PARASHAT NASÓ

Neem op              Numeri 4:21 – 7:89


SHELOSHA MACHANOT – DRIE KAMPEMENTEN


BEMIDBÁR, NASÓ, BEHA’ALÓTCHA

De respectievelijke cijfers, drie en vier, spelen een belangrijke rol in onze Parasha en vinden hun tegenhanger in de indeling van Jeruzalem en de Heilige Tempel.

  1. machanè shechina, het kampement dat alleen toegankelijk was voor Priesters.
  2. lewie machanè, het gebied waarin de levieten verbleven en waar zij het meeste van hun taken uitvoerden.
  3. machanè jisraël, het gebied waarin de vier legers, gevormd uit drie stammen, waren gelegerd, elk groep respectievelijk met hun eigen vlag.

Later in Jeruzalem hebben we a) de Heilige Tempel, b) Tempelberg, c)de rest van de stad Jeruzalem (binnen de ommuring) en eveneens de vier walmuren van de stad, m.a.w. de omwalling in de vier verschillende richtingen die de stad omheinden.
Wanneer we dit betrachten vanuit een metafysisch oogpunt zien we dat demachanè shechina, drie aparte gedeelten, gebieden van Heiligheid bevat:

  1. het kadeshé kedoshiem, het binnenste Heiligdom, het Heilige der Heiligen, waarin alleen de Hoge Priester handelingen kon uitvoeren en dan alleen op Grote Verzoendag.
  2. De Heichal, “Paleis”, omvattend het Gouden Altaar, de Tafel en de Kandelaber. Waarop de Priesters dagelijks en wekelijks reguliere taken uitvoerden.
  3. Het gedeelte dat het koperen altaar omvat, beter bekent als mizbach haolè, het altaar waarop de dagelijkse gemeenschapsoffers en andere offers werden gebracht.

De drie kampementen die wij hebben beschreven verdeelden eveneens de drie vormen van competentie van de Priesters, Levieten en de vertegenwoordigers van de twaalf respectievelijke stammen, de moeamadoet. In de machanè shechina, deden de Priesters de dienst. In de lewie machanè, zongen de Levieten en speelden muziek tijdens de offerdienst. De Israëlieten voorzagen, de afgevaardigden uit verschillende delen van Erets Jisroël van een symbolische aanwezigheid als “eigenaars” van de dagelijkse gemeenschapsoffers. ( Taanit 27)
Het cijfer vier vertegenwoordigt de vier vlaggen, de vier legergroepen van het Joodse Volk.

Later in Jeruzalem werd hun plaats ingenomen door de vier walmuren die de stad omringden, met het gezicht naar de vier richtingen. Dit cijfer correspondeert met vier letters van de onuitsprekelijke naam van G’D, het Tetragrammaton “J-H-W-H” welke eigenlijk maar drie elementen bevat, want de letter  komt tweemaal voor in de naam. Deze drie letters representeren drie chochmot, wijsheden, zoals is verklaard in Sefer Yetzira. Zij zijn de essentie van de voornaamste kawiem, “lijnen” in het universum, m.a.w. de lijn van chesed, naaste liefde, de lijn van gevoera, gerechtigheid en de lijn van rachamiem, barmhartigheid. Door gebruik te maken van de laatste letter  in de naam van G’D, eindigen we met vier letters, vier letters welke vervolgens duiden op vier van de tien “sefirot” wezenlijke G’ddelijke eigenschappen, namelijk die van chochma, wijsheid, biena, inzicht,Tiferet, schoonheid en malchoet, koningschap.
Deze “sefirot”zijn vier van de tien uitvloeiingen, de fundamentele krachten of G’ddelijke energiekanalen die in gronde abstracte concepten geleidelijk konden converteren of toepasselijk maken aan de materiële wereld waarvan wij deel uitmaken. Deze vier uitvloeiingen verwijzen ook naar de vier “poten” die de merkawa eljona dragen, de “wagen”in de hoogste regionen die de Shechina draagt.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie