PARASHAT MIKEETS

Aan het einde  –  Genesis: 41:1 – 44:17

“Zodra Josef zijn broers zag, herkende hij hen; maar gaf zich uit voor een vreemdeling .Op een strenge toon sprak hij hun toe ……Josef had zijn broers wel herkend, maar zij hem niet” ( Gen: 42, 7-8 ).

Vele uitleggers van de Thora hielden zich bezig met de vraag: Hoe komt het toch dat de broers Josef niet herkenden? Het is natuurlijk waar dat er enige jaren voorbijgegaan waren sedert ze hem voor het laatst hebben gezien. Hij was destijds een jongen van zeventien jaar en nu een volwassen man van dertig. Maar ze hadden hem toch kunnen herkennen, niet in het minst omdat ze toch een redelijk voorgevoel hadden kunnen hebben dat de lang verloren broer zich in Egypte zou kunnen bevinden.

Op de vele antwoorden op deze vraag is er een, in de Talmoed, welke stelt dat de broers Josef niet herkenden, omdat hij, toen ze hem voor de laatste keer zagen, geen baard droeg, terwijl nu een baard zijn hele uiterlijk had veranderd.

Een andere uitleg ( Toerim ) ziet de reden van de verandering niet zozeer in de persoon van Josef als wel in de omstandigheden.

Het hof van Pharao was wel de laatste plaats waar de broers Josef verwacht hadden aan te treffen. De broer die ze verkocht hadden bekleedde thans de hoge positie van ” Gouverneur van het land”.

Anderen uitleggingen leggen het accent op va-jitnaker , in de boven vermelde vertaling weergegeven als “hij gaf zich uit voor een vreemdeling” waarbij gesteld wordt dat hij “zijn hoed over zijn gezicht trok” ( Rambam[R. Mosje ben Maimon of Maimonides] )of dat hij met opzet zijn stem veranderde ( Rashbam[ R. Shmoeel ben Meir] ), opdat ze hem niet zouden herkennen.

Inderdaad het zelfde werkwoord mitnakèrèt elders in de Bijbel gebruikt ( Kon 1. 14,2.5.6. ) in de zin van zich verkleden, namelijk wanneer de vrouw van Jerov’am zich incognito naar Shilo begeeft om daar de profeet Achiya te ontmoeten. Met andere woorden, de broers zouden Josef niet hebben herkend omdat hij zich anders voordeed.

Meer nog dan het antwoord op de vraag hoe het kwam dat zij hem niet herkenden, zouden we willen te weten komen waarom Josef verkoos zich aan zijn broers niet bekend te maken.

Om het belang van deze vraag te doen uitkomen, kan men er nog een vraag aan toevoegen. Al die jaren wisten Jacob en zijn zonen niet waar Josef was. Jacob rouwde om het verlies van zijn geliefde zoon en ook de broers wisten dat ze niet konden terugdraaien wat ze hadden aangericht.

Josef echter wist de hele tijd waar zijn vader zich ophield. Waarom had hij geen contact gezocht.

De eerste jaren nadat zijn broers hem hadden verkocht, was hij nog steeds onder de indruk van wat hem was aangedaan. Daarenboven bevond hij zich in ellendige omstandigheden van slavernij en gevangenis. Dit alles kan hem misschien verhinderd hebben om niet weer contact op te nemen met de zijnen.

Maar waarom nam hij niet weer contact op, toen hij eenmaal rijkdom en macht had verworven?

Het moet toch niet zo moeilijk voor hem geweest zijn om zich in te beelden hoe angstig zijn vader wel was omwille van zijn afwezigheid? Had hij in al die jaren geen gelegenheid gehad om met zijn vader in contact te treden?

De grote middeleeuwse Bijbel commentator (Ramban R. Mosje ben Nachman oftewel Nachmanides ) verklaard uitvoerig hoe Josef gedrag deel uitmaakte van een vooraf beraamt plan dat bedoeld was om de stapsgewijze vervulling van zijn dromen tot stand te brengen.

” Als we het zo zien “, aldus de Ramban, ” dan zouden we moeten zeggen dat Josef een zware zonde beging door zijn vader gedurende een zo lange tijd leed te berokkenden……Zelfs als hij zich niet bekommerde om zijn broers, dan had hij toch medelijden moeten hebben met zijn oude vader.” Ramban heeft gelijk, Josef zou medelijden gehad moeten hebben, maar dat medelijden bracht hij niet op. We zouden een andere reden dan Nachmanides willen opgeven door te stellen dat Josef zich werkelijk niet bekommerde om zijn familie.

Misschien wou hij met hen niets meer te maken hebben en had hij liefst hun bestaan vergeten.

Het trauma dat hij doorstaan had toen zijn broers hem aan de Midjanieten verkochten en nog meer de gebeurtenissen die daarop volgden, brachten een radicale verandering in Josef teweeg. Met de veranderingen die plaats vonden in zijn carrière werd ook zijn persoonlijkheid omgevormd.

Josef, de dromer van dromen over zich zelf en zijn familie wordt tot verklaarder van de dromen van iemand anders , van Pharao. De voormalige dromer wordt een uiterst praktisch persoon, die op zeer diplomatieke wijze een van de topjobs in het land weet te bemachtigen.

Josef lijkt zicht goed te voelen in zijn nieuwe rol, met zijn”kleren van fijn linnen” en met de gouden ketting van Pharao om zijn nek. De ex-gevangene raakt snel gewoon aan de luxueuze wagen die hoort bij zijn nieuwe functie van onderkoning in de uitvoering van het nieuwe economisch plan.

Hij wil niet aangezien worden voor een “hofjood” maar doet alles wat in zijn vermogen ligt om een “insider” te worden. Hij laat zijn naam veranderen van het Hebreeuwse Josef in het Egyptische Tsafnat-Paneach en huwt in de “high society”. Asnat, de dochter van Potifera, de priester van On, is waarschijnlijk niet de schoondochter die Jacob-Israël zou hebben uitgekozen als hij in deze zaak iets te zeggen had gehad.

De knappe dertigjarige prins reist door Egypte. Hij voelt zich thuis in het land.

Hij beweegt zich in de juiste kringen. En wanneer zijn eerste zoon geboren wordt, noemt hij hem Menashe. “Al mijn ellende en het gemis van mijn familie heeft de Almachtige mij doen vergeten”. De tweede zoon noemt hij Efraim, ” omdat de Almachtige me vruchtbaar heeft gemaakt in het land van mijn lijden ( Gen.41, 51-52 ).

Josef denkt niet aan het vroegere land en aan thuis. Hij wil er ook niet aan denken. Zijn assimilatie in de Egyptische maatschappij is volledig, vlekkeloos.

Dit proces zou zich ongestoord hebben verdergezet, en Josef en zijn familie zouden voorgoed verloren gegaan zijn in Egypte, ware het niet dat de broers weer op het toneel waren verschenen, waardoor Josef weer terug geworpen werd in de wereld die hij liever had vergeten.

“Josef had zijn broers herkend…..en herinnerde de dromen die hij over hen gedroomd had” ( Gen. 42, 8-9 ). Door een onverwachte wending van de gebeurtenissen wordt de verklaarder van de dromer van anderen eraan herinnerd dat hij, vóór hij verklaarder werd in dienst van anderen, zelf ook eens dromer was en dat zijn dromen zijn eigen broers betroffen. Hij realiseerde de hand van de Almachtige.

Meer dan duizend jaar later. Al de olie in de Tempel van Jeruzalem werd verontreinigd toen de golf van een vreemde ( ditmaal de Hellenistische en niet de Egyptische ) cultuur over het Joodse volk sloeg. Zij die hoge functies bekleedde verwelkomden de assimilatie in de grote cultuur van Hellas; hun eigen dromen als Joden waren ze zo goed als vergeten. Maar een reeks van gebeurtenissen welke begint met de daad van een man in het dorp Modi’in, leidt naar een nieuwe inwijding van de Tempel. Deze gebeurtenis werd de laatste +2200 jaar herdacht in het feest van Chanoeka waarop het verhaal van Josef wordt gelezen als het verhaal van de eerste geassimileerde Jood die terugkeerde naar zijn volk.

Geef een reactie