PARASHAT MISHPATIEM

Rechtsvoorschriften         Exodus. 21:1 – 24:18

 Een Uitvloeisel en Een Continuering Van de Openbaring Op De Sinaï

Dat aanvangt met het vers: ”En dit zijn de rechtsvoorschriften,” ( ex 21:1)

Door te zeggen: “Dit complementeert het voorafgaande,” geven onze Geleerden impliciet aan dat de mishpatiem( rechtsvoorschriften) waren gegeven op de Berg Sinai als een vervolg en een uitvloeisel van de Tien Geboden. De Tien Geboden representeren een verbinding van mitzwot van beide uitersten van het spirituele spectrum. De eerste mitzwot drukken de diepste concepten van G’ddelijke eenheid uit, terwijl de laatstgenoemde zoals “ Moord niet” en “Steel niet”, (Exodus. 20:13) de basis zijn voor ( rechterlijke) uitspraken die zelfs kunnen worden begrepen door onontwikkelde stervelingen. Deze verbinding beklemtoont dat door de juiste inachtneming van “Moord niet” en “Steel niet”, het bewustzijn ontstaat dat zij ook G’D’s opdrachten zijn, met andere woorden, deze opdrachten hebben een G’ddelijke status immers zij werden gedicteerd door de Zelfde die verklaarde “Ik ben G’D, jullie G’D.” (Exodus. 20:2). Als zodanig moeten zij niet in acht worden genomen omdat zij zinvol zijn, maar ook omdat zij waren gegeven door G’D.  

 Dit wordt benadrukt door de eerste interpretatie van lifnéhem,(voor hen: ex 21:1) dat vertrouwen verbiedt in niet joodse rechtbanken, zelfs wanneer hun beslissingen overeenstemmen met een uitspraak van een gerechtshof gebaseerd op Thora.  Want hun beslissingen zijn niet geassocieerd met de openbaring van “Ik ben G’D, jullie G’D.” De uitspraken van niet joodse rechtbanken zijn niet gebaseerd op Thora, met andere woorden, op het G’ddelijk Recht. Om die reden is het aan ons verboden om ze elders na te streven, want elk facet en dimensie van het leven van een jood moet worden geleid door Thora.

Bovenstaande relateert aan de Alter Rebbe’s interpretatie van lifnéhem ( voor hen) als een verwijzing naar de innerlijke dimensie van de ziel. Dit houdt in: de intentie van studie en het in praktijk brengen van mishpatiem moet gemotiveerd worden niet alleen door het intellect van een sterfelijke, maar eerder door de innerlijke diepte van de ziel, dat is door studie en het in praktijk brengen van choekiem.

 De mitzwot ( voorschriften of geboden) van de Thora zijn verdeeld in drie categorieën: choekiem,édoet en mishpatiem. Deze drie categorieën reflecteren de verschillende maten van een afzonderlijke mitzwa ( gebod) en kan worden doorgrond door onze rede en logica. 

 Van de miztwot beschreven als choekiem kan de grondgedachte niet worden begrepen door de rede. Ze worden in acht genomen omdat G’D het wil. Ze zijn, zoals de Midrash Bamidbar Rabbah, Choekat, 19:8. aangeeft, “statuten die IK heb bepaald, decreten die Ik heb uitgevaardigd”, om nageleefd te worden ondanks het feit dat iemand ze niet begrijpt.

 Édoet daarentegen zijn mitzwot  die rationeel kan worden opgevat. Had de Thora deze “voor hen” niet opgelegd, dan zouden we deze voorschriften niet kunnen voorstellen op basis van ons eigen logica. Vanwege de gegeven opdrachten van Thora, kunnen we ze rationeel begrijpen.

 Mishpatiem representeren de categorie van mitzwot die zelfs door gezond verstand of redeneren kunnen worden bedacht en geaccepteerd maar ze moeten wel worden uitgevoerd.  Zo zeggen onze geleerden in Eruvin 100b, “ de Hemel verhoede, als de Thora niet was gegeven, zouden we bescheidenheid hebben kunnen leren van een kat en het verbod om te stelen van een mier.” Zonder de Thorageboden, zou ons eigen verstand dit type van mitzwa accepteren.    

 Dus rijst de vraag: Waarom is ten aanzien van mishpatiem met al zijn interpretaties dat de Thora het concept van lifnéhem ( voor hen) vermeld? Waarom zijn deze lessen nauwer geassocieerd met mishpatiem dan met édoet en choekiem?

 Een verklaring kan worden gegeven op basis van de eerste interpretatie van lifnéhem

 Want alleen ten aanzien van mishpatiem is het mogelijk voor niet joodse rechters om uitspraak te doen op dezelfde manier als Joden. Ten aanzien van édoet, en zeker ten aanzien van choekiem, is er noodzaak om van tevoren te waarschuwen niet joodse rechters te benaderen, want het is voorde hand liggend dat deze mensen geen begrip hebben voor de aspecten van G’ddelijke openbaring. Hun uitspraken hebben geen connectie met de onderwerpen die boven het menselijke intellect uitreiken. Maar aangezien mishpatiem zaken betreffen die vallen binnen het bereik van het menselijk verstand, is het mogelijk dat niet joden zullen bepalen op de wijze van de Thora voorschriften. Daarom is het nodig te zeggen dat een Jood al zijn meningsverschillen aan een Joodse gerecht moet voorleggen.

 SHABBAT SHALOM   

Geef een reactie