PARASHAT MATOT / MASEE

Stammen / Reizen (Numeri 30:20-32:42 / 33:1-36:13)

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, p. 20b

Onder de wetten die in deze wekelijkse parasha worden behandeld, gaat er één specifiek over het rituele zuiveren van gebruiksvoorwerpen, die buit zijn gemaakt op afgodendienaars. Pannen, vleespennen en andere items die werden gebruikt over en op het vuur, moesten opnieuw door het vuur om te worden gereinigd, zodat zij zuiver genoeg waren om gebruikt te kunnen worden in het heilige Israëlitische kampement. Het concept, dat vuur reinigt, bracht een discussie teweeg tussen Rabbi Aba, Rabbi Elazar en Rabbi Jitzchak, waar zij vasten, gebed en zelfs het leren van Thora vergelijken met dit zuiveringsproces.

Rabbi Aba opent zijn verhandeling met het vers:”Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, hij graast zijn menigte onder de rozen.” (Hooglied 2:16)
Wat is de beweegreden van Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn? Is het omdat Hij Zijn wereld leidt met rozen?

Een van de meest aangename dingen van het bestuderen van de Zohar is, dat ogenschijnlijke bizarre uitspraken, zoals hier boven, volledig zin krijgen als men de metaforen begrijpt, die gebruikt worden om het uit te leggen, hoe G’D de realiteit beheerst en stuurt. Een roos komt in twee basis kleuren, rood en wit. Het tegenwoordige kweken brengt weliswaar een menigte van kleuren, maar het historisch feit van twee kleuren wordt b.v. aangetoond door de Engelse “Rozen Oorlog” (in Engeland in de 16 eeuw) tussen de rode roos insignes van de Lancastrinans en de witte roos insignes van de Yorkists.
De kleur rood in de Zohar representeert de sefira van gevoera, steng oordeel. De kleur wit representeert de sefira van chesed, liefelijke goedhartigheid. G’D, die de “geliefde” is in het aangehaalde vers, dirigeert de wereld door de sefirot van chesed en gevoera. Ook moet worden opgemerkt dat, zowel de witte als de rode roos, een heerlijke liefelijke geur hebben. Dit duidt er op dat de positieve en negatieve krachten die deze twee sefirot symboliseren, een gemeenschappelijke liefhebbende bron hebben.

Juist zoals een roos geur heeft en rood zijn kleur is, maar wanneer het door een vuur gehaald wordt [door de kroonbladen te koken in heet water], veranderen deze kroonbladen in wit, echter zijn geur verdwijnt niet, zo ook dirigeert de Heilige, geprezen zij Hij de wereld.

Als een persoon zondigt veroorzaakt hij dat er over hem wordt geoordeeld. Als hij streeft naar berouw ( een internproces vergelijkbaar met vuur) en terugkeert naar G’D, wordt dit oordeel verzacht en wordt “wit” en vergevensgezindheid omhelst hem.

Indien niet zo, zou het harde oordeel voortgebracht door de zondaars, het voortdurende existentieproces van de wereld verhinderen. Zonde wordt “rood” genoemd, zoals we leren van het vers, “Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Eeuwige al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. (Jesaja. 1:18) [En na dat een persoon zijn spijt betuigt] brengt hij zijn offer en verbrandt het in het rode vuur op het altaar.

Hij [vertegenwoordigd door de Koheen] sprenkelt het rode bloed om het altaar. De eigenschap van din, oordeel, is rood. Het [gesymboliseerd door het rode bloed] is uitgegoten en gesprenkeld om het altaar, een vloedgolf van witte rook veroorzakend.
Dan het [rode] vlees van het offer [dat is verteerd door het vuur] verandert in wit [as]. De eigenschap van din is omgezet in de eigenschap van vergevingsgezindheid.

Dus, door het brengen van een offer in de Tempel, veroorzaakt een persoon, dat rood, in de fysieke wereld wit wordt en indiceert dat in de spirituele dimensie, welke parallel loopt met deze wereld, streng oordeel, vergeving wordt.

Kom en zie. We hebben niet de van geur een symbolisch oordeel nodig, uitgezonderd het aspect van het vlees. Uitgelegd, bij wijze van spreken door Rabbi Jehoeda [over de profeten van Baal (afgod), die zich aanlegden met de Profeet Elijahoe]: “Nu riepen ze met luider stem en ze maakten zoals ze dat gewoon waren inkervingen in hun lichaam met zwaarden en lansen tot het bloed vloeide.” (koningen I. 18:28)

De reden om zichzelf te verwonden, was om hun rode bloed te laten vloeien, hun symbolische oproep naar het kenteken van streng oordeel om zichzelf te manifesteren in de wereld.

Zij wisten, dat zij hun wil niet anders konden op leggen aan het kenteken van streng oordeel, dan door de manifestatie van de kleur rood.

Rabbi Jitzchak voegt hier aan toe dat, de kleuren rood en wit altijd werden geofferd op het altaar en dat de rook tussen hen opsteeg. Ook de geur van de wierook, die was samengesteld uit of witte of rode ingrediënten. Bijvoorbeeld, de wierook was wit en de muskus was rood en van beide was de rook die opsteeg, wit. Zo is het dat de Heilige, geprezen zij Hij Zijn wereld beheert met witte en rode rozen, zoals het is geschreven in Ezechiël 44:15: “Om Mij het vette en het bloed te offeren.”

Dit staat gelijk aan iemand die zijn eigen vet en bloed offert ter vergoeding [wanneer hij vast in verlangen naar vergiffenis voor begane wangedrag]. Alleen door het proces van vuur[door de kroonbladen te koken in heet water], veranderen deze kroonbladen in wit, zo ook kan alleen het offer puur wit geschonken worden door gebruik te maken van vuur. Heden ten dage, als een persoon zit en vast, en zijn lichaamsvet en bloed offert, kan hij zichzelf alleen terug naar wit brengen, door vuur.
Dit is als Rabbi Jehoeda zegt, dat door zijn vasten, een persoon zijn ledematen verzwakt, maar zijn innerlijk vuur sterker wordt. Op dat moment moet hij [bewust] zijn vet en bloed offeren in dat vuur, welke equivalent is aan het verzoenend altaar.
En Rabbi Elazar zou vragen op dat moment, als hij bezig was te zijn vasten, “Het is openbaar en bekend aan U G’D, mijn G’D en de G’D van mijn voorouders, dat ik mijn bloed en vet voor U hebt geofferd en gekookt heb in het vuur, van de zwakheid van mijn lichaam.
Mag het Uw wil zijn dat de geur, die nu opstijgt van mijn mond is, zoals het vuur van het offer op het altaar, en aangenaam door U zou worden ondervonden.”
Zo zien we hier dat een persoon in feite zijn vet en bloed offert, in een vasten en de geur die opstijgt van zijn mond, het verzoeningsaltaar is.
Nu moet het ook duidelijk zijn waarom onze geleerden het gebed, in plaats van de offers, hebben ingesteld op voorwaarde dat iemand doet wat hij bedoelt en zegt.

Allereerst worden de ochtendgebeden gezegd voordat er wordt gegeten. Vervolgens, het enthousiasme van de gebeden staat gelijk aan het vuur van het altaar, door zijn eigen energie te gebruiken, is het, alsof hij zijn eigen bloed en vet offert.
Deze parasha wordt gelezen in de vasten periode, het is daarom goed om de gebeden van Rabbi Elazar in gedachten te houden en met nadruk voor het komende vasten van de 9e van de maand Av.

Rabbi Jitzchak sprak zelfs in een bredere zin [dat niet alleen betrekking had op het vasten] het vers:
Alles wat het vuur kan doorstaan, moet men door het vuur laten gaan en dan is het rein.” (Numeri. 31:22,23)

Als een persoon zichzelf fysiek en geestelijk aanwakkert om Thora te leren of om een mitzwa uit te voeren met enthousiasme, dan gaat hij door een zuiveringsproces, alsof hij een offer heeft gebracht in de Tempel.

Rabbi Jossi zei: “Toen de Tempel er nog stond, bracht iemand zijn offer met dit fenomeen [van rood en wit] en bewerkstelligde verzoening voor hem.”
In onze dagen bewerkstelligt iemands gebed voor hem verzoening, in plaats van het offeren, maar de inhoudelijke wijze is het zelfde.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie