PARASHAT NASÓ

Neem op (Numeri. 4:21 – 7:89)

RABBI SHIMON BAR JOCHAI
ZOHAR. P. 122a

Wanneer een man of een vrouw een of andere menselijke zonde doet……(Numeri. 5:6)

Om dit vers te kunnen uitleggen, introduceert Rabbi Shimon een ander vers en zegt:

Kom en zie [wat is geschreven met betrekking tot de oorlog tussen Barak en Javin, de koning van Kana’aan]: 

In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. En Cheber, was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes’ schoonvader Chobab. (Rechters. 4:11)

Bemerk dat Cheber de Keniet een nakomeling was van Jetro, die ook bekend stond onder de naam Chobab. Daarom was het dat Koning Saul hen waarschuwde hun kampement te verplaatsen, weg van de Amalekieten, voordat hij tegen hen ten strijde zou trekken.

Het vers zegt, "En Saul zei tegen de Kenieten, "Ga weg….". (Samuël I 15:6)
Waarom werden zij "Kenieten"genoemd? Dit hebben we reeds ergens anders verklaard omdat zij nakomelingen waren van het volk genaamd "Keni".  

Zij worden nadrukkelijk genoemd als zijnde te leven in Israël in de tijd van Abraham.

Zoals het vers zegt in Genesis. 15:19, "De Kenieten en de Kenizieten…..".

Nu zou je kunnen zeggen dat de naam "Keni"komt van het Hebreeuwse woord voor vogelnest ["ken"]
Omdat zij een tijdelijk verblijf in de woestijn creëerden, zoals een vogel die zichzelf tijdelijk nestelt. Zij verlieten hun steden en gingen naar de wildernis om Thora te leren.

Maar het was niet het maken van een nieuw nest, omdat het vers dat wij citeerden, specifiek zegt dat zij zich separeerden van de Kenieten, en geen nest maakten.

Zij separeerden zich [van het volk genaamd Kenieten waaronder zij zich bevonden]  om zichzelf te verenigen met de Heilige, Geprezen zij Hij.

Aldus, "separeerden zij zich van "Kajiem" Hebreeuws voor "Kaïn".

Hoe gelukkig is het leven van een persoon, die de moeite neemt om zichzelf te verdiepen in de Thora, zodat hij zich eraan hecht om haar weg te kunnen bewandelen.

Het leren is niet genoeg; men moet ook de opgelegde mitzwot uitvoeren. Dit wordt verstaan onder de term "Halacha" wat beide betekent "regel" en "weg te gaan".

En als een persoon de mitzwot van de Thora uitvoert, belaadt hij in zichzelf een hogere heilige spiritualiteit, zoals is gezegd in het vers "Totdat van boven een geest over ons wordt uitgegoten" (Jesaja. 32:15).

Aanvankelijk heeft een persoon alleen een levensziel (de Nefesh), wanneer hij vervolgens Thora leert en mitzwot uitvoert verwerft hij zijn geest (Roeach).

Echter, wanneer een persoon afwijkt van zijn weg, laadt hij op zich zelf een spiritualiteit van de ander zijde van het heilige. Dan verkrijgt hij een onzuivere geest uit de oorsprong van Noekva de Tehoma ma Rabba.

Dit is het niveau van bina van de wereld van Beriya van Kelipa. Dan is zijn denken egotistisch  waardoor hij zijn greep op de realiteit verliest. 

Deze bron is de verblijfplaats van een niet goede geestelijke gesteldheid [depressie, rechtvaardiging van slechte daden en dergelijke] welke een persoon zelf en de wereld schade aandoet. Zij worden "schadeveroorzakers ["nizikien"] van de wereld genoemd. Zij bestaan nog vanwege de eerste Kaïn [de moorddadige zoon van Adam].
Nu was Jethro van origine een priester van idolatrie. Hij aanbad exact die verkeerde kwade zijde. Het was vandaar dat hij een op zichzelf slechte spiritualiteit aantrok, daarom werd hij een "Keniet" genoemd.

Ondanks het feit dat hij een Keniet wordt genoemd, nadat hij teshoewa had gedaan, en berouw had getoond en terugkeerde naar G’D, was dit niet een minachtende naam.

Hij hechtte zich aan G’D en verwerkelijkte hiermee de goede kant die in Kaïn aanwezig was.

Dus leren we van Jethro, dat zelfs als een persoon valt tot het laagste niveau, door het leren van Thora en haar weg te bewandelen, zijn slechte aard achter zich kan laten en zichzelf kan hechten aan het Heilige.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie