PARASHAT METSORÁ

‘Melaatse’        Leviticus. 14:1 – 15:33


Ongegeneerd kwaad


De geschriften van Rabbi Jitzchak Luria

Het Thoragedeelte van deze week begint met een bespreking van de purificatieritus die een persoon, getroffen door tzara’at, moet ondergaan, wanneer hij is genezen. Een van de karakteristieken van deze ritus is als volgt:

“Dan geeft de Priester opdracht om voor de te reinigen persoon twee levende, reine vogels te nemen, met cederhout, karmozijnrode wol en hysop. Vervolgens geeft de Priester opdracht de ene vogel te slachten boven een voorwerp van aardewerk, boven water uit een levende bron. De levende vogel neemt hij apart met het cederhout, de karmozijnrode wol en de hysop en die doopt hij, samen met de levende, in het bloed van de vogel die geslacht is boven het water uit de levende bron. Dan spat hij zeven keer op de van de tara’at ziekte, te reinigen persoon;daardoor reinigt hij hem; de levende vogel laat hij in het vrije veld wegvliegen. (Leviticus. 14:4-7)

 

De aandoening  tzara’at, is niet simpelweg een medische conditie, maar weerspiegelt een spirituele mentale aandoening, een gebrekkig gedrag in het leven. Dit gedrag is het gevolg van het binnendringen van bepaalde vormen van niet G’ddelijke ideeën of perspectieven in iemands wijze van denken, dat hem uiteindelijk depressief, negatief en asociaal maakt. Het purificatieproces moet dan weergeven hoe zo iemand zichzelf distantieert van deze negatieve wijze van denken.

 

Deze negativiteit of egocentrisme heet ongegeneerd “kwaad”in Kabbala. Het imaginaire beeld dat hiervoor wordt gebruikt is een “schil”, een grof, oneetbaar omhulsel, dat het fruit of vlees van de noot omringt. De beeltenis is kenmerkend op twee punten: allereerst, het feit dat de schil niet kan worden gegeten, het fruit afsluit en verwijderd moet worden, indiceert dat egocentrisme geen plaats heeft in een joods leven. In de tweede plaats, het feit dat de schil dient om het fruit te beschermen tijdens het rijpingsproces indiceert, dat in de context van zelfbehoud, het ego een doel nastreeft. In elk geval, centraal in het begrip van het purificatieproces van egocentrische negativiteit is de Kabbala “topologie” van kwaad. Het is dit onderwerp dat het grootste onderdeel zal vormen van de verhandeling van de geschriften van de Arizal.

Waarop ik (JG) in een later artikel op terug zal komen.

 

SHABBAT SHALOM

 

1 reactie op “PARASHAT METSORÁ

  1. Goedendag Beth-Hamidrash

    Ik hoop dat dit niet daadwerkelijk gedaan wordt met de dieren voor genzing. Het is puur voo-doo. Bij Marrokanen wordt het bij zwarte magie toegepast. De dieren hebben een symbolische betekenis in het Woord. Zij veronderrstellen het lagere zelf of het ego in de mans wat moet worden geooferd. De Tora dient met de Geest gelezen te worden, niet met het verstand.

Geef een reactie