Parashat Nasó

Neem op (Numeri 4:21 -7:89)

Parashat Nasó behandelt de wetten betreffende sota, de van overspel verdachte vrouw. Op het eerste gezicht lijkt de situatie volkomen duidelijk. Een echtgenoot verdenkt zijn vrouw van ontrouw en zijn jaloersheid is opgewekt. Als zij zich opnieuw verdacht gedraagt, brengt de echtgenoot een meel-offer en de vrouw drinkt het voor haar gemaakte bittere water. Als de verdenking terecht is, zal haar maag uiteenspatten, een nogal schokkende tentoonspreiding van G’ddelijke gerechtigheid. Echter, Rashi maakt een bijzondere waarneming. Het meel-offer dat de echtgenoot brengt wordt genoemd minchat kana’ot, wat lijkt te worden vertaald als “een meel-offer van jaloersen .” Rashi verklaart dat “jaloersen” in het meervoud is geschreven om aan te geven dat het hier om twee jaloersen gaat, de jaloersheid van de echtgenoot en de jaloersheid van HaShem. Nu is het begrijpelijk, dat een verdachte zaak van overspel de oorzaak kan zijn voor de jaloersheid van de echtgenoot, maar hoe kan het zelfde een uitwerking hebben op HaShem? Zij is niet Zijn vrouw, en de eigenschap van jaloesie is zeker niet toepasbaar op HaShem.

Laten we het woord kina nader bekijken zoals het is gebruikt in een andere context. We zien dat het eerder “ijverig” kan betekenen dan “jaloers”. Het meest opmerkelijk gebruik van het woord doet zich voor met Pinchas, toen het Joodse Volk zondigde met de vrouwen van Moab.

De ergste profanatie van HaShem’s naam in deze episode vond plaats toen Kozbie en Zimrie zondigden tegenover de gehele natie.

De ijverige Pinchas greep onmiddellijk een speer en deed wat moest gedaan worden.

HaShem prees zijn ijver en besloot hem te belonen. HaShem verleende een brit shalom, een vredesverbond, en kende hem en zijn nakomelingen voor eeuwig het kehoena, het priesterschap toe. Dit antwoord lijkt aanvankelijk enigszins misplaatst, vrede lijkt een vreemde beloning voor een onstuimige speer hanterende zeloot, ijveraar. Toch schijnt het concept van shalom, vrede, gerelateerd te zijn aan de ijver van onze Parashat Sota.

“Vrede is zo groot,” ( tussen man en vrouw ) verklaart de Midrash, ” dat, om het te bereiken, HaShem het toestaat dat zijn Naam wordt uitgewist.” Dit verwijst naar het perkament waarop de naam van HaShem is geschreven, welke wordt opgelost in het bittere water gedurende de sota procedure. We zien dat HaShem’s ijver, hoe dan ook, gebaseerd is op Zijn verlangen naar vrede.

Dit concept voor vrede wordt eveneens later in onze parasha bediscussieerd. HaShem instrueert Aharon en zijn nakomelingen om het medium te zijn door welke Hij het Joodse Volk zal zegenen,

het kanaal door welk de G’ddelijke krachten zullen vloeien. Het hoogtepunt van deze zegen is, “en Hij zal vrede aan jullie geven.”

Zo is niet alleen vrede verenigd met de kehoena voor Pincha’s beloning, maar ook is het verbonden met Aharon’s kehoena. Om inzicht te verkrijgen wat kina is en hoe Pinchas het priesterschap ( kehoena ) verwierf, is het nodig dat we weten hoe Aharon tot de verdienste kwam van de kehoena.

Toen HaShem tegen Mozes zei: Leidt het Joodse Volk uit Mitzrajiem, ( Egypte ) was deze bezorgd dat zijn oudere broer zich gekleineerd zou voelen. In tegenstelling daarop zei HaShem tegen Mozes ” hij komt je al tegemoet en zal zielsblij zijn als hij je ziet! ” ( Exodus 4:14 ).

De Gemara ( Shabbat 139a ) verklaart dat door dit, Aharon het dragen van de choshen, de priesterlijke borstplaat verdiende, waarop de namen van de twaalf stammen van Israël waren geschreven. Dit is de sleutel om vrede en ijver te begrijpen.

De Koheen Gadol ( de Hoge Priester ) moet het gehele volk vertegenwoordigen. Het is namens hen dat de offers, de korbanot en de dienst van de Beth Hamikdash ( de Tempel ) worden verricht.

Op Jom Kippoer ( Grote Verzoendag ) is hij verantwoordelijk in het helpen van het Joodse Volk om verzoening te verkrijgen voor hun zonden. Wat is de belangrijkste vereiste voor deze job? Absolute onbaatzuchtigheid. De Koheen moet geheel begaan zijn met de noden van het volk. Aharon was zo’n persoon. Hij hield van vrede en streefde vrede na met absolute toewijding aan zijn mede-Joden.

Ware vrede is niet slechts een afwezigheid van oorlogshandelingen. Shalom is gebaseerd op het woord shalem, wat betekent “geheel.” Rav Jonatan Eibeshitz legt uit dat een persoon die streeft naar vrede met zijn vriend, zijn vriend completeert in de zin dat hij zich totaal identificeert met de gevoelens van de andere persoon, zich gelukkig voelt wanneer hij zich gelukkig voelt, droevig is wanneer hij droevig is.

Aharon’s sensitiviteit tegenover zijn volk stelde hem in staat dat ook zij in vrede waren met elkaar. Hij was gewaar van alle onenigheden en bracht met grote toewijding mensen weer nader tot elkaar. Aharon verwierf de kehoena door zijn absolute toewijding aan zijn jongere broer, zonder enige bijgedachte voor eigen eer.

Hij was gelukkig voor de eer die zijn broer te beurt viel, zonder enige zelfzucht.

Deze eigenschap van onbaatzuchtigheid werd ook gedeeld door Pinchas. Zijn ijver was niet geboren uit persoonlijk belang of verlangen naar macht of naam te maken, nee, het kwam voort uit bezorgdheid over de degenereerde staat van zijn volk en hij wenste op elke mogelijke wijze hen te helpen.

De Sefat Emes verklaart dat hij handelde betocham ( Numeri 25:11) temidden, en ten behoeve van, het volk. Pinchas ijverde voor de situatie van het Joodse Volk, deze bezorgdheid dwong hem te doen wat hij deed.

Door het zien van de verschrikkelijke zonde die plaatsvond, wist hij dat hij moest handelen ten behoeve van zijn volk om hun misstap goed te maken. Hij zag om voor een speer en deed wat nodig was.

Door deze onzelfzuchtige toewijding verwierf Pinchas vredesverbond en de kehoena, net zoals Aharon. De Seforno legt uit: “Aangezien hij voor Mij slag heeft geleverd” zegt HaShem, “Zal Ik hem sparen voor vijandelijkheden en hem vrede verlenen. Daar hij dit deed als verzoening voor het volk, is hij de kehoena waardig.”

Nu kunnen we ook het wezen van de kina in de parasha van sota begrijpen. HaShem is niet jaloers; Hij is ijverig, ijverig voor het kostbare instituut van het huwelijk dat wordt bedreigd door ontrouw en vernietiging. HaShem is onbaatzuchtig trouw aan de noden van de vrouw en echtgenoot en laat daarbij Zijn Naam uitwissen in het bittere water met als enig doel, het bevorderen van vrede.

Nu kunnen we zien waarom de kohaniem de aangewezen en vereiste tussenpersonen zijn voor HaShem’s zegeningen aan het Joodse Volk. Als de zegeningen door hen vloeien, moeten de kohaniem de vloeiing op gener wijze belemmeren. Zij moeten compleet onzelfzuchtig zijn en vol zijn met goede gevoelens tegenover het volk. Zij moeten het volk zegenen be’ahava, met liefde. Ahava is gerelateerd aan het woord hav, wat betekent “geven.” Hun liefde tegenover het Joodse Volk is gebaseerd op een onzelfzuchtig verlangen om te geven. Het is deze eigenschap, welke zijn origine heeft in Aharon en Pinchas, die hen tot een perfecte keuze maakt om HaShem’s zegeningen over te dragen aan de natie.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie