PARASHAT MISHPATIEM

Rechtsregels    Exodus. 21:1 – 24:18


De andere kant van Weten.


Mozes gaf G’ddelijk bewustzijn door aan de zielen van zijn generatie.


Bewerkt uit de werken van Rabbi Schneur Zalman van Liadi.

“En dit zijn de rechtsvoorschriften die je hen zult voorleggen [of, “aan hun innerlijke zelf”]: Als je een Hebreeuwse slaaf koopt, zal hij zes jaren dienen en het zevende jaar gaat hij in vrijheid heen; niets betaalt hij.

Er zijn in het algemeen twee typen van zielen, de zielen van Atziloet, “menselijk zaad”, en de zielen van de lagere werelden, “dierlijk zaad”. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in het vers van Jeremia (31:26), “Ziet er komen dagen, zegt G’D, wanneer Ik het huis van Israël en het huis van Juda met menselijk zaad en dierlijk zaad zal zaaien.” (in zijn letterlijke context verwijst dit vers naar G’D’s zegen van het Land met vruchtbare mensen en vee.)

Van de zielen van Atziloet zijn er maar enkelen.

De meeste zielen zijn van de lagere werelden, Beriya, Yetzira, en Asiya. Deze zielen worden dierlijke zielen genoemd, omdat, net zoals dieren, Da’at missen.

Zoals de Alte rebbe verklaart in Tanya (Hf. 3), wanneer iemand Chochma en Bina heeft zonder Da’at, wijsheid en inzicht die niet eigen gemaakt zijn, ervaart hij zijn religiositeit niet werkelijk. Het zijn nutteloze fantasieën die geen invloed hebben op de persoonlijkheid van zo iemand, zijn middot, (emoties).

Een kind, zelfs met grote wijsheid, mist het meest elementaire niveau van Da’at en kan niet verantwoordelijk worden geacht voor zijn handelen. Wat hij intellectueel begrijpt is geheel verschillend van zijn geweten en besef van verantwoordelijkheid. Da’at is een daad van zichzelf binden aan en verenigen met een denkbeeld, zodat het meer wordt dan een abstract intellectueel onderwerp en uiteindelijk voelbaar wordt in het hart.

Zoals aangehaald, stammen de “dierlijke” zielen van de lagere werelden. En zelfs de meest verhevene van de drie lagere werelden, Beriya, ervaart Da’at niet. Het bewustzijn van de wereld van Beriya is genullificeerd aan het G’ddelijke maar alleen op het niveau van nullificatie van zijn (met andere woorden, er is een afgescheiden zelf, maar dit zelf is genullificeerd, nullificatie is geen natuurlijke staat.

De engelen van Beriya worden daarom dieren genoemd, aangezien zij het gemis hebben van Da’at . Hun nullificatie impliceert slechts een onafhankelijke zelf. De creaturen van Beriya begrijpen G’ddelijkheid, zij kennen G’ddelijkheid, maar hun kennis en inzicht wordt niet eigen of wordt niet een deel van hen.

In Atziloet begrijpt men niet alleen dat het zo is, niet alleen weet men dat het zo is, maar men wordt daadwerkelijk zo.

Ter vergelijking, het bewustzijn van Atziloet is existentiële nullificatie. Deze staat van bewustzijn wordt gekarakteriseerd door een ontbreken van enig afzonderlijk zelf om te nullificeren. Het zelf van Atziloet is inherent genullificeerd, nullificatie is de natuurlijke staat, niet een opgelegd concept van buitenaf, het is ware psyche.

De zielen van Atziloet worden daarom “menselijk zaad” genoemd, aangezien “adam”, het Hebreeuwse woord voor “mens”, in numerieke waarde gelijk is aan het Hebreeuwse woord  “ma”, betekenend “wat”, wat nullificatie aangeeft  (als men een vraag stelt).

Het was Mozes taak, als een van de Zeven Herders, om de zielen te voeden die Da’at missen en Da’at in hen te drijven.

[Mozes taak….. Zeven Herders: Micha (5:4) profeteert dat “Dit is het verzekeren van de vrede: Wanneer Assyrië ons land binnenvalt en zijn voet in onze paleizen zet, zullen wij Zeven Herders doen opstaan en acht Prinsen”: De Talmoed (Soekka 52b) identificeert deze Herders en Prinsen: “Wie zijn deze zeven Herders? David in het midden, Adam, Seth en Methusaleh aan zijn rechterkant en Abraham, Jacob en Mozes aan zijn linkerkant. En wie zijn de acht Prinsen? Jesse, Saul, Samuel, Amos, Zephaniah, Zedikiah, Mashiach en Elijah.”

In het kort, het verschil tussen de Herders en de Prinsen is dat de Herders het volk “voeden”, hen innerlijk (or pnimi) van voedsel voorzien, terwijl de Prinsen het volk beïnvloeden op een transcendente manier (makief). Bijvoorbeeld, in een Tzadiek zijn twee aspecten, wanneer hij Thora onderwijst, voedt hij de student als een Herder, raakt en beïnvloedt hem op een innerlijke wijze. Daarentegen, wanneer de student de Tzadiek ziet bidden,voorziet dit inspirerend ontzagwekkend schouwspel de student ook van voedsel, maar geen specifiek voedsel. Het is niet gedefinieerd, zoals makief , vergelijkbaar met de uiterlijke glamour van een koninklijke uitstraling die gedragen wordt door een prins in tegenstelling tot een werkelijke innerlijke gedachte die wordt opgenomen bij het leren. Zie Thora Orh 33d.]

Hoe kan Mozes in staat zijn zo een taak te vervullen?

Omdat, in waarheid, zelfs de lage zielen Da’at bezitten, zij het in een oorspronkelijke oer vorm. Dus Mozes hoeft niet een nieuw fenomeen in hen te creëren, wat een veel moeilijker taak zou zijn: hij hoeft alleen maar in hen op te roepen wat inactief is. Vandaar de opdracht aan Mozes.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie