PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij        Numeri. 13:1 – 15:41

BEGRIPVOL GELOVEN

Likkoetei Sichot, Vol. XXIII, P, 92-95

Het Thoragedeelte Shelách Lechá verhaalt uitvoerig over hoe Mozes twaalf uitstekende oprechte afzonderlijke verkenners uitzendt om het Land Israël te verkennen.Dit werd gedaan om uit te vinden wat de beste en eenvoudigste manier was om het Land te veroveren en ook om meer informatie te verkrijgen over het Land zelf. Zij zouden de kwaliteit van het Land aan hun broeders tonen door terug te keren met enkele vruchten van het Land.

Terwijl geloof van extreme importantie is en de basis voor het in acht nemen van de Thora, is geloof op zichzelf niet voldoende. Na het tonen van puur en simpel geloof, verlangde G’D dat Joden ook hun intellectuele vermogens gebruikten.

Hetzelfde geldt voor het binnen trekken van Eretz Yisraël. Hoewel G’D het Volk al had gezegd dat het Land goed was, verlangde Hij dat zij niet alleen geloofden dat het goed was, maar dat zij dit zelf zouden zien [begrijpen]. “Horen en [geloven] kan niet vergeleken worden met zien [en begrijpen]. “ ( Mechilta op Jitro, Shemot, 19:9)

Dus was het van vitaal belang dat het Joodse Volk het sterke verlangen zou hebben  om het Land binnen te trekken, als resultaat van de positieve impressies die hen zouden bereiken, dat het voor dit doel zelfs de moeite waard was om de levens van de verkenners in gevaar te brengen.

Zo ook betreffende de eerste fase van hun opdracht om te zoeken naar de eenvoudigste weg om het Land te veroveren, zodat het Volk zou begrijpen met hun eigen intellectuele vermogens dat dit met zekerheid mogelijk is.

Bij hun terugkeer begingen deze uitstekende oprechte afzonderlijke verkenners de grove overtreding aan het Joodse Volk te vertellen dat het Land onmogelijk te veroveren viel. Aangezien zij ooggetuigen waren geweest van “Een machtig Volk” nakomelingen van de reuzen, meenden de verkenners naar hun eigen inzicht dat hun conclusies logisch en correct waren, en brachten zij aan het Joodse Volk over, dat het Land onmogelijk te veroveren viel.

Wat dit betreft begrepen zij Mozes compleet verkeerd. Hij heeft hen nimmer gevraagd of het Land kon worden veroverd, integendeel hij heeft hen gezonden om zich ervan te vergewissen hoe het op meest gemakkelijke manier kon worden veroverd. Hij had hen uitgezonden om de beste manier te vinden hoe het Land te veroveren, het was vanzelfsprekend bedoel om een natuurlijke wijze te vinden. [Als het op een miraculeuze wijze bereikt had kunnen worden, dan zouden de verkenners overbodig zijn geweest.] Dus de getuigenissen van de verkenners, dat het Land onoverwinnelijk zou zijn staan in schril contrast met het doel van hun opdracht.

De verkenners begingen deze ernstige vergissing omdat zij zich zeer bewust waren van hun eigen persoonlijk egoïsme en hun eigen logische conclusies en niet voldoende gebonden en ondergeschikt waren aan Mozes, wiens hele zijn berustte op G’ddelijke waarheid. Waren zij meer verbonden geweest met Mozes en minder bezorgd om zich zelf, dan zouden zij niet zo bevreesd zijn geweest voor de “nakomelingen van de reuzen”.

Mozes wist dat het Land te veroveren viel, hun vertrouwen in hem zou ook terecht inzicht in hen bewerkstelligd hebben, dat “het Land dat de Eeuwige, onze G’D ons geeft goed is.”(Deuteronomium. 1:15)

Een Jood zou er goed aandoen te onthouden dat zelfs als hij betrokken zou zijn in kwesties die zijn eigen inzichten vereisen, hij doet zoals Mozes afgezant, met andere woorden, hij moet trachten het onderwerp in de ware zin te begrijpen en niet vanuit eigen persoonlijk verlangen, maar omdat G’D wenst dat hij het zo doet.

Hij zal dan verzekerd zijn in inzicht van ware aangelegenheden, in plaats van zijn eigen subjectieve foute interpretaties van de waarheid, iets wat gemakkelijk gebeurt als men verblind is door eigenliefde.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie