PARASHAT RE’ÉE

Zie           Deuteronomium. 11:26 – 16:17

 

 De Kabbala van Liefdadigheid

 

 Rabbi Jitzchak Luria

 

Likoetei Thora, Sha’ar HaMitzwot, en Ta’amei HaMitzwot

 

 Aan Liefdadigheid doen maakt vrede tussen de van elkaar vervreemde letters van de naam van G’D Naam.

 

 In deze parasha wordt ons verteld:

 

 “Wanneer er bij jou een behoeftige is, een van je broeders, binnen een van je poorten, in het Land dat de Eeuwige, je G’D, je geeft, onderdruk dan niet het medegevoel bij je zelf en houd je hand niet krampachtig dicht voor die behoeftige broeder, maar open wijd je hand voor hem en geef hem gul voldoende voor wat hem ontbreekt.  (Deuteronomium. 15:7-8)

 

 De esoterische significantie van liefdadigheid [in het Hebreeuws, “tzedaka”] is als volgt:

 

 Tzedaka wordt gespeld, tzadik-dalet-koef-hé.   (  צדקה )

 

 De joed in de letter tzadik( צדיק)- de eerste letter van Tzedaka צ/ץ  staat in de tegenover gestelde richting van de joed  van de noen van de tzadik, ( deze opmerking verwijst naar de opbouw van de letter, zie de linker helft van de letter tsadik als een noen ן/נ en het rechter korte stukje als de joed י) dit geeft aan dat Ze’ir Anpin en  Noekva rug tegen rug staan.

 

 In het schrift voor het schrijven van Thorarollen, tefilllien en mezoezot, hebben de letters van het alfabet precieze vormen zoals opgelegd door de Joodse wetgeving.

 

Het systeem van de Arizal is in grond gelijk aandat van Rabbi Josef Karo (zie Shoelchan Achoech, Orach Chaim 36) met zeven uitzonderingen. Eén van deze zeven is de vorm van de letter tzadik, die wordt gevormd door het schrijven van een enigszins omgebogen noen en vervolgens een joed aan de rechterkant toegevoegd.

 

Volgens Rabbi Karo moet deze joed worden geschreven “tegenover” de noen, dat wil zeggen, in zijn normale plaatsbepaling.

 

(De meeste letters in het Hebreeuwse Alfabet lijken links “gericht” te zijn.) Volgens de Arizal echter moet de joed naar rechts “gericht” zijn.

 

 Zoals we weten is de minst positieve positie van de partzoefiem rug tegen rug, waarbij de stroom van G’ddelijke liefdadigheid ernstig is gelimiteerd. Eén van de gevolgen van deze situatie is materiele armoede in de fysieke wereld.

 

 De dalet  ד[de tweede letter van het woord “tzedaka”] geeft aan dat Noekva verarmd is, aangezien het feit dat het woord “dalet “behoeftig” betekent.

 

 Het adjectieve “dal” in het Hebreeuws betekent “behoeftig”. Bijgevolg kan dalet worden gezien als een feminiene vorm van dit woord. Aangezien Ze’ir Anpin en  Noekva rug tegen rug staan, ontvangt Noekva niet de volle stroom G’ddelijke liefdadigheid die het nodig heeft.

 

 Alhoewel de derde letter, koef ,קeen bepaald lager niveau vankoppeling of versmelting aangeeft, is de “poot” lang, aangevend dat de G’ddelijke liefdadigheid zich uitstrekt tot de sfeer van kwaad.

 

 De koef ק  wordt gevormd van een enigszins beknotte kaf ך  en een lagere zayin ז. Deze twee letters bekleden de normale weg, aangevend dat over het algemeen de koef  een mate van versmelting aanduidt,  metde lagere zayin. De “poot” van de koef, strekt zich uit tot beneden de lijn, dat geeft daarmee een stroom in de lagere sferen van realiteit te kennen en wel het kwaad.    

 

 Om dit gevolg te verfrissen [letterlijk “te parfumeren”, inhoudend: te rectificeren, of te “verzachten”, moeten we liefdadige donaties doen, waardoor de ontbrekende elementen van de eerste drie letters worden aangevuld met de letter hé, die de ware versmelting karakteriseert: dit is de esoterische significantie van de letter hé, zoals uitgelegd in de Zohar II:104a.

 

 De ה  wordt gezien als een perfect uitgebalanceerde letter, waarbij de poot zich niet uitstrekt beneden de lijn, zoals bij de koef en er een koppeling is tussen de twee delen, anders dan de dalet, waar een “wederhelft” ontbreekt om te kunnen versmelten. En zoals we zullenzien,  is de de gerectificeerde vorm van de koef en de dalet.

 

 SHABBAT SHALOM

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie