PARASHAT PINCHAS

Pinchas (Numeri 25:10 – 30:1)

DE ZELOOT

De Eeuwige sprak tot Mozes, ” Pinchas, zoon van El'azar, zoon van Aharon de priester, heeft Mijn woede afgewend van de Kinderen van Jisraël door zijn zelotisme in Mijn belang, zodat Ik de Kinderen van Jisraël niet op grond van Mijn recht behoefde te vernietigen. Zeg het daarom voort: Hiervoor bied Ik hem Mijn vredesverbond aan.” ( Numeri, 25:11-12 ) Pinchas's daad roept vele associaties op, courage, gedecideerdheid, en religieuze passie om er maar een paar te noemen, maar vrede is nauwelijks toepasbaar op één van hen. Per slot van rekening dode Pinchas twee mensen.

Weliswaar wordt het hem niet aangerekend door de Thorawetgeving wat hij deed en door zijn doen werden vele levens gered, nochtans is het zeer ongewoon om het doden te zien als een vredelievende handeling.

Zoals de Thora het zegt ( zie Numeri, 25 ; Rashi, ibid, Talmoed, Sanhedrin 81b-82b en 106a), De kwaadaardige profeet Bil'am die had gefaald in het ondermijnen van Israël's unieke relatie met G'D door te zeuren over hun zonden in het verleden, had een idee. Hun G'D verafschuwt vrij seksueel verkeer, zegt hij tot Balak, de Moabitische koning die hem had ingehuurd om Israël te vervloeken.

Ontaard hen met de dochters van het koninkrijk en je zult Zijn woede uitlokken over hen. Deze keer had Bil'am succes. Vele Joden, in het bijzonder van de stam Shimon, werden verleid door de Moabitische prostituees die afdaalden tot in het Israëlitische kamp in de Shittim vallei, en werden zelfs bewogen om Ba'al Peor te dienen, de heidense god van hun partners. Toen rechtbanken werden geïnstalleerd door Mozes om de afgodendienaars te berechten en te bestraffen, trachtte Zimri, de leider van Shimon zijn stam's zonden te legaliseren door publiekelijk een Midjanitische vrouw in zijn tent op te nemen, voor de ogen van Mozes en de gehele gemeenschap van Israël.

Mozes en de Oudsten van de gemeenschap waren radeloos. De Thorawet voorzag op dat moment niet in een rechtspraak te aanzien van de overtreder.

Er is een wet die toestemming geeft voor “zeloten om hem te slaan”, maar deze bepaling ontging Mozes en het Joodse leiderschap. Alleen Pinchas herinnerde het zich, en had de vastberadenheid om het uit te voeren. Hij doodde Zimri en de Midjannitische vrouw en stopte daardoor een tierende plaag die begon als gevolg van G'D's woede tegen Zijn volk.

DE KWESTIE VAN DE GROOTVADER

De Talmoed, refererend aan G'D's openingswoorden aan Mozes zoals boven vermeld, vraagt: De Thora heeft ons al eerder verteld wie Pinchas is, in het zesde hoofdstuk van Exodus en opnieuw een paar versen terug in Numeri 25:7. Waarom refereert de Thora nu opnieuw aan hem als “Pinchas, de zoon van El'azar, de zoon van Aharon”?. Rashi, quoterent de Talmoed en Midrash, verklaart:

Omdat de stammen van Israël hem minachtten en bespotten, zij zeiden; “Heb je gezien de zoon van de vetmaker, wiens grootvader, de vader van zijn moeder, kalveren vetmesten voor offers aan de goden en nu een prins van Israël heeft gedood?!” Daarom trok G'D de afstammingslijn van Aharon. ( Pinchas grootvader van moederszijde was Jithro, die voor dat hij overging tot het Jodendom, een heidense priester was). Deze verklaring echter levert meer vragen dan dat ze het beantwoordt: (a) Wat was de ware aanzet van “de stammen van Israël” tegen Pinchas? De vijandigheid van een stam, de stam van Shimon, zou begrijpelijk zijn geweest, hij doodde hun leider en maakte een eind aan hun heidense orgie. Maar waarom werd hij veroordeeld door de hele gemeenschap van Israël, de meesten onder hen waren zeer verontwaardigd over het handelen van Zimri en waren Pinchas zonder meer dankbaar voor het stoppen van de plaag. (b) Wat was de mogelijke relevantie van Jithro's verleden? Als Pinchas verkeerd had gehandeld, dan was hij des te schuldiger dan het hebben van een grootvader die kalveren vetmesten om te offeren. “Moordenaar” zou een meer passende benaming zijn geweest dan “kleinzoon van een vetmester”. En als het doden van Zimri was erkend als een juiste handeling, waarom werd de jonge held en redder van zijn volk dan bespot? (c)Als Pinchas, om welke reden dan ook, zou worden bekritiseerd om Jithro's afgodisch verleden, waarom dan specifiek dat hij ” kalveren voor offers vetmestte”?

Hoe zit het dan met het feit dat hij als heidense priester ( zoals de Midrash vertelt ) elke afgod in de wereld vereerde?

(d) Wat dan ook de aanklacht was tegen Pinchas, het werd weerlegd door het feit dat hij Aharon's een kleinzoon was?

WIE IS EEN ZELOOT

De aard van Zimri's zonde maakt zijn doden een extreem moreel gevoelige kwestie. Van de ene kant acht de Thora wat hij deed als waardig voor dood. Van de andere kant, voorziet het niet in het uitvoeren van een oordeel doormiddel van een juridisch proces, in plaats daarvan vaardigt het uit “zeloten zullen hem slaan”. Wie is dan bevoegd een zeloot te zijn? Wanneer een vonnis is uitgevoerd na een zorgvuldig proces is geen er reden om de rechters en executeur te onderwerpen aan een moreel onderzoek; zij oordelen volgens het boek, en we kunnen hun motief beoordelen volgens het boek. Maar de motieven van een zeloot die unilateraal handelt zijn uitermate belangrijk voor kwalificatie als zeloot, het hangt namelijk af van de vraag, wat exact bewoog hem in het doen van wat hij deed.

Is hij oprecht gemotiveerd om “G'D's woede te bedaren”, of gebruikt hij een heilige uitingsmogelijkheid voor zijn persoonlijke agressie. Is zijn handeling een oprechte handeling van vrede, gedreven door het verlangen om een zondig volk te verzoenen met hun G'D, of is het een handeling van geweld, kosher maken voor consumptie onder de mom van “zeloot”. De ware zeloot is een uiterst onbaatzuchtig persoon, een die alleen geïnteresseerd is in de verhouding tussen G'd en Zijn volk, zonder enig eigenbelang.

Op het moment dat er persoonlijk vooroordeel en geneigdheid een rol spelen, houdt hij op een zeloot te zijn. ( Dit is wellicht waarom de wet “zeloten zullen hem slaan” valt onder de unieke juridische categorie van halach v'ein morin kein, “” een wet die niet is geïnstrueerd””: als een zeloot in wording bij een rechtbank komt en informeert als het toegestaan is een overtreder te doden, krijgt hij absoluut geen toestemming.( Mishne Thora, Wetten van Verboden Relaties, 12:5 ). Inderdaad, het feit dat hij vraagt, diskwalificeert hem, iemand die voorbaat verzekerd wilt zijn van rugdekking door een rechtbank, is geen zeloot. De ware zeloot heeft geen eigen gedachten of gevoelens voor de aangelegenheid, noch voor zijn persoonlijke veiligheid, zelfs niet voor de morele en spirituele implicaties van zijn handeling op zijn eigen ik, het kan hem geen moer schelen dat hij een illegale handeling verricht. Hij is gewoonweg alleen vastberaden om een eind te maken aan de situatie die de G'ddelijke woede tegen Israël opriep.)

AHARON'S KLEINZOON MET BETREKKING TOT DIT ALLES

De boven geformuleerde vragen beantwoorden elkaar. De stammen van Israël wisten dat in de zaak van Zimri de wet van “zeloten zullen hem slaan gewaarborgd was”.

Maar zij waren sceptisch ten aanzien van Pinchas' motieven. Waarom was het, vroegen zij zich af, dat Mozes, noch de Oudsten, noch iemand onder het gehele leiderschap, was bewogen tot de rol van zeloot , dan alleen maar Pinchas, “de jongste van het stel”? Was Pinchas de gene met de meeste verantwoording en onzelfzuchtigheid onder hen? Verre van dat , zeiden zij, we hebben hier een angry young man die denkt dat hij een Thora permitterende uitlaatklep te hebben gevonden voor zijn agressie.

Een beetje wroeten in het familieverleden versterkten hun aanvankelijke twijfels.
Natuurlijk, zeiden zij, kijk naar zijn grootvader!! Er zijn maar weinig beroepen die zo inhumaan zijn als het vetmesten van kalveren bestemd voor godenoffers. Jitro's afgoderij is hier in feite niet relevant, maar zijn aard en persoonlijkheid. Pinchas, zo redeneerde de “stammen van Israël” moet de natuurlijke wreedheid van zijn grootvader hebben geërfd en bedekt het met het heilige gewaad van zelootschap.

Daarom verbond G'D Pinchas' naam uitdrukkelijk met die van Aharon, de edelste, de meest vredelievende man die Israël kende.

Aharon, de “de minnaar van vrede en streber naar vrede, iemand die de mensheid lief heeft en dichter tot Thora brengt”. In karakter en aard getuigde G'D, is Pinchas als zijn andere grootvader, Aharon. Niet alleen neigt hij niet tot geweld, het is de antithese van zijn natuurlijke aard. Pinchas is een man van vrede, die deed wat hij deed met als enige intentie “Mijn woede afwenden van de Kinderen”.

Geef een reactie