PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij Numeri. 13:1 – 15:41

Rabbi Isaiah Horowitz

Shnei loechot HaBrit

Met bloed en tranen

Aangaande challa, met andere woorden brood, zegt de Thora ons, “De mens leeft niet van brood alleen, maar eerder door alles dat voortkomt van de mond van G’D”. (Deuteronomium. 8:3)

Ik heb uitvoerig elders verklaard, in naam van de Arizal, dat dit vers het raadsel oplost dat de wetenschappers lang in verwarring heeft gebracht, wat betreft de vraag hoe de opname van bepaald voedsel de ziel in staat stelt verbonden te blijven met het lichaam, ondanks het feit dat de ziel per definitie, niet behoeft te eten.

Het antwoord is dat voedsel zowel fysiek al spiritueel is. Er is eenvoudig niets in deze wereld dat niet een bepaalde spirituele input krijgt van de “hogere” regionen. Hemelse krachten veroorzaken dat spiritueel potentieel wordt geactiveerd hier beneden in deze wereld. Vandaar dat de ziel ook van die spirituele ingrediënten in voedsel profiteert, juist zoals het lichaam kracht verkrijgt van de bouwstoffen in het voedsel. Daarom blijft de ziel verbonden met het lichaam zolang als het lichaam voldoende juist voedsel ontvangt. Dit is wat met het hierboven geciteerde vers wordt bedoeld, dat de mens niet alleen van brood leeft.

Het betekent dat het lichaam door de fysieke samenstelling van het voedsel wordt gehandhaafd, met andere woorden, door brood, als het ware. Daarbij, wordt leven gehandhaafd, met andere woorden, de ziel leeft voort, door de onzichtbare spirituele elementen in voedsel. Nog anders gezegd, door G’D’s opdracht om die spirituele elementen actief te laten worden binnenin de persoon.

Om die reden legt de Thora ons op om de challa opzij te zetten, af te zonderen, het te geven aan de Koheen, priester; door deze mitzwa te vervullen, wordt het spirituele element in het brood “geactiveerd” en levert een bijdrage aan het onderhouden van de ziel. Aangezien, in het gunstigste geval, dit challa is afgezonderd wanneer het brood nog niet is gebakken maar slechts nog deeg is, is het een methode om ons brood te zuiveren door heiligheid toe te voegen nog vóór dat het brood gebakken is. Het brood dient daardoor als een zuiveringsinstrument voor lichaam en ziel.

De eerste mens, Adam werd beschouwd als de challa van het universum (Jerusalem Talmoed Shabbat 2). Hij was volmaakt in lichaam en geest totdat hij de status van de wereld veranderde “De aarde zal doornen en distelen voortbrengen…..met bloed en tranen zal je brood eten.” (Genesis. 3:18-19) Het netto effect op het brood nadat het challa terzijde is gelegd en is gegeven aan de Koheen, is om een persoon de zegen te verlenen inherent aan het vers “brood zal het leven van de mens ondersteunen” (Psalm 104:15).

De mitzwa van tzitzit [ draden aan vier hoeken van kleding] vervult een vergelijkbare functie. Het verwijst naar de vier richtingen van de globe en de numerieke waarde van het woord, daaraan toegevoegd de acht draden van de eigenlijke franje plus de vijf knopen die we leggen wanneer we ze verbinden aan de kleren, geeft ons een totaal van 613, welke ons herinnert aan al de mitzwot van de Thora. Zij dienen ook als een herinnering aan de Hogere Regionen, een herinnering aan de ziel welke zijn onmiddellijke oorsprong heeft onder de “troon van G’D”. Onze Wijzen hebben het dus als volgt uitgedrukt: “De blauwe wol lijkt op de oceaan, de oceaan lijkt op de kleur van de hemel, de hemel lijkt op de zuiverheid van de saffier en de saffier lijkt op de troon van G’D.” (Choellien 89) We vinden daarom dat deze mitzwa een zuiveringsinstrument is voor het niet fysieke deel van de mens, zijn Nefesh. De twee mitzwot zijn dus bestemd om mentale en lichamelijke excessen te voorkomen, om er voor te zorgen dat de mens een pure geest en puur lichaam heeft.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie