PARASHAT NITSAVIEM

De Alter Rebbe sprak:”Toen ik in de Mezrirch was, hoorde ik de volgende leerstelling van mijn geëerde leraar, de Maggid,( (uit naam van zijn geëerde leraar, de Baal Shem Tov):

“Atem nitzaviem hajom”, “Jullie staan vandaag allen voor de Eeuwige, jullie G’D.” (Deuteronomium.29:9)

Het woord “vandaag” verwijst naar Rosh HaShana, de Dag van Oordeel.

Want de frase “De dag komt,” wordt door de Targoem weergegeven met de woorden, “De grote dag des oordeels is gekomen.” Met betrekking tot deze dag zegt de Thora ons: “Jullie staan”; dat wil zeggen: rechtvaardig wordt over jullie geoordeeld.

Op de Shabbat voor Rosh HaShana, de laatste Shabbat van de maand Elloel, lezen we de parasha die begint met de woorden “Atem nitzaviem hajom”. Deze lezing brengt de zegeningen die G’D geeft op Shabbat Mevarchiem, tot uitdrukking de Shabbat die de zevende maand zegent. De maand die gezegend is met overvloed, een gulle overvloed die het gehele Joodse Volk het hele jaar overlaadt.

Zoals de volgende maamar, verhandeling, benadrukt, maakt Parashat Nitzaviem niet alleen G’D’s zegeningen voor Rosh HaShana kenbaar, maar het verwijst eveneens naar de G’ddelijke Liturgische Dienst die met die dag in verband staat. Want het vers op Rosh HaShana impliceert dat alle Joodse zielen worden verheven naar hun bron van oorsprong. Het vers vermeldt vervolgens tien categorieën van mensen, parallel lopend aan de tien Sefirot, die de afzonderlijke spirituele eigenschappen van een ieder begrenst. Niettemin zijn al deze zielen fundamenteel één. Deze eenheid wordt geopenbaard op Rosh HaShana wanneer de zielen zich verheffen tot hun transcendente spirituele bron. De eenheid van het Joodse Volk maakt hen een geschikt medium om G’D’s aanwezigheid neerwaarts te halen.

De fundamentele eenheid van het Joodse Volk is een gevolg van de innige verbondenheid die zij delen met G’D. Want – zoals de geciteerde passage boven continueert- ons volk is verbonden met G’D door een verbond: “Om toe te treden tot het verbond van de Eeuwige, je G’D”. Een verbond vereeuwigt de verhouding door de eenwording van de betrokken, zij worden tot één entiteit gemaakt. Dat betekent dat deze verbinding altijd zal bestaan ook indien vanwege redelijke of logische redenen deze verbinding verbroken zou moeten worden.

JUDA GROENTEMAN

Aangetreden (Deuteronomium 29:9 – 30:20)

Herhaaldelijk wijst Mozes erop dat de enige weg voor overleving van het volk bestaat in de aanvaarding van de geboden van de Almachtige zoals die in de Thora zijn geformuleerd. Hij geeft een volledige en gedetailleerde lijst van zegeningen die ze zullen ontvangen als ze zullen “luisteren”. Ook heeft Mozes het over de vervloekingen die over hen zullen komen als ze niet luisteren.

Hij roept hemel en aarde als getuige op dat hij voor het volk in duidelijke termen de voorwaarden voor leven en dood heeft uiteengezet. Ondertussen blijft hij pleiten: “Kies dan het leven, dan zult ge met uw nakomelingen het leven bezitten” (Deut. 30, 19).

Men zou zich met Erich Fromm kunnen afvragen hoe de mens een keuze kan maken tussen leven en dood. De mens is óf in leven óf dood. Er is geen keuze, tenzij men de mogelijkheid van zelfmoord overweegt. Maar, zo zegt Fromm, de bijbelse tekst verwijst niet naar leven en dood als biologische feiten, maar als waarden.

In leven zijn betekent groeien, antwoorden, ontwikkelen. Dood zijn (zelfs als men biologisch in leven is) betekent: niet meer groeien, meer en meer een fossiel worden en een levenloos object. Velen hebben nooit dit klare alternatief tussen de waarden van leven en dood voor ogen en leven derhalve als een soort “zombie” wiens lichaam nog levend is, maar wiens ziel is afgestorven. Leven kiezen is de noodzakelijke voorwaarde voor liefde, vrijheid en waarheid. Het is ook de voorwaarde om de Almachtige lief te hebben, want – in de woorden van de psalmist – “niet de doden prijzen U”.

Mozes bedoelt hier ook dat, wanneer men de keuze maakt, men die niet alleen voor zichzelf maakt, maar ook voor zijn kinderen. Het is alsof Mozes zegt: verzeker je ervan dat de weg van de Thora die je aanvaardt niet de weg is die de kloof tussen generaties veroorzaakt. Een cultuur en een levensweg kunnen niet worden getest in één generatie. De toets wordt enkel doorstaan als de levensweg wordt voortgezet en een begaanbare weg blijkt te zijn voor “u en uw kinderen”.

De geboden voorgeschreven in de Thora waren bedoeld om een band te smeden tussen ouders en kinderen, niet om een kloof tussen hen te veroorzaken. Door het vervullen van de geboden kunnen de families gaan samenzitten rond één en dezelfde tafel en ideeën en idealen delen.

Mozes probeert dit punt verder te bewijzen door het domein van de Thora te bepalen. “Want de geboden die Ik u heden geef, zijn niet te zwaar voor u en ze liggen niet buiten uw bereik” (v. 1 1). Ik spreek niet met jullie (zo richt hij zich tot het volk) over een “Utopia”. Ik verkoop u geen idee ver weg, een visionaire blauwdruk voor een ver verwijderde toekomst. “Het is niet in de hemel… en ook niet overzee” (v. 12-13).

Sommigen kunnen misschien de mening zijn toegedaan dat de Thora enkel door hen moet gelezen worden die een hemels leven lijden, die zeer vroom zijn en verwijderd zijn van alle dagelijkse werkelijkheden. Tot hen zegt Mozes over het woord van de Thora: “Het is niet in de hemel!” De geboden zijn bedoeld voor mensen die op de aarde leven, die gezond zijn, die niet geheel en al ondergedompeld zijn in hemelse strevingen, maar die een alledaags leven leiden.

Het woord van de Thora is evengoed voor het “aardse” Tel Aviv als voor het “hemelse” Bné’ Barak . “Het is niet in de hemel”.

“Noch is het overzee”. Er zijn er die aannemen dat de voorgeschreven levensweg van de Thora noodzakelijk is voor de joden buiten het land. Dáár zou men bekommerd moeten zijn om assimilatie en desintegratie. Dezelfde mensen evenwel doen niets aan de joodse opvoeding in hun eigen omgeving of hebben de binnenkant van de synagoge gedurende jaren niet meer gezien. Tot deze mensen zegt Mozes: “noch is het overzee”. Thora is niet enkel voor hen die overzee leven.

De weg van jodendom en Thora is niet “veraf”, evenmin “in de hemel”, noch “overzee”, maar hier en nu. “Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, ge kunt het dus volbrengen” (v. 14). Velen zijn bereid om het woord van de Almachtige in hun mond te nemen of er lippendienst aan te bewijzen op bijeenkomsten en publieke vergaderingen. Ook beweren velen dat het goed is om “een goede jood te zijn in het hart”. Beiden bewijzen het jodendom een goede dienst, maar noch de mond-joden noch de hart-joden doen voldoende. Het werkelijke doel van de Thora is immers “dat ge het volbrengt”.

Het is de daad, de actie die telt en die de continuïteit van leven verzekert.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie