PARASHAT PEKOEDÉ

De berekeningen (Exodus 38:21 – 40:38)

Reb Zusia van Anipoli sjokte voort over een modderige landweg. Hij passeerde een wagen die met zijn wielen was blijven steken in de modder. “Help me duwen” vroeg de bestuurder van de wagen aan Reb Zusia Reb Zusia vond zichzelf te zwak om te assisteren, “Ik zou graag behulpzaam zijn,” antwoordde hij, “maar ik kan niet.”

“Je kunt het wel” zei de wagenbestuurder, “Maar je wilt niet.”

Reb Zusia vatte dit op als een lering. Te vaak voelen we ons wegzakken in de modder en niet in staat om onszelf op te laden met positieve energie, of op een bepaalde manier vastgelopen zonder kracht om voorwaarts te gaan. Dat gevoel is een illusie. Het maakt niet uit welk spiritueel niveau we hebben, we hebben altijd de potentiele mogelijkheid om te groeien en om vooruit te komen.

Elk persoon heeft een ziel, die in wezen deel uitmaakt van G’D, en juist zoals er niets is dat G’D kan terughouden, is er niets dat ons kan terughouden.1 We moeten gewoonweg willen vooruitgaan.

De Thoralezing van deze week beëindigt het Boek Exodus. De slotpassage van dat Boek vertelt ons: “Nu bedekte de Wolk de tent-der-samenkomsten en de Glorie van de Eeuwige vervulde de Woning……….Want de”Wolk” van de Eeuwige rustte overdag op de “Woning” en s’nachts was er steeds een vuurgloed in, zichtbaar voor het gehele Huis Jisraël op al hun tochten. ( Exodus 40, 34-38 )

Het begin van het Boek Exodus beschrijft het verknechten van de Joden in Egypte, de uitvoerige weergave van hun verlossing en vervolgens het geven van de Thora en de constructie van het Heiligdom, de Woning. Het is een relaas met een voortdurende groei. Als slaven, zagen zij de openbaring van G’ddelijkheid door de Tien Plagen. Vervolgens werd hun vrijheid verleend en verlieten ze het land Egypte, waarna zij getuigen waren van de totale vernietiging van de Egyptenaren bij de miraculeuze doortocht van de Rode Zee.

Na de verworven fysieke vrijheid, gingen zij verder naar de Sinaï waar G’D hun de Thora gaf, waarbij zij de openbaring van het spirituele gewaar werden.

Ieder persoon ervoer een connectie met G’D, hun Schepper.

Dit bracht een bewustwording van een levensweg teweeg die niet alleen aan een berg in de woestijn gebonden was, maar ook in elk facet van het dagelijkse leven van alle dag. Dit is tot stand gebracht door de mishpatiem, het domein van de Thora Wet die rationeel kan worden begrepen en dat intermenselijke relaties bepaalt. Bovendien kreeg dit spiritueel bewustzijn concrete vorm door de constructie van het Heiligdom. Het Joodse Volk nam materiele entiteiten, goud, zilver hout en koper, en maakte er een verblijfplaats van voor de G’ddelijke Aanwezigheid. De uiteindelijke totstandkoming van dit stijgende groeiproces, kwam toen “de Glorie van de Eeuwige de Woning vervulde.”

Ondanks de beperkingen van onze sterfelijke existentie, was de mensheid in staat om een plaats te creëren welke G’D een thuis kon noemen, een plaats waar Zijn absolute essentie was geopenbaard.

De Thora benadrukt echter, dat dit groeiproces niet naar een eindpunt leidt. Direct erna verklaart de Thora: ” Telkens wanneer de “Wolk” van zijn plaats boven de “Woning” opsteeg trokken de Kinderen van Jisraël verder op al hun tochten.” Dienst doen aan G’D vergt voordurende progressie. We mogen nooit op onze lauweren rusten, maar moeten constant nieuwe en grotere bestemmingen aangaan. Net zoals G’D onbegrensd en oneindig is, zo ook, is onze relatie met Hem onbegrensd.

Om dit idee binnen onze persoonlijke sfeer vorm te geven, moet een persoon door groeiend ontwikkelingsproces gaan dat hem zal leiden, van een belemmert en begrenst wezen, naar een iemand die een connectie met G’D ervaart in zijn dagelijkse leven. Deze verhouding staat niet vrij op zich zelf, maar zal zich uitstrekken in zijn gehele omgeving waarin hij leeft; hij zal zijn omgeving tot een verblijfplaats van G’ddelijkheid maken. Echter zal hij het niet hierbij laten en stoppen. Integendeel hij moet al zijn innerlijk krachten verzamelen om “verder te trekken” en het bewustzijn van G’D verhogen naar nieuwe en bredere horizonten.

SHABBAT SHALOM

1. RATIFICATIE PARASHAT PEKOEDÉ

Elk persoon heeft een ziel, die in wezen deel uitmaakt van G’D, en juist zoals er niets is dat G’D kan terughouden, is er niets dat ons kan terughouden

BS”D

Staat u mij toe om mijn bedenkingen i.v.m.het stukje tekst die ik in het rood gezet heb. U schrijft dat iedere ziel deel uitmaakt van G-D. De zaak is wel zo dat iedere ziel een Goddelijk deel is maar van daaruit stellen dat iedere ziel deel uitmaakt van … !!!!??? wekt de vergissing dat G-D (Chas Veshalom) zou samengesteld zijn uit deeltjes i.d.v. uit zoveel zielen. Dit is radikaal in strijd met een van de meest essentiële geloofprincipes van Maïmonides over de absolute eenheid van HKDB”H.

Met de meest vriendelijke groeten.
Bevirkath Hatora velomdeiha.
J.Friedrich.
Antwerpen

Wij danken Rabbijn Friedrich voor deze uiterst belangrijke rechtzetting.

BETH HAMIDRASH

Geef een reactie