PARASHAT MATÓT

 Stammen      Numeri. 30:12 – 32:42

 

Het Door Vuur En Water Halen

 

Deze onderdompeling was ingesteld om de overgang van voorwerpen te markeren van de onreinheid van ‘niet joods’ voedsel.

 

Zohar Ex.20:

 

Alles wat door het vuur kan gaan, moet men door het vuur laten gaan en dan is het rein, echter het moet ook nog door reinigingswater van zijn onreinheid bevrijd worden en alles wat niet door het vuur kan gaan, moet je door het water halen.” (Numeri. 31:23)

 

 

Rabbi Jitzhak zegt: Vanaf hier en verder is geschreven, “Alles wat door het vuur kan gaan, moet men door het vuur laten gaan en dan is het rein” (Numeri. 31:23)  Rabbi Josi zegt: Toen de Tempel existeerde, zou iemand zijn offers op deze wijze brengen. En hem werd verzoening verleend. Nu, brengt het gebed van iemand verzoening, in de plaats van het offeren.

 

Berahamien Lahayyiem: We hebben geen Tempel “hier beneden”. Maar het zou beter zijn om aan te nemen dat er nog steeds een is “daarboven”. Want het brengen van offers is nooit en te nimmer gestopt en G’D zal welwillend en bereid zijn spoedig in onze tijd de Tempel te herbouwen en de offers te wijden “hier beneden”.

 

Er is geen dienst “hier beneden” maar ons is beloofd dat onze gebeden de plaats innemen van de offers. We hebben geen altaar, maar ons is gezegd dat onze eettafels in plaats daarvan verzoening verlenen. Wat een ontzagwekkende verantwoordelijkheid!

 

We brengen wonderen tot stand met onze woorden en de wijze waarop we ons gedragen. Verzoening wordt mogelijk in de structuur en de aspecten van ons dagelijks leven. Ware het maar zo dat alleen een deel van ons bewustzijn zo zou leven.

 

SHABBAT SHALOM 

     

 

Geef een reactie