PARASHAT NASÓ

Neem op, Numeri 4:21 – 7:89

,,Als gij de Israëlieten zegent, doe het dan met deze woorden:

 

Moge de Almachtige u zegenen en u behoeden. Moge de Almachtige Zijn gelaat over u doen schitteren en u genadig zijn. Moge de Almachtige zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken”

(Num. 6, 22-26).

De bovenstaande drievoudige priesterlijke zegening welke tot op de dag van vandaag in de synagogale dienst wordt uitgesproken, is wellicht de oudste ons bekende liturgische formule.

,,Met deze woorden”, in vijftien wel afgemeten Hebreeuwse woorden, niet meer en niet minder, “moet ge de Israëlieten zegenen”.

Tegen de achtergrond van heiligen, tovenaars en magiërs in de oude tempels, maakt de Thora duidelijk dat de zegening niet van de priester stamt, maar van de Almachtige zelf. Van de priester wordt niet verwacht dat hij zijn overvloedige zegeningen uitstort. Het enige dat hij te doen heeft is ,,Mijn naam over de Israëlieten uitspreken” door de voorgeschreven drievoudige formule uit te spreken ,,en Ik de Almachtige zelf zal hen zegenen” (Num. 6, 27).

Wat betekent deze alomvattende zegening? Waarom bestaat ze uit drie delen? Heel wat generaties hebben gepoogd om op deze vragen antwoorden te bieden. In deze antwoorden komen de eigen dromen en angsten in de zoektocht naar zegening tot uiting. Ze zijn echter ook scherpzinnige pogingen om de zegening te verstaan van het standpunt uit van de Almachtige en de Thora. In de meeste interpretaties wordt opgemerkt dat de drie delen van de priesterlijke zegening beantwoorden aan drie verschillende gebieden.

De eerste zegening is de zegening voor de materiële goederen, de tweede voor onze intellectuele strevingen, en de derde voor ons mentaal en spiritueel welzijn.

Aan de priesters worden specificke instructies gegeven betreffende de precieze bewoording en de volgorde van de zegening. Gezien hun eigen gunstige positie in de heilige tempel, zouden ze kunnen veronderstellen dat de goddelijke zegening zich beperkt tot spiritualiteit en vroomheid. De formulering van de zegening zelf brengt hen terug naar de aarde en herinnert hen eraan dat voor het volk de nodige materiële condities aanwezig moeten zijn als voorwaarde voor het nastreven van hoogverheven spirituele doeleinden. Bij het zinsdeel “Moge de Almachtige u zegenen” last de oude Midrash in : “be-mamon”, “met geld” Aan het zinsdeel “u behoeden” wordt “min ha-mazikiem” toegevoegd: moge Hij u behoeden voor hen die vernietigen, schade berokkenen en beroven, en voor de pest.

Rashi in zijn kommentaar stelt de vraag: wat brengt het op om gezegend te worden met geld als er vervolgens rovers komen en het van je afnemen? Daarom moet de zinsnede,,de Almachtige moge u zegenen” (met geld) gevolgd worden door ,en u behoeden”, zodat het geld niet van jou wordt afgenomen. Er zijn zoals we weten een miljoen manieren om aan geld te komen en één om het te verliezen.

De,,rovers” waarover Rashi het heeft zijn niet noodzakelijk misdadigers met geweer in de hand. Ze kunnen je belagen onder diverse vermommingen. Van bedriegende belastinginners tot personen die over de telefoon voor zichzelf fondsen verzamelen. AI deze,,toebrengers van schade” zitten u voortdurend op de hielen als de Almachtige u zegent met geld. Daarom moet Hij u ook,,behoeden” en u beschermen tegen al degenen die u alle goeds toewensen, en u ondertussen bedriegen.

Een aantal kommentatoren geven een andere uitleg van de tweevoudige uitdrukking ,moge Hij u zegenen en u behoeden”.

“Moge de Almachtige u zegenen” met bezittingen en je ervoor ,behoeden” dat deze bezittingen van jou bezit nemen. Geld kan verderfelijk zijn voor je persoonlijkheid en je levensstijl. Het kan je je familie en je vrienden doen vergeten. Het kan je vervreemden van je eigen tradities.,,Moge de Almachtige u zegenen” met geld, maar moge hij je ook ,behoeden” voor alle schade die het geld aan jou kan toebrengen, eenmaal dat je er mee gezegend bent.

De Talmoed (Baba Batra 7b) vertelt ons het verhaal van een vrome man met wie Eliyahoe de profeet regelmatig ontmoetingen had. Toen de man welgesteld was geworden, bouwde hij een hek en een sierpoort rond zijn huis. Vanaf dat ogenblik verscheen Eliyahoe hem niet meer. Door de nieuwe toevoegingen aan zijn huis had de man zichzelf ontoegankelijk gemaakt voor de armen die zijn hulp inriepen. Eliyahoe was het niet eens met de ,,nieuwe stijl” als gevolg van toevloeiende rijkdom – deuren met dubbel slot, receptionisten en secretarissen, gesofistikeerde intercom-systemen en geüniformeerde portiers.

In een andere interpretatie wordt de band tussen het ,zegenen” en ,,behoeden” als volgt verduidelijkt:,,Moge de Almachtige u zegenen” met geld en “U behoeden” om geld te verwerven op onrechtvaardige wijze (door diefstal, ontheiliging van de shabbat enz…). Moge het geld waarmee ge gezegend zijt, altijd zuiver en kosher zijn.

De straling van het gelaat van de Almachtige naar jou, welke je in staat stelt om in Zijn genade te delen, vormt de inhoud van het tweede deel van de drievoudige zegening. De Almachtige straalt over ons en door ons via het licht van Thora en wiisheid. “Wijsheid doet het gezicht stralen” (Prediker 8, 1).

Over materiële overvloed en inzicht in de Tora en het leven handelen de twee eerste delen van de zegening. In het derde deel van de zegening wordt toegewenst dat de Almachtige zijn gelaat opheft en dat Hij moge schenken: volkomenheid (shalom-shalém-volkomen) en vrede van het gemoed.

Bovenstaand begrip van de drievoudige priesterlijke zegening treffen we ook aan bij de oude sekte in de woestijn van Jehoeda. De priesters van deze sekten zegenden al degenen die hun gemeenschap vervoegden met een zegening, die te vinden is in het Handboek van de Tucht (een deel van de Dode Zee-rollen). De vertaling van deze zegening luidt

Moge de Almachtige u zegenen met alle goeds en u behoeden voor alle kwaad.

Moge Hij uw hart verlichten met inzicht in de dingen van het leven en u begiftigen met kennis van eeuwige zaken.

Moge Hij Zijn genadig gezicht naar u toekeren om u eeuwige vrede te schenken.

Geef een reactie