PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij                                            Numeri. 13:1 – 15:41

 

Het bespioneren van de sefirot


Likutei Thorah 3:51c; Sefer HaMa’amarim Melukat, vol. 2, pp./ 311-314

“Je moet één man van elke stam van zijn voorvaderen sturen” (Numeri. 13:2)

Mozes wist dat het niet noodzakelijk was om het Land te verkennen. Echter van de andere kant gezien, wist Mozes ook, dat ondanks G’D’s belofte van bovennatuurlijke assistentie, het de juiste benadering was om het Beloofde land, op een natuurlijke wijze binnen te trekken , want er is nooit enige garantie dat mirakels zullen plaatsvinden. Door ons zelf maximaal op een natuurlijke wijze voor te bereiden, maken we de weg vrij voor G’D om onze inspanningen te zegeningen op een miraculeuze wijze en zelfs deze G’ddelijke begunstiging teweeg te brengen. In deze context keurde Mozes het uitzenden van verkenners goed om te zien hoe het Land op een natuurlijke wijze kon worden veroverd.

 

Bovendien wist Mozes, dat G’D van ons verlangt dat wij onze G’ddelijke opdracht  verwerkelijken met ons eigen verstandelijke vermogen, niet alleen uit puur geloof.  Wanneer we de bijzonderheden begrijpen van wat G’D dat wij doen, doen we het met groter enthousiasme en betrokkenheid. Hij dacht daarom dat het juister was mannen te zenden om te rapporteren over de aard van het Land en te onderzoeken hoe het te veroveren, op deze wijze, zou het Volk enthousiaster worden over het binnentrekken en er zekerder van zijn  dat het kon worden veroverd.

 

Om die reden liet G’D de uiteindelijke beslissing om al dan niet verkenners te sturen aan Mozes over.

 

Door dit te doen werd de hele onderneming een uitdrukking van eigen initiatief, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op G’D’s instructies.

 

De beoordelingsfout van de verkenners in deze zin bestond hieruit dat zij verder gingen dan de reikwijdte van hun opdracht en de verkeerde conclusies trokken. Zij waren in wezen niet uit op bedrog, Mozes had hen gevraagd om te zien hoe het Land op een natuurlijke wijze kon worden veroverd en zij vonden dat dit niet kon. Maar zij hadden zich goed moeten realiseren en herinneren dat  Mozes hen alleen had gevraagd hoe het Land kon worden veroverd, en niet of.

 

De les voor ons is dat zelfs wanneer we ons eigen verstand gebruiken, we niet moeten vergeten dat we dit doen omdat G’D dit van ons verlangt, dat wij dit doen namens Hem.

 

Het vers zegt dat Mozes mannen er op uit moet sturen. Het veroveren van het Land van Kana’an en transformeren in het Land van Israël, betekent allegorisch, het veroveren van het lichaam en de dierlijke ziel, ze heiligen en transformeren tot geweide entiteiten.

 

De verkenningsopdracht hier besproken, is de eerste operatie van dergelijke aard vastgelegd in de Schrift. De opdracht van de verkenners door Joshoea gezonden is de derde. (Deze verkenningsopdracht wordt gelezen als Haftora [Profetenlezing] na deze parasha. Er zijn twee wezenlijke verschillen  tussen de twee opdrachten. Ten eerste, terwijl Joshoea’s opdracht was gedicteerd door G’D, was Mozes’ opdracht overgelaten aan Mozes’ wijsheid.  Ten tweede, Mozes’ verkenners onderzochten het hele Land, terwijl die van Joshoea specifiek waren gezonden naar Jericho. Deze verschillen reflecteren de spirituele verscheidenheid inherent aan de opdrachten.

 

De zeven volkeren die het Land van Kana’an bewoonden verwijzen naar en belichamen de zeven fundamentele emoties. G’D commandeert ons niet om onze zeven fundamentele emoties te “onderzoeken”en te veroveren, omdat een doorsnee persoon niet in staat is om volledige controle te hebben over zijn zeven emoties en ze te transformeren, met andere woorden, zijn innerlijke zelf. Zo een onderneming kan alleen worden bereikt door iemand wiens G’ddelijk bewustzijn  op een niveau van Mozes is, een Tzadiek.

 

De doorsnee persoon heeft alleen complete controle over zijn buitenste zelf, met andere woorden zijn ziels uitdrukkingen, handelingen, woorden en gedachten. Dit vermogen tot expressie wordt gesymboliseerd door de stad Jericho. Jericho betekent “geur” en een geur is een extern aspect van iemands zijn, het benadrukt zijn gedrag, denken, woorden en daden, die extern zijn in tegenstelling tot zijn emoties. De uitdrukkingsvormen van de ziel zijn haar “kledingstukken”: we kunnen onze vormen van denken, praten en handelen veranderen, net zoals we onze kleding verwisselen. Joshoea’s  opdracht, het “onderzoeken van Jericho”, is van toepassing op ons allen, aangezien iedereen kan onderzoeken en heersen over zijn “Jericho”. Dus G’D beval direct Joshoea om verkenners te zenden naar Jericho.

 

De uitleg van Mozes’ opdracht is relevant voor de rest van ons, wij moeten ook trachten om Mozes niveau van G’ddelijk bewustzijn te bereiken. Hoe meer we mediteren op de futiliteit van het materialisme en de ontzagwekkendheid van G’D, des te meer ontwikkelen we extatische liefde voor G’D en antipathie voor alles dat tegen G’ddelijkheid is. Voor zover we hierin slagen, kunnen we onze zeven emoties ook onderzoeken en veroveren.

 

Desalniettemin, is het onze primaire taak om onze vormen van uitdrukking te onderzoeken en te veroveren. Dit is in feite de sleutel tot onze uiteindelijke verovering van onze emoties (de zeven volkeren) en intellect (de bijkomende drie volkeren), juist zoals de “sleutel” van de versterkte stad, die de weg naar het Land van Israël “opent”.

 

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie