerd uit elementen van zowel Chesed als Gevoera en bezit daarom visachtige en sprinkhaanachtige karakteristieken. Omdat zij niet direct afgeleid zijn van de wereld Atziloet, maar van Atziloet als zij “ontwikkeld/verwerkt”, verminderd en afgezwakt in de lagere werelden, is rituele slachting vereist voor zij kunnen worden geconsumeerd.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

Geef een reactie