PARASHAT PEKOEDÉ

De berekeningen Exodus 38:21 – 40:38

De Geschriften van de Ari

Sefer Halikoetiem

In de Thoralezing van deze week wordt verslag gedaan van de donaties van het Joodse Volk, ten behoeve van de constructie van het Tabernakel en van wat met de donaties wordt gedaan. Ons wordt verteld dat “het zilver [verzameld] van hen van de gemeenschap die werden opgenomen,100 Kikkar waren en 1,775 shekel naar de shekel van het gewicht van het Heiligdom….De 100 Kikkar van zilver [werden gebruikt] voor het gieten van de sokkels van het Heiligdom en de sokkels van het voorhangsel: 100 Kikkar voor 100 sokkels, dus een kikkar per sokkel.” (Exodus. 38:25-27)

Het woord voor sokkel” in het Hebreeuws is “aden” en de meervoudsvorm (“de sokkels van”), de vorm gebruikt in deze passage, is “adnei“. Deze spelling is precies het zelfde als de G’ddelijke naam Ado-nai. Vanuit deze gedachte weidt de Ari verder uit:

Weet dat de 100 sokkels van het Tabernakel manifestaties zijn van de sefira van malchoet, welke synoniem is met de G’ddelijke Naam Ado-nai.

De Sokkels waren de basis van het tabernakel; de wanden welke de muren vormden werden in deze sokkels geplaatst. Het tabernakel was, zoals we eerder hebben opgemerkt, de wijze waarop G’D’s aanwezigheid in de wereld werd gemanifesteerd (en in het bewustzijn van elk mens); het was daarom een microkosmos van de gehele Schepping. De laatste, de laagste sefira van de tien sefirot is malchoet, dus de sokkels, de laagste elementen van het Tabernakel, manifesteren deze sefira. In tegenstelling tot de voorafgaande negen sefirot, bezit malchoet geen “inhoudelijkheid” of “persoonlijkheid” van zichzelf. Het is niet een eigenschap van G’D per se maar eerder de expressiekracht van al de andere, voorafgaande eigenschappen. Bijgevolg wordt het in de Zohar verklaard dat malchoet “niets van zichzelf heeft”. Het woord “malchoet” betekent “koninkrijk”, met andere woorden, de manifestatie van de voorgaande eigenschappen van G’D door geheel de Schepping, het creëren en doorgeven van de realiteit in een verenigd harmonieus geheel, een koninkrijk gestuurd door een koning, namelijk G’D. De G’ddelijke Naam die deze aanspreektitel over de realiteit uitdrukt is natuurlijk Ado-nai, welke letterlijk “Mijn Heer” betekent. Elke sefira, zijnde een manifestatie van G’D in de context van de Schepping, is in feite een andere “naam” van Hem, aangezien het doel van een naam of titel is om een persoon te identificeren in de context van de rol die hij speelt ten opzichte van de wereld om zich heen.

Deze naam bezit de numerieke waarde van 100, als volgt:

De eenvoudige numerieke waarde van het woord Ado-nai (gespeld alef- daled- noen- joed) is 65, maar door zijn milui te ontleden ( de volledige spelling letter voor letter), is zijn numerieke waarde verhoogd naar 100. Zoals eerder vermeld, verwijst de volledige spelling letter voor letter in Kabbala, naar de totale manifestatie van alle G’ddelijke latente kracht in die letter. De volledige spelling van de naam Ado-nai verwijst daarom naar de volledige manifestatie van G’D’s vermogen om de schepping onder Zijn heerschappij te verenigen. Dit, opnieuw, is de totale expressie van het idee van het Tabernakel in het algemeen: de verspreiding van het besef en bewustzijn van G’D door heel de Schepping. Om de waarde van 100 te bereiken, moet de naam Ado-nai letter voor letter dubbel worden gespeld, met andere woorden, elk van zijn constituerende letters moet volledig worden gespeld. Dit geeft zelf een grotere, meer volmaakte revelatie van malchoet gedurende Schepping aan.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie