PARASHAT NITSAVIEM

Aangetreden (Deuteronomium 29:9 – 30:20)

De Lubavitcher Rebbe.

Likoetei Sichot.

En als je terugkeert tot de Eeuwige, je G’D….met ganser harte en met heel je ziel.” (Deuteronimium. 30:2)

De oproep luidt dus om teshoewa te doen, (terugkeren naar G’D is meer dan alleen maar het tonen van berouw), met heel ons hart en ziel. In vergelijking met de mitzwa om van G’D te houden met heel ons hart, heel je ziel en met alles waartoe je “bij machte bent” (Deut. 6:5), wat inhoudt, een liefde die onze normale emotieve vermogens te boven gaan. Waarom bestaat dit verschil tussen deze twee, op het eerste gezicht, zelfde mitzwot?

Natuurlijk is “liefde” een emotie. De Thora vraagt, dat onze liefde voor G’D niet alleen maar het uiten is van hart en ziel, maar, dat het inspiratie haalt uit de onbegrensde bron die ons verbindt met G’D, die voortkomt uit de essentiële diepte van ons G’ddelijke bewustzijn. Dit is de verwijzing naar, alles waartoe je “bij machte bent”, de sfeer waar de diep gewortelde liefde voor G’D existeert.

“Terugkeren” aan de andere kant, is in essentie een daad waarbij iemand zichzelf overtreft. Zijn normaal werkende individuele ego heeft hem, door te hebben gezondigd, in een hachelijke situatie geplaatst, de noodzaak van terugkeer is nodig.
Hij moet daarom zichzelf te boven gaan om te trachten een diepere, een meer essentieel onderdeel van zijn identiteit te bereiken, waar G’D meer betekent voor hem, dan het genoegen waar hij aan gewend was geraakt. Wanneer hij dit eenmaal gevonden, moet dit overtreffende bewustzijn eigen worden gemaakt aan zijn normatieve bewustzijn.

Dus, terwijl de Thora ons aanbiedt om onze liefde voor G’D van normaal tot alles overtreffend te vergroten, verlangt het van ons, om terug te keren naar G’D, door middel van onze alles overtreffende verhouding met Hem, en dit tot een normatieve te maken.

*****************************

ONDERWORPENHEID

Een gedachte over de sjofar:

Rosj Hasjana is de verjaardag van de schepping van de mens, het laatste schepsel in de volgorde van de Schepping, en het hoogst ontwikkelde.
De superioriteit van de mens aan het dier is in zijn intellect gelegen. Men had daarom kunnen denken, dat de dienst van Rosj Hasjana zou bestaan uit wetenschappelijke verhandelingen en discussies, waarin de mens zijn superioriteit zou kunnen demonstreren. Maar de essentie van de dienst op Rosj Hasjana is juist een eenvoudige ceremonie, n.l. het blazen op de hoorn van een ram, geen verfijnd muziekin­strument, maar een eenvoudige hoorn die eenvoudige ge­luiden voortbrengt.

Hierin ligt een diepzinnige les opgesloten: Het jaar wordt door middel van het blazen op een ramshoorn ingewijd om ons te leren dat, al is de mens een schepsel met intellect, de basis voor zijn intellectuele leven onderworpenheid aan G.d moet zijn. Een absolute onderworpenheid zoals deze aanwezig is bij een van intellect gespeend dier.

RABBI M.M. SCHNEERSON

SHABBAT SHALOM EN L'SHANA TOVA.

Geef een reactie