PARASHAT NOACH

Noach             Genesis. 6:9 – 11:32

 Thora Ohr 11b, Rabbi Shneur Zalman

 “Laat ons naam maken.” (Genesis. 11:4)

De “Generatie van Verspreiding” wensten zich te laten leren door de Hogere Wereld zonder hun ego’s of begeerten in te tomen of te matigen. Hun plan was om lering te verkrijgen van de Naam Havayah ofschoon zij lering verdienden van de laagste niveaus van de Naam Elo-kiem. Zij wilden verder reiken dan de wet en orde wereld van Tikkoen naar de wereld van Akoediem. Daar waar de structuur van Tikkoen niet existeert.

Het vers: “Laat ons naam maken.kan nu als volgt worden geïnterpreteerd:

“Laat ons zelf een naam maken.”: Laat ons voortgaan met  de Naam Havayah.

“zodat we niet worden verspreid”: Opdat we de laagste niveaus van de Naam Elo- kiem verkrijgen.

Om deze eenheid en samenwerking te bereiken, plannen zij het bouwen van een toren. Zoals de middeleeuwse commentator Rabbi Avraham Ibn Ezra het uitlegt: zij waren herders die vaak ver van elkaar rondzwierven en deze hoge toren zou van uit de verte zichtbaar zijn, zodat zij ernaar konden terugkeren om bijeen te komen.

G’D kon daarom hun plan niet toestaan, aangezien zij inderdaad door eenheid in staat zouden zijn om G’ddelijke weldadigheid te verkrijgen van de Naam Havayah en het te kanaliseren in onzuiverheid. Vergelijkbaar met de geschiedenis van Adam, toen hij zich eenmaal in een negatieve staat had gebracht door het eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, kon G’D hem niet toestaan te eten van de Boom van het Leven om onsterfelijkheid te verkrijgen; zodoende duurt de negatieve energie voor eeuwig.

 SHABBAT SHALOM

1 reactie op “PARASHAT NOACH

Geef een reactie